Banner

Boards of Canada

Music Has the Right to Children (1998)

Jelle Desmet - 23 april 2018

Toen Warp Records in april 1998 Music Has the Right to Children uitbracht, was dat het startsein van een mythe rond Boards of Canada. De muziek van het Schotse producersduo leek zich in een andere tijdsdimensie af te spelen en bouwde het fundament voor een haast bezeten fancommunity. Een nuchtere terugblik op MHtRtC onthult echter vooral een hypergelaagd album, dat tot in de fijnste details het geluidsbeeld van de wereld die ze creëert tracht te perfectioneren.

Boards of Canada groeide eind jaren tachtig als muziekproject uit het artiestencollectief ‘Hexagon Sun’, gevestigd rond een zelfgebouwde studio in Pentland Hills. Daar organiseerden Michael Sandison en Marcus Eoin elke zomer feesten waarbij ze nachtenlang aan het kampvuur zaten en experimenteerden met elektronische muziek.

Het leidde in 1995 tot Twoism en niet veel later Boc Maxima, waarvan telkens slechts een vijftigtal kopieën werden verdeeld onder familie en vrienden. Een jaar later kwam er met de hulp van Autechre’s Sean Booth een eerste officiële release - Hi Scores - op Skam Records, een platenlabel dat zich voornamelijk richt op IDM en drum ’n bass.

En hoewel dat in het milieu de norm was geworden, verzette BoC zich steeds meer tegen elektronische muziek die in de eerste plaats bestemd is voor de dansvloer. De focus verschoof langzaamaan van het percussiegeoriënteerde in “Nlogax” en “June 9th” naar de onheilspellende ambient en zweverige melodieën van “Everything You Do Is A Balloon” en “Turquoise Hexagon Sun”.

De Schotten namen dat idee mee naar Warp Records en maakten werk van hun eerste langspeler. Music Has the Right to Children zou een verzameling worden van oud en nieuw werk, maar dan wel zo zorgvuldig bijeen gekozen dat elke track nog beter in het plaatje past dan zijn voorganger. Het album heeft duidelijke invloeden van de toen gangbare elektronica, maar kan onmogelijk in een van zijn subgenres gecategoriseerd worden.

“Roygbiv” was het eerste nummer dat de aandacht trok. Op amper tweeënhalve minuut veranderde die met zijn onverwoestbare baslijn (naadloos gekopieerd door Radiohead in “All I Need”), speelse melodie en kinderstemmetje voorgoed de manier waarop muziek benaderd kan worden.

Andere hoogtepunten volgen elkaar in sneltempo op. “An Eagle In Your Mind” is allicht de meest geeky liefdesbetuiging ooit: niet alleen is de percussie volledig opgebouwd uit stemfragmenten van Mike’s vriendin, naast de schuchtere “I love you” horen we een fragment uit een natuurdocumentaire over otters.

“Aquarius” is ook zonder mogelijke verwijzingen naar sekteleider David Koresh (de RGB-kleurwaarden van oranje vormen in optelsom zijn sterftejaar) een toonbeeld van BoC’s veelzijdige geluidspalet. “Rue The Whirl’ ontbloot de hiphopinvloeden van het duo en getuigt in zijn productie van een extreme zin voor details. En ook “Happy Cycling” bevat onder zijn funky ritme een eindeloze hoeveelheid aan interessante lagen.

Maar hoewel deze klassiekers de luisteraars binnen hesen in de wereld van Boards of Canada, waren het de korte impressionistische tafereeltjes die ze er volledig in onderdompelden. Een beter passende openingstrack dan “Wildlife Analysis” is haast ondenkbaar en “Kaini Industries” valt evenmin weg te denken van het album. “The Color Of The Fire” is een eerste kennismaking met BoC’s sublieme integratie van allerhande samples en “Olson” is nog steeds de meest magische manier om een nieuwe dag te begroeten.

Uiteindelijk maakt “One Very Important Thought” de instant legendarische status van de band compleet. De tekst was ooit bedoeld ter afsluiting van pornografische films in de jaren tachtig, maar wordt door de Schotten volledig naar hun hand gezet. “If you can be told what to see or read, then it follows that you can be told what to say or think. Defend your constitutionally protected rights” en eum… luister naar Boards of Canada.

En dat doet men. De Schotten worden op slag in het rijtje Aphex Twin, Autechre en Squarepusher genoemd. Zelf blijven ze echter muisstil. Er volgen geen singles of video’s, het duo geeft amper interviews en is op geen podium te bespeuren (afgezien van het verjaardagsfeestje van Warp). De verhalen en speculaties schieten als paddenstoelen uit de grond.

Millennium-EP “(Come out and and live with a religious community) In a Beautiful Place Out in the Country” helpt het mysterie nog een stap vooruit. Ondertussen haalt de kostprijs van een zeldzame Twoism of Boc Maxima gemakkelijk duizend euro. En tegen de langverwachte tweede LP Geogaddi speelt het duo met gemak in op zijn eigen cultstatus.

Ook het internet steekt een handje toe: volledige websites en fora worden gewijd aan de betekenissen achter BoC’s muziek en niet veel later overspoelen fanatiekelingen het nog prille YouTube met honderden fanvideo’s. Natuur- en landschapsbeelden, 16mm video-opnames (jaren voor er ook maar sprake was van hipsters) en ja, zelfs dansende kinderen uit Noord-Korea; alles lijkt zo wonderwel te passen dat sommige nog steeds aanzien worden als officiële videoclips.

Naar aanleiding van The Campfire Headphase doorprikten Michael en Marcus uiteindelijk zelf het mysterie in een interview aan Pitchfork (waarin ze voor het eerst toegeven broers te zijn). Er volgde in 2006 zelfs een allereerste officiële videoclip voor “Dayvan Cowboy”. En hoewel sommige nummers uit deze periode tot hun beste werk behoren, zal de magie rond het duo nooit meer dezelfde zijn als in de beginjaren.

Music Has the Right to Children ontsnapte nog net aan de cultstatus en blijft na twintig jaar toch met sprekend gemak overeind. Het album toont Boards of Canada in zijn meest pure vorm. Waar ze er in slagen om hun luisteraars een soundtrack voor te schotelen, maar het aan hen laten om die in te vullen met beelden of herinneringen en waar ze met soundscapes en melodische patronen een wereld creëren die voortaan eigen zou zijn aan Boards of Canada en Boards of Canada alleen.

E-mailadres Afdrukken