Banner

Elliott Smith

Either/Or (1997)

Maarten Langhendries - 01 maart 2017

Toen Elliott Smith twintig jaar geleden Either/Or uitbracht, zat hij op verschillende manieren op een keerpunt in zijn leven. De innerlijke John Lennon stond klaar zich uit te leven in de grote studio van Dreamworks en liet zich al wat horen, maar uiteindelijk bleef Smith nog vooral de lo-fi held van zij die de wereld aan de zijlijn gadesloegen. Als Either/Or al niet zijn beste album is, is het in ieder geval een essentiële plaat op zowel muzikaal als ander vlak.

Begin 1997 was Elliott Smith vooral nog bekend in beperkte kring, voornamelijk in zijn thuisstad Portland. Succes had hij bijna bereikt met zijn rockband Heatmiser, die in oktober van het vorige jaar Mic City Sons hadden mogen uitbrengen bij een groot label. Die plaat had echter niet aan de verwachtingen voldaan en ondertussen liepen de spanningen tussen de leden onderling hoog op. De band viel uit elkaar en Smith stond vanaf dan volledig op eigen benen. Op dat moment had hij al twee akoestische lo-fi albums op zijn naam staan, gemaakt buiten de uren die hij klopte bij Hearmiser: het zoekende Roman Candle en het pareltje Elliott Smith. Muzikaal gezien, kon je op die platen de kelder en de viersporenrecorder bijna ruiken. De nummers waren uitgekleed tot de essentie: af en toe voegde Smith nog wel een drum of een elektrische gitaar toe, maar niet meer dan nodig.

Het leek echter alsof hij die stevigere neigingen na het uiteenvallen van Heatmiser ergens anders kwijt moest. Tegelijkertijd raakte Smith ook in de ban van The Beatles en herontdekte hij de popsong. Voor het eerst klampte hij externe producers aan om zijn plaat mee op te nemen (Tom Rothrock en Rob Schnapf). Op Either/Or hoor je al de kanteling weg van het eerdere minimalisme, maar tegelijk leunt het album nog stevig aan bij de vroegere huisvlijt met akoestische gitaar. De zanger houdt zo de kerk mooi in het midden. Smith mag zijn akoestische gitaar dan al eens af en toe aan de kant schuiven, dat betekent nog niet dat hier al de meer weelderige arrangementen van zijn latere platen overheersen. De strijkers waar hij later graag een beroep op doet, ontbreken hier bijvoorbeeld nog.

Daarvoor was het nog wachten tot Dreamworks Records hem wegplukte bij het kleine indielabel Kill Rock Stars, dat hem voordien onderdak had geboden. Dat hij op de radar van een major terechtkwam, heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat ene Gus Van Sant een tijdje daarvoor ten huize Smith was komen aankloppen. De regisseur was onder de indruk van Either/Or en kwam vragen of hij niet wou meehelpen aan de soundtrack van zijn volgende film Good Will Hunting. De rest is geschiedenis: de film werd een groot succes, titelsong "Miss Misery" een onverwachte en onwaarschijnlijke hit en de zanger oversteeg de indiewereld waar hij vandaan kwam. Either/Or vormt zo een soort stilte voor de storm, een laatste uitloper van de undergroundartiest Smith. Tegelijkertijd draagt ze zowel muzikaal als commercieel de zaadjes van zijn latere werk in zich, na de échte doorbraak met Good Will Hunting.

In opener "Speed Trials" bepaalt het droge drumwerk mee de sinistere sfeer van het nummer en gaat ze een duistere dans aan met de dreigende gitaarakkoorden. Ook in "Pictures Of Me" nemen die drums geen blad voor de mond. In "Ballad Of Big Nothing", dat leunt op een van de nijdigste gitaarlijnen die hij ooit schreef, doet Smith het nummer openbarsten op een manier dat hij dat vroeger nooit gedurfd zou hebben. "Cupid's Trick", dat nochtans rustig begint, is in de tweede helft zelf bijna rechttoe rechtaan grunge. Tegelijkertijd zijn er nog steeds volbloed intieme parels te vinden zoals "Between The Bars" en afsluiter "Say Yes". Die song laat een verrassend opgewekte Smith horen, ondanks dat de auteur nog altijd "damaged bad at best" is en hier over zijn afbrokkelde relatie met Joanna Bolme zingt. De zanger toont dat hij nog steeds enkel een gitaar en zijn breekbare stem nodig heeft om tot op het bot te ontroeren. "Angeles" staat zo timide tegen de muur geleund, net zoals de nummers op Elliott Smith dat deden.

Want ook de figuren die Smith in zijn teksten bezong, bleven dezelfde. Smith en zijn omgeving hulden de mate waarin deze autobiografisch waren, inclusief de pikzwarte schetsen over alcohol- en drugsmisbruik, altijd een beetje in nevelen. Dat de artiest zelf met genoeg demonen te kampen had en, zeker in de laatste jaren van zijn leven, vaak naar de verkeerde middelen greep om deze te bekampen, is echter geen geheim. Overdreven romantisering of simpel zelfbeklag zou echter geen recht doen aan noch de mens noch de artiest Elliott Smith. Hij wist als geen ander een gevoel van de beautiful loser op te roepen. De personages die zijn songs bevolken, volgens Smith zelf veelal gebaseerd op kennissen uit Portland, verliezen vaak, maar makkelijk medelijden is niet aan hem besteed. Zijn teksten lijken zowel te zeggen "luister eens naar mij" als "ik vertik het naar júllie te luisteren". Want ook outcasts met een minder benijdenswaardige levenswandel verdienen respect. Op Elliott Smith zong hij al over amfetamines en dat "everyone is a fucking pro/ and they all got answers from trouble they've known/ and they all got to say what you should and shouldn't do/ though they don't have a clue". Op Either/Or schreeuwt hij uit dat "Should've lit me up, it's my lie". Heroïnedrama "Ballad Of Big Nothing", onlangs nog op prachtige wijze gecoverd door wandelende long Julien Baker, is zo enerzijds een nihilistische fuck you, een schreeuw om aandacht als de laatste reddingsboei van een verslaafde. "Between The Bars" twijfelt tussen ode aan en vervloeking van alcohol, want "Do what I say/ and I'll make you okay/ and drive them away". Evenveel tragiek als een trap tussen je kloten.

Er is de verbittering van "Alameda", van vastzitten in telkens dezelfde fouten, en de aanklacht tegen het systeem dat zoveel mensen in de kou laat staan in "Rose Parade". "No name no. 5" en “2:45 a.m." tonen dan weer de humanist in Smith. Hij begrijpt de mensen die hij beschrijft, hij is immers zelf een van hen. Mensen die niet passen of geen plaats vinden, krijgen die hier van hem wel. Zijn optreden op de Oscars, waar hij in een ongemakkelijk zittend wit pak "Miss Misery" kwam spelen, maar de duimen moest leggen voor Céline Dion, blijft misschien wel het ultieme fuck you-moment uit die periode. De underdogs, de losers, de outcasts mochten voor één keer tonen dat zij wél iets waard zijn, dat ook zij schoonheid kunnen creëren, ook al past die niet binnen de voorgekauwde kitsch of gemakkelijke emotie die de wereld over het algemeen liever omklemt. Vergelijk het met de bloedeerlijke en ontroerende Oscarspeech van de stuntelige, zenuwachtig trillende Philip Seymour Hoffman, nog iemand die zo ongeveer alles miste waar de entertainmentindustrie om draait, maar die uiteindelijk om geen enkele andere reden dan zijn enorme talent toch eens de schijnwerpers op hem kreeg.

Either/Or is zo evenveel een verlengde van als een breuk met het verleden. Het is een plaat waarmee Elliott Smith op een cruciaal punt in zowel zijn muzikaal als persoonlijk leven komt. Een periode die bovendien tot de meest vruchtbare van zijn leven behoorde (zo bleek nog maar eens toen de schatkist getiteld New Moon bovenkwam). De doorbraak door Good Will Hunting, de overstap naar een major en zijn verhuis naar New York veranderden al deze dingen op ingrijpende wijze. Smith zou nog steeds prachtige platen blijven maken, maar kleurde deze op heel andere wijze in. In New York leerde Smith Jon Brion kennen. Samen zouden ze Smiths fascinatie voor beatleske melodieën verder verkennen op XO en Figure 8. Deze zouden weelderige platen worden waarop de zanger zich helemaal kon uitleven, ook omdat hij nu minder rekening moest houden met financiële grenzen. Either/Or vormt in deze evolutie het scharnierstuk tussen lo-fi en hi-fi, de plaat waarop de cassetteartiest langzaam plaatsmaakt voor de studioprutser. Maar ook al zou hij de stoffige viersporenrecorder definitief vaarwel zeggen, dat betekende niet dat de thema's die in zijn teksten aan bod kwamen, veranderden. Elliott Smith bleef nu eenmaal, ook toen hij wereldwijd geroemd werd, die gast aan de zijlijn van de menigte, die gast die even zijn hoofd schudt bij het aanschouwen van al die drukte en daarna een sigaret opsteekt. Smith zou in 2003 uit het leven stappen, maar hij blijft een inspiratiebron voor iedereen die ook maar wat aan die zijlijn verloren staan te wezen.

E-mailadres Afdrukken