Banner

DOSSIER MADCHESTER: Happy Mondays

Pills 'n' Thrills And Bellyaches (1990)

Marc Goossens - 26 november 2015

Geen album wist het 'hier en nu' van Madchester zo goed te vatten als Pills 'n' Thrills And Bellyaches van Happy Mondays. De humor, de drugs, de misdaad, de euforie, de gekte en de kater: het passeert allemaal de revue op de derde langspeler van de hofnarren van Factory Records.

1989 was niet alleen een goed jaar voor The Stone Roses, ook voor Happy Mondays was het gestaag crescendo gegaan. Nadat de band het hele jaar door nieuwe zieltjes had gewonnen bij de indiefans door te toeren met New Order, Pixies en My Bloody Valentine, volgde in november de echte doorbraak met de Madchester Rave On-EP's. Dankzij de remixes die producers en aanstormende dj's als Vince Clarke, Paul Oakenfold en Steve Lillywhite maakten voor "Wrote For Luck" en "Hallelujah", wist de groep niet alleen een brug te slaan naar het dancepubliek, na hun passage in Top Of The Pops haalde "Hallelujah" zelfs de top twintig van de officiële charts -- ongezien voor een indieband.

Happy Mondays had de top bereikt zonder compromissen te sluiten, maar plots werd alles anders. De verwachtingen waren hoger, maar zelf besefte de groep nog niet hoe groot hij wel was geworden. Vooral de sensatiepers smulde van de strapatsen van Shaun Ryder en Bez, en daar kreeg de rest van de band het steeds moeilijker mee. Zíj deden immers het meeste werk in het repetitielokaal, maar de Batman en Robin van Madchester gingen wél met de meeste aandacht lopen en dat niet altijd op een positieve manier.

Hoewel Shaun Ryder als tekstschrijver niet ter discussie stond, waren zijn bassende broer Paul, drummer Gary Whelan en vooral gitarist Mark Day zijn bemoeienissen en zijn kritiek op hun werk meer dan zat. Bovendien leden zijn bijdragen voor de groep steeds meer onder zijn druggebruik, al werd naar de buitenwereld de schijn nog wel opgehouden. Eind maart 1990 speelde Happy Mondays twee avonden op rij voor een uitverkochte G-Mex -- zowat het Sportpaleis van Manchester -- maar het was allemaal zó snel gegaan dat de heren op dat moment meer nood had aan een rustperiode dan aan een wereldhit.

"Step On" kon dan ook niet op een slechter moment uitkomen. De single waarmee de Mondays internationaal zouden doorbreken afdoen als een toevalstreffer is veel gezegd, maar een lucky shot was het wel. Was Elektra -- het label dat hun platen uitbracht in de VS -- een jaar of twee eerder gesticht, dan had het Mondays-verhaal er allicht anders uitgezien. "Step On" -- een bewerking van "He's Gonna Step On You Again" van John Kongos -- was immers bedoeld voor een compilatiealbum om de veertigste verjaardag van de platenfirma te vieren, maar Ryder en co vonden het resultaat té goed om zomaar weg te geven en brachten het nummer toch maar zelf uit. Gevolg: een dikke, vette hit in eigen land én in de States, en een tweede keer Top Of The Pops. Aan rusten werd niet meer gedacht, de Mondays vonden -- voor een paar maanden toch -- hun tweede adem.

"Step On" betekende meteen ook het debuut van house-dj Paul Oakenfold en engineer Steve Osborne als producers. Beginnelingen of niet, het duo vond wel meteen de juiste manier om de intern verdeelde band optimaal te laten renderen. Door met elk groepslid afzonderlijk te werken, haalden ze niet alleen het beste uit de muzikanten, ze wisten zo ook nodeloos tijdverlies door oeverloos gezwets te vermijden. De Mondays zelf vonden het geweldig en overtuigden Factory-baas Tony Wilson om de productie van de nieuwe plaat aan Oakenfold en Osborne toe te vertrouwen en de band naar Los Angeles te laten vliegen.

Dat het een dansbaar album moest worden; dat stond wel vast. Voor de nieuwe songs werd dan ook vertrokken vanuit de ritmesectie. Beats en baslijnen werden uit soulplaten gelicht en bewerkt, maar ook de nieuwste danceplaten dienden als inspiratiebron. Om Paul Ryder en Gary Whelan meer vrijheid en houvast te bieden, werd er gewerkt met voorgeprogrammeerde, geloopte beats en bassynths, die dan achteraf werden samengevoegd met de echte drums en bas. Gitarist Mark Day kreeg ondertussen de tijd en de vrijheid om volop te experimenteren en wanneer Oakenfold, Osborne of iemand anders van de groep een bruikbare riff, lick of melodie hoorde, werd die ingepast in de grooves van Ryder en Whelan. Toetsenman Paul Davis, die technisch gezien de minste bagage had, was wel begiftigd met een neus voor simpele, aanstekelijke melodieën en zorgde voor de afwerking.

De stemming tijdens de opnames werd met de dag beter. Het ging dan ook razendsnel: de muziek voor "Kinky Afro", "Donovan", "Loose Fit", "God's Cop" en "Bob's Your Uncle" -- samen met "Step On" de beste tracks -- stond in een wip in de steigers, het was alleen nog wachten op de zang. Van Shaun Ryder werd tijdens die eerste dagen weinig of niks verwacht, maar toch sleurde Osborne hem elke dag de studio in, al was het maar om te luisteren naar de anderen. Gesterkt door de aandacht en het vertrouwen van de producers oversteeg Ryder zichzelf echter als tekstschrijver én als vocalist. Vaak was de eerste take ook de goede. Net zoals Oakenfold de opgenomen brokken muziek achteraf aan elkaar lijmde, zo waren ook de teksten van Ryder collages met eigen vondsten en flarden uit andermans songs. De "yippee-yippee-ey-ey-ay-yey-yey's" van "Kinky Afro", geleend van "Lady Marmelade" van LaBelle, zijn ongetwijfeld het bekendste voorbeeld.

In essentie was Pills 'n' Thrills And Bellyaches nog altijd meer een toegankelijke popplaat dan een puur dansalbum. Wat de langspeler echter zo sterk maakte, was het feit dat de band dankzij Oakenfold en Osborne een manier had gevonden om zijn sound te verrijken met elementen uit dancemuziek, zonder dat het geforceerd of onnatuurlijk overkwam. De (elektro)funkritmes die werden toegevoegd aan "Loose Fit" en "Bob's Your Uncle", de housepiano van "Step On", de hiphopbeat van "God's Cop", de erg balearic aandoende accordeonklanken in "Donovan" of de soulstem van backingvocaliste Rowetta maakten dat de nieuwe plaat op maat van de ravegeneratie was gesneden. En toch is dat alleen niet voldoende om het succes van Pills 'n' Thrills te verklaren. Op enkele uitzonderingen na was het songmateriaal gewoon ijzersterk, en dat was de essentie. "Dennis And Lois" bewees bijvoorbeeld dat de heren ook zónder de trukendoos van Oakenfold zonnige, melodieuze pop kon maken.

Na L.A. zou de magie echter snel uitgewerkt zijn. Op het ogenblik dat Rowetta in Londen haar backing vocals inzong en het album werd gemixt, zat het er alweer bovenarms op. Hoewel Pills 'n' Thrills And Bellyaches goede tot zelfs uitstekende kritieken binnenreef en de verkoop gesmeerd liep, liet de groep live steeds vaker een makke, ongeïnteresseerde indruk na. De hechte kliek van weleer was niet meer, maar nog steeds werd hen geen rust gegund. Om de schuldenput van platenfirma Factory te dempen moest er snel een opvolger komen voor Pills 'n' Thrills, maar de sfeer was dermate verziekt dat de opnames een ware nachtmerrie werden. Toen …Yes Please! uiteindelijk toch nog verscheen, was het al te laat om Factory te redden. Happy Mondays begon nog als headliner aan een nieuwe tournee, maar werd avond na avond weggespeeld door support act Stereo MC's. Toen de meeste organisatoren de rollen omkeerden en de Mondays in het voorprogramma zetten, besliste de grootste fuifband van de eighties eindelijk de eer aan zichzelf te houden. Het feest was voorgoed voorbij en het zou de groep nog jaren kosten om de gruwelijke kater, die ze nooit hadden zien aankomen, voorgoed te verjagen.

E-mailadres Afdrukken