Banner

The Kinks

Are The Village Green Preservation Society (1968)

Freek Lauwers - 29 september 2014

“The Kinks? Dan denk je toch meteen aan Engeland, afternoon tea, royalty, marmelade en cricket? Hoeveel Britser kan een band eigenlijk zijn?” We horen het u van op kilometers afstand denken. Toch was er een tijd dat het anders was, dat de band rond Ray en Dave Davies gecatalogeerd werd als luid en langharig schorremorrie dat je maar beter zo ver mogelijk van je huwbare dochters af kon houden.

Het is 1968, The Summer of Love is net achter de rug. De hele wereld staart naar de VS met zijn flower power en zijn Woodstock, de muziekscene staat op zijn kop door de pyrotechnische experimenten van Jimi Hendrix, de poëtische kracht van Jim Morrison en Lennon/McCartney – adjectieven niet nodig. De eerste van Led Zeppelin en Beggar’s Banquet van The Rolling Stones – het album van “Sympathy For The Devil” - bezetten de platenspelers. Ook is de British Invasion volop aan de gang: Britse rockbands als The Beatles, The Stones, The Who en The Animals overspoelen de VS en verdringen de Amerikaanse bands uit de hitlijsten.

Eigenlijk had in dat rijtje ook The Kinks moeten staan, ware het niet dat Ray Davies en de zijnen in 1965 de toegang tot het land voor vier jaar werd ontzegd. Wegens – u raadt het al – wangedrag allerhande. De band werd niet geheel onterecht gepercipieerd als langharig keetschoppend tuig, met bij de goegemeente niet bepaald in goede aarde vallende mod anthems als “You Really Got Me” en de bijhorende, voor jonge Britse popbands o zo kenmerkende mengeling van nonchalance, branie en jeugdige arrogantie. De vele incidenten tijdens hun concerten zullen hun zaak allicht ook niet veel goed hebben gedaan. Het verbod kwam hard aan: op het hoogtepunt van de Britse invasie verloor de band de kans om zijn succes op de Amerikaanse podia te verzilveren.

Als tegenreactie en misschien ook wel uit schuldgevoel omdat hij en zijn band Groot-Brittannië een slechte naam hadden bezorgd, besloot Ray Davies zich meer en meer te laten inspireren door de music hall en het variététheater uit datzelfde Engeland. Terwijl de hele muziekwereld opging in een soort collectief rockdelirium, plooide Davies terug op zichzelf, zijn jeugdherinneringen en zijn wortels. Het leverde songs op als “Sunny Afternoon”, “A Well Respected Man”, “Waterloo Sunset” en “Dandy”. Songs die door pers en publiek zo gesmaakt werden dat ze Davies deden besluiten verder te gaan op het ingeslagen pad en dan maar een heel conceptalbum op te hangen aan zijn uit introspectie en nostalgie ontsproten songideeën.

Dat conceptalbum werd uiteindelijk The Village Green Preservation Society, een reeks verhalen, schetsen en figuren uit en over een geïdealiseerd Engeland dat eigenlijk nooit echt heeft bestaan. De Village Green is trouwens het centrale grasveld in een Engels dorp waarop dorpsfeesten werden gehouden, cricket werd gespeeld en dies meer. Davies zingt in de titelsong verder over strawberry jam, draught beer, custard pie, , china cups en tudor houses. Als dat geen liefdesverklaring is!

In “Do You Remember Walter?” bezingt hij de nostalgie zelve: het is het verhaal van een oude jeugdvriend die jaren later al zijn zotte dromen heeft opgegeven en zich in een doordeweeks en ietwat troosteloos bestaan heeft geschikt. Het van een fantastisch stuiterende openingsriff voorziene “Picture Book” gaat over de foto’s die er uit ieders kindertijd wel te vinden zijn en de daarmee samenhangende verhalen die op familiefeesten steeds maar weer dienen opgerakeld te worden. “Last of the Steam-Powered Trains”, waarin je met behulp van slechts een snuifje fantasie een echte stoomtrein kan horen, drijft op een aanvankelijk slome bluesriff die met almaar meer steenkool wordt opgedreven.

“Big Sky” en “Sitting By The Riverside” zijn odes aan het zalige niets doen. “When I feel that the world is too much for me I think of the big sky, and nothing matters much to me”, klinkt het in “Big Sky”. In “Sitting By the Riverside” speelt een zwaar met galm en echo bewerkt orgel een hoofdrol. “Spend my time/Just drinking wine/While looking at the view”, besluit Davies aan het einde van de song. In “Animal Farm” bezingt hij de geneugten van het tot wasdom komen op een boerderij. “This world is big and wild and half insane/Take me where real animals are playing/Just a dirty old shack/Where the hound dogs bark”, gaat het alweer erg nostalgisch.

“Village Green” is zowat het vlaggenschip van de plaat. “I miss the village green/And all the simple people/I miss the village green/The church, the clock, the steeple/I miss the morning dew, fresh air and sunday school”, luidt het. En zo breit Davies het ene idyllische beeld van een ruraal en pittoresk Engeland aan het andere. Het lijkt wel alsof hij de jachtige levensstijl die eigen is aan het popsterrendom beu was en dat hij daarom zo verlangde naar een geïdealiseerd en zelfs escapistisch geschetst Albion.

Aanvankelijk leek de plaat in de plooien van de geschiedenis te verdwijnen, slechts in uitgesteld relais kreeg het album zijn verdiende status als een van de meest invloedrijke albums uit de Britse popgeschiedenis. Voor Ray Davies was het de plaat waarop hij zichzelf en zijn muziek heruitvond en waarmee hij aantoonde dat hij een ware ambachtelijke songsmid is. Zo eentje die in de lijstjes van groten maar nét moet onderdoen voor klasbakken als Lennon/McCartney of Jagger/Richards.

De band zette zijn patriottische trip verder op Arthur (Or The Decline And Fall Of The British Empire). Een album dat – ook in de VS – wél met open armen werd ontvangen. The Kinks zou er – eens de juridische banvloek achter de rug - nog talloze keren met erg veel succes toeren. In eigen land werd hen door pers en publiek alle jeugdzonden vergeven. Sterker zelfs: Davies en zijn band werden zo’n beetje de chouchou’s van de gemiddelde Brit. Davies en co kregen navolging bij The Jam, The Clash en vooral tijdens de britpopexplosie in de jaren negentig. Met name Blur en zijn frontman Damon Albarn lieten zich op Modern Life Is Rubbish en Parklife overduidelijk beïnvloeden/inspireren door het geflirt met Britse clichés van The Kinks. Met het gekende succesvolle gevolg. En Ray Davies? Die staat op zijn zeventigste nog steeds flegmatiek te wezen op het podium. Cool Brittannia!

E-mailadres Afdrukken