Banner

The Afghan Whigs

Gentlemen (1993)

Matthieu Van Steenkiste  - 05 februari 2015

Kurt Cobain zong absurde nonsens, Eddie Vedder over arme, uitgestoten kinderen, maar Greg Dulli van The Afghan Whigs had het in de vroegte van de jaren negentig over iets donkerders. Seks, spijt, en een beetje liefde, in die volgorde, waren zijn thema's. En nergens vonden die elkaar beter dan op het onovertroffen Gentlemen.

Nu was Afghan Whigs in die door grunge gedomineerde tijden sowieso de vreemde eend in de bijt. Met zijn rauwe zang en stevige gitaren was de band dan wel mee met de gangbare modes, met zijn voorliefde voor soul en motown kon frontman Greg Dulli niet verder verwijderd zijn van zijn op Led Zeppelin, Black Sabbath en The Who kickende tijdgenoten. De Uptown Avondale-EP van de groep zou die zwarte invloeden (Al Green! Percy Sledge!) in 1992 ook uitgebreid eren. Het zou de perfecte opmaat worden voor Gentlemen, dat het volgende jaar verscheen.

Want nergens anders dan in die mierzoete popliedjes wordt zo diep gegaan. Dulli herkende het drama in "Come See About Me" van The Supremes en haalde het nog wat meer voor. "Daar heb ik het mes in de wonde leren draaien", zou hij achteraf toegeven. "Ik paste de muziek wat meer aan de teksten aan; een beetje stout, maar dat mocht wel." Het kwam ook allemaal heel erg dichtbij, want met zijn eerste grote liefde finaal op de klippen gelopen, had de zanger meer dan een paar wonden te likken. De teneur van "What Jail Is Like", het eerste nummer dat hij voor Gentlemen schrijft, is meteen duidelijk; dit gaat niet over romantiek, maar over de zwarte, bijtende kant van liefde als ze gedaan is en nog nazindert. Over de woede, het verraad en de spijt. En wat een man dan doet.

Die gaat op de lappen. Draait om het even welke vrouw binnen, zelfs al weet hij dat hij haar daar mee zal kwetsen. "I'm stuck, 'cause she wants love / And I still want to fuck", zoals het in "Be Sweet" gaat. Maar zo gaat dat als je pijn maar op één manier kunt uitschakelen: door gevoelloosheid te cultiveren, en enkel nog lust na te jagen. Gentemen is wat er gebeurt als iemand al zijn onzekerheden en kwetsbaarheden opbergt achter een facade van groteske mannelijkheid; "I've got a dick for a brain / And my brain is gonna sell my ass to you". Maar ook: "My conscience can't be found / This time I won't repent, somebody's going down." Een destructieve ziel geeft zichzelf de vrije teugel.

Gentlemen is een blik in de spiegel, en Dulli is eerlijk over wat hij daar ziet: het is niet mooi. Hij zat in het diepst van de put, dronk teveel, en kon ook niet van de drugs blijven. En die situatie duurde voort tijdens de opnames. Dat de zangpartijen zo bezeten klinken? Een dronken en door cocaïne op een egowolk drijvende Dulli die een naar de studio meegetroonde stripster probeert te imponeren. Misschien zou ze de volgende ochtend naast hem wakker worden, misschien niet. Het kon ook iemand anders zijn. Als ze de woede en de pijn maar even zou kunnen stillen, al moet je daar niet te hard op hopen: "Tonight I go to hell for what I've done to you. This ain't about regret / It's when I tell the truth." Dat herkauwen van die afgelopen liefde leg je niet zomaar stil, ook niet met het gegiechel van een wilekeurig delletje naast je oor.

De Afghan Whigs vatten Dulli's ongebreidelde woestheid in een sound die schippert tussen ziedende rock, rommelige funk en withete soul. Single "Debonair" heeft het allemaal, en met Dulli oppermachtig in de productiestoel klinkt het ook zoals het moet: rauw, strak en bezield. Drummer Steve Earle legt inventieve ritmes neer vooraleer hij de band wordt uitgezet (wegens egokwesties, drankmisbruik, en ander moois), Rick McCollum laat zijn gitaar loeien, maar het is bassist John Curley die de songs hun onweerstaanbare groove geeft, en in het geval van "Be Sweet" zelfs de song leidt.

Het mag geen toeval heten dat Dulli in zijn contract met major label Elektra, een dochter van Warner met pedigree, bedong dat ze ook zouden financieren als hij zin kreeg een film te maken. Een geinigheidje die hij uit Prince' contract had overgenomen, maar het paste bij zijn toenmalige ingesteldheid. Tot vandaag nog praat de frontman over Gentlemen in cinematografische termen, en terecht. Met de intro "If I Were Going" wordt de scene gezet. "Cause it don't bleed / And it don't breathe / It's locked its jaws / And now it's swallowing" wordt uit "Debonair" gelicht, maar hier kreunt Dulli het over een voorzichtige atmosferische klankband, als de stilte voor de storm; de oude man net voor hij aan zijn flashback begint.

Net zo vormen de laatste drie songs de perfecte outro. "Now You Know" is een laatste keer alle woede en lelijkheid in gitaren en droog meppende drums met Dulli die zijn ex briesend de les leest dat ook zij schuld treft voor zijn rot gedrag. "Did you have blinders on, my ear, or were you just willing?". De Tyrone Daviscover "I Keep Coming Back" is het moment waarop De Man is uitgeraasd, en enkel nog troost zoekt bij dat ene nummer dat hij nachtenlang draaide. En dan mogen de credits rollen over het instrumentale "Brother Woodrow/Closing Prayer".

Het laatste hoogtepunt hebben we dan echter al gehad. Na veertig minuten enkel Zijn verhaal te hebben gehoord krijgen we in "My Curse" Haar kant te horen. Al was dat maar per ongeluk, omdat Dulli het niet gezongen kreeg; die spiegel was plots te zwart. Vriendin Marcy Mays van Scrawl neemt de microfoon over, stuurt de frontman na een paar pogingen onder zijn supervisie de studio uit, en zet de perfecte take neer; beetje achteloos, maar toch breekbaar zingt ze "Oh I do not fear you / And slave I only use as a word to describe the special way I feel for you." Het twijfelt tussen pijn en ongenaakbaarheid; deze vrouw is sterker dan het kleine jongetje dat zo graag groot wil zijn tegenover haar.

"Dat was een slecht jaar voor mij en een paar vrienden", zou Dulli de oorsprong van Gentlemen bij de 21ste verjaardag duiden. "Eentje met een hoop herinneringen en dingen die ik waarschijnlijk nooit zal kunnen vergeten. Al was het maar omdat ik het allemaal heb neergeschreven en op plaat heb gezet." Zo is het maar net, want zelfs al maakten Afghan Whigs met Black Love nog een meer dan aardige opvolger, vanaf 1965, uit 1998 ging het al snel bergaf met de groep, en drie jaar later zouden de bandleden met een droog persbericht laten weten dat het over en uit was. Een reünie zou pas anderhalf decennium nadien volgen, maar leverde vorig jaar met Do To The Beast een straffe comeback plaat op. Zo straf als Gentlemen? Neen, zo diep afdalen in de krochten van het eigen hart doet niemand een tweede keer. Zelfs Greg Dulli niet.

Afghan Whigs spelen op vrijdag 6 februari in Cactus in Brugge en op zaterdag 7 februari in het Cirque Royale. Beide concerten zijn uitverkocht.

E-mailadres Afdrukken
 
The Afghan Whigs

Uit ons archief
Banner

TEST