Banner

The B-52s

The B-52s

Lander Deweer - 10 september 2008

1979 staat niet alleen geboekstaafd als het jaar waarin ayatollah Khomeini de klok in Iran enkele eeuwen terugdraait, Egypte en Israël de Camp David-akkoorden ondertekenen of de Britten Margaret Thatcher tot eerste minister verkiezen. Ook in muzikaal opzicht kan van een scharnierjaar gesproken worden. Groepen als Devo, Talking Heads en B-52’s tonen anno 1979 nameijk aan dat de tot dan toe bloedserieuze punkscène een new wave best kan gebruiken.

The B-52’s was drie jaar voordien in het leven geroepen door jeugdvrienden Kate Pierson (orgel, zang), Fred Schneider (keyboards, vocals, walkie talkie), Keith Strickland (drums, percussie), Cindy (gitaar, zang, bongo’s) en broer Ricky Wilson (gitaar, rookalarm) in het Amerikaanse Athens, een broeierige studentenstad in de zuidelijke staat Georgia. Dat dat gebeurde na het degusteren van enkele pittige cocktails en een daaruit voortvloeiende jamsessie zou sterk exemplarisch blijken voor de rest van B-52’s artistieke levensloop. Dat de groepsnaam refereert aan de helmboswuivende bijenkorfpruiken (Amy Winehouse, iemand?) die de twee zangeressen die avond droegen en inderdaad sterke gelijkenissen vertoonde met de neus van de gelijknamige vliegtuigen, evenzeer.

Het eerste wapenfeit van de pas opgerichte B-52’s is een demo-opname van "Rock Lobster", half popsong half rocktheater. Wanneer de opname de immer alerte reggaeproducer Chris Blackwell ter ore komt, geeft hij hen prompt een platencontract bij zijn Islands Records, eerder al de thuishaven van onder meer Traffic, Bob Marley en Roxy Music. Amper één jaar nadien ligt het door Blackwell geproducete (en titelloze) debuutalbum van de B-52’s al in de rekken.

Op dat moment hebben de wild in het rond pogoënde punkkids hun beste tijd wel gehad (boegbeeld Sid Vicious spuit zichzelf op 2 februari van dat jaar richting eeuwige jachtvelden) en luidt het overrompelende discosucces de terugkeer van het ongegeneerde dansplezier in. Dat ontgaat ook The B-52’s niet. De debuutplaat, opgenomen op de Bahamas, is dan ook een elegante synthese van de drie toentertijd toonaangevende fenomenen: new wave, disco en een eerste van vele sixties revivals.

Verpakt in een treffende, knalgele pop art-hoes grossiert The B-52’s in ritmisch perfecte pop die moeiteloos fifties rock-’n-roll, sixties meidenpop, ongepolijste punkenergie en commerciële dance met elkaar verzoent. Voorts springen vooral de thematisch vaak volstrekt zinloze teksten en het surreële evenwicht tussen de snoeperige vrouwelijke gezangen en de brullende parlando’s van Fred Schneider in het oog, net als de funky gitaren en de hoekige, leidinggevende Farfisa-orgels. Deze uiterst herkenbare, opgewekte sound zou tot op vandaag hét handelsmerk van The B-52’s blijven. Kate Pierson hierover: "Zelfs als wij over het einde der tijden zingen, klinken we vrolijk."

Markant: The B-52’s deinzen er niet voor terug hun debuutplaat te openen met onversneden geëxperimenteer, getuige het fantastische "Planet Claire", een parodie op de fifties sci-fi. In het scherpe "52 Girls" worden 25 namen van principles girls of the USA opgesomd (onder wie ene Jackie O), terwijl The B-52’s in "Dance This Mess Around" een stukje Supremes smokkelen en er voor het eerst hun kenschetsende vraag en antwoord-techniek toepassen. "Rock Lobster" sluit kant A grandioos af en is het grootste bewijs dat een compleet ridicule tekst een megahit niet in de weg hoeft te staan. The B-52’s mikt dan ook op de heupen, niet op het verstand.

Ook kant B heeft uitsluitend fleurige, uitgelaten popliedjes in petto. En of de verhaaltjes nu overduidelijk seksueel getint zijn ("Lava"), dan wel over een dubbel interpreteerbaar Space Age ("There’s A Moon In The Sky (Called The Moon)") of over een smekend telefoonnummer op een ranzige toiletmuur ("6060-842") handelen, nooit gaat dat ten koste van de immer dominante ritmiek.

Het succes laat bijgevolg niet lang op zich wachten. "Rock Lobster" en "Planet Claire" groeien aan beide kanten van de oceaan uit tot regelrechte floorfillers, de toen nog springlevende John Lennon noemt The B-52’s zijn favoriete band van 1980 en amper een jaar na release behaalt de plaat al goud. Opvolger Wild Planet gaat, met inmiddels klassiek geworden pretsongs als "Strobelight" en "Private Idaho", dan ook gretig op hetzelfde opgewekte elan verder. Maar als moeilijke derde Whammy! aanzienlijk minder succes kent en stichtend lid Ricky Wilson in 1985 aan aids bezwijkt, lijken de zeven magere jaren voor The B-52’s definitief aangebroken.

Niets is echter minder waar. Amper vier jaar later scoort de groep met Cosmic Thing namelijk zijn grootste commerciële hit. Met dank aan de aanwezige topsingles als "Roam" en vooral "Love Shack", dat in geen tijd uitgroeit tot hét lijflied van The B-52’s. Dankzij "Love Shack" en ook door Kate Piersons vocale bijdrages aan hits van Iggy Pop ("Candy") en stadsgenoten R.E.M. ("Shiny Happy People") maakt een hele nieuwe generatie jongeren kennis met de rock & lol van The B-52’s.

Als klap op de vuurpijl is er in ’94 het overrompelende succes van The Flintstones. De sowieso als vrij cartooneske B-52’s vertolken een rol in deze kaskraker en tekenen voor het uiterst catchy themanummer. Typecasting heet zoiets. Ondanks de kwaliteit van hun vroegere werk zullen The B-52’s dan ook allicht voor eeuwig en altijd aan "Love Shack" en The Flintstones gelinkt worden.

Na enkele jaren van relatieve windstilte (een lauw onthaalde soloplaat van Schneider niet te na gesproken) trekt The B-52’s in ’98 weer de hort op voor een wereldwijde tournee met The Pretenders. Een nieuwe studioplaat laat echter nog een vol decennium op zich wachten. Het dit jaar verschenen Funplex (een betere omschrijving voor de bands volledige discografie zult u niet snel vinden) is vintage B-52’s en heeft alles in zich om alweer een nieuwe generatie jongeren, de derde inmiddels, aan het swingen te brengen. Yubba dubba doo!

E-mailadres Afdrukken