Banner

Slowdive

Souvlaki (1993)

Nout Van Den Neste - 17 juni 2014

Slowdive had zijn groepsnaam niet beter kunnen kiezen: de naam schoot bassist Nick Chaplin te binnen na een droom en omschrijft het geluid van zijn band perfect. De shoegaze van het vijftal klonk als de grootse, melodieuze soundtrack bij een slow motion onderwaterdroom, ingekleurd door dikke lagen synthesizers en door effecten vervormde gitaren tot een apocalyptische wall of sound. In 1993 vatte Slowdive met Souvlaki in tien wereldsongs haar eigen melodieuze, sfeervolle essentie.

alt

Na een decennium barbaars Thatcherisme vonden eind jaren tachtig veel Britse jongeren via de dromerige shoegaze een vluchtweg uit turbulente economische tijden. "Shoegaze" was de geuzennaam die de immer venijnige muziekpers aan bands gaf die live de neiging hadden naar hun schoenen te staren tijdens het spelen. Dat was niet uit gebrek aan respect voor het publiek, maar om de vervormingseffecten en de pedalen waar ze hun gitaren en stemmen doorjaagden in het oog te houden.

Bovendien was shoegaze een nagenoeg volledig apolitieke, apathische scène (en was Slowdive een bijzonder apolitieke band) en dat wekte wrevel op bij muzikanten die meenden dat politiek engagement tegen het beleid van de Tories broodnodig was. Met name Richey Edwards van de Manic Street Preachers -- kwade mijnwerkerszonen uit Wales en nooit om een straffe quote verlegen -- liet optekenen: “Wij zullen Slowdive altijd meer haten dan Hitler.” De vaak experimentele nummers zonder refreinen werden zelden op de radio gedraaid en shoegaze bleef een scène die in de marge opereerde (behalve op Ride na, die wel de weg naar een groter publiek vond).

Zogenaamde shoegaze bands zoals My Bloody Valentine en Ride bouwden verder op het geluid van de Cocteau Twins (de gitaren! de synthesizers! de nauwelijks verstaanbare teksten!), Sonic Youth, The Velvet Underground (met name “Sunday Morning”) en psychedelia uit de jaren 60. Het was etherische muziek waarvan het dromerige geluid zijn oorsprong vond in de populaire new wave, de rebelse post punk en de indie-muziek van de C86-bands.

Meer nog dan invloed van bepaalde genres of bands was shoegaze vooral een korte maar krachtige golf die de poorten van de rockmuziek opende voor invloeden uit de elektronica en ambient. Op Souvlaki staat bijvoorbeeld één volledig instrumentale song, “Souvlaki Space Station”. Er wordt gebliept en met echoënde gitaren gegierd dat het een lieve lust is: het is niet het meest toegankelijke nummer van de plaat, maar ondanks de vele instrumenten en effecten verzuipt het nooit in totale chaos.

Die interesse voor elektronica en experimenten met studiotechnieken blijkt ook al uit Slowdive’s debuut Just For A Day (1991). Dat was een met een dikke laag synthesizers en echo’s overgoten plaat die voornamelijk in atmosferische arrangementen en wazige gitaareffecten grossierde en waar songs nogal moeilijk van elkaar te onderscheiden waren. Een op het eerste gehoor indrukwekkend debuut met een overvloed aan sfeer, maar een latent gebrek aan goede songs.

Na een resem EP’s houdt opvolger Souvlaki de blik gelukkig wel strak op de songs gericht. Op tracks als “Melon Yellow” en “40 Days” hoor je nog steeds de synthesizers en vervormde gitaren met delay-effecten van het debuut maar dit keer worden de songs vakkundig vooruit gestuwd door een sterke opbouw en melodieuze refreinen die met hun weids klinkende echo’s ook op festivals niet misstaan. Dit zijn misschien wel popsongs -- de vocale harmonieën en melodieën doen aan The Beatles of The Byrds denken -- maar ze worden door Slowdive vervormd tot grootse, innemende dromen: de vijf-kilometer-per-uur-wereld van narcotica-verslaafden.

alt

De ambient-effecten uit de intro van “Altogether” toonden bovendien hoezeer Slowdive bereid was om over zijn eigen grenzen te kijken. Aanvankelijk had zanger en voornaamste songwriter Neil Halstead Brian Eno als producer voor Souvlaki gevraagd. Brian Eno wees het verzoek af -- Slowdive zelf heeft het album uiteindelijk geproduceerd -- maar hij heeft wel keyboard gespeeld en de track “Sing” meegeschreven. Het lied zelf heeft niets wat je een refrein zou kunnen noemen en sleurt je mee in een hypnotiserend universum: Goswell zingt nauwelijks verstaanbare, steeds terugkerende flarden tekst met daarrond gedrapeerde synthesizers en een slepende drum. Het gaat er niet om wat er gezongen wordt, maar wel dát er gezongen wordt. Sfeer is het doel, de song het middel.

De keren dat de teksten wel verstaanbaar zijn, liggen duisternis en melancholie op de loer. In “Machine Gun” kirt Goswell met een hoge stem “Just the weight of the water drags me down, again/Guess I’ll think the water is my friend, yeah” als in een wazige koortsdroom omringd door spiralende synthesizers. Het klinkt allemaal heel liefelijk, maar vrolijk is anders. Eenzelfde bloederig fatalisme druipt ook van het volkomen akoestische “Dagger”: “You know I am your dagger/You know I am your wound”, een verwijzing naar de op de klippen gelopen relatie tussen Halstead en Goswell. In al zijn directe, poedelnaakte rauwheid is deze dramatische afsluiter na negen in effecten gedrenkte songs een behoorlijke schok.

Een van de absolute hoogtepunten moet wel “When The Sun Hits” zijn, het meest dynamische nummer van Souvlaki: het brengt je van onpeilbaar stille dieptes in de strofes naar ijle, duizelingwekkende hoogtes in het refrein. Bij de strofes droom je nog aangenaam weg maar voor je het weet, wordt je in het gezicht geslagen met de apocalyptische gitaren van het refrein dat een impressionante schoonheid onthult die tegelijk angst inboezemt: alsof de wereld vergaat bij een dramatische zonsondergang. Alleen met een koptelefoon en de ogen gesloten komt dit nummer volledig tot zijn recht.

Slowdive had, net zoals zoveel andere shoegaze-bands, de tijd niet mee. Souvlaki mocht dan wel tien sterke (pop)songs in een uitgekiende productie brengen die met al de reverb, echo’s en effecten letterlijk je stereo kan doen zweven, bij de release in 1993 werd het een absolute flop. Toen ook nog de Amerikaanse release, pas acht maanden later, grandioos werd verknald door platenfirma SKB, bleek de plaat helemaal een doodgeboren kind dat niets meer vond dan een spaarzame groep devote volgelingen.

Nog één album zou de groep opnemen, maar de elektronica en ambient-experimenten maakten van Pygmalion een allesbehalve toegankelijk album waar enkel diehard fans nog vat op kregen. Slowdive -- ondertussen bijna eenmansband van Halstead geworden -- zou nog datzelfde jaar uit elkaar gaan en versplinterde eerst in de americana spin-off Mojave 3 en later in een solocarrière van zowel Halstead als Goswell. Het verhaal van Slowdive leek voorbij, maar wie kijkt naar bands als Deerhunter, Beach House of M83 kan alleen maar stellen dat zeker Souvlaki een grotere invloed heeft gehad dan de muzikanten op dat moment zelf hadden kunnen vermoeden.

Slowdive speelt op 21 juni op Best Kept Secret en op 14 augustus op Pukkelpop.

E-mailadres Afdrukken