Banner

Tom Waits

Closing Time (1973)

Gert-Jan Wijnant - 03 december 2013

“ 'Cause it's been forty years or more, now Martha please recall/Meet me out for coffee, where we'll talk about it all”. Het zou vandaag kunnen zijn, de dag waarop Tom Waits zijn verloren geliefde eindelijk terugbelt in het alom bekende “Martha”. Het was immers in 1973 dat zijn voortreffelijke debuut Closing Time het daglicht (of beter: het schemerduister) zag om de wereld te laten kennismaken met een van de meest getalenteerde singer-songwriters. Een schets van die "days of roses, of poetry and prose".

Downtown Los Angeles, de prille jaren zeventig van de vorige eeuw. Terwijl voor het gros van zijn generatie het besef begint op te doemen dat ze weldra bruusk zullen moeten ontwaken uit de naïeve dromen van de sixties, haalt een jongeman uit California de schouders op. Veel heeft hij er nooit mee gehad, dat flowerpowervolkje. Nee, levenswijsheid haalde je bij beat poets als Kerouac of Ginsberg, en échte muziek, dat was de swingende jazz van Frank Sinatra, of de rythm and blues van Ray Charles. Zijn vaste bestemming waren de stripclubs en bruine kroegen, waar hij in de avond als bordenwasser en uitsmijter werkte, in de vroege uren kroop hij achter de piano om zijn ziel bloot te geven aan achterbuurten van de desolate grootstad. Tom Waits in zijn vroegste vorm: de bohemien, de romantische vagebond.

Maar het debuut dat Waits vervolgens op de wereld zou loslaten, het tijdloze Closing Time, is meer dan de nachtelijke toogplaat waarvoor ze maar al te vaak wordt versleten. Ze laat het openingsakkoord horen van de enigmatische artiest die doorheen de daaropvolgende jaren zou uitgroeien tot zijn eigen unieke genre, dat alles beslaat van ingetogen treurliederen en grauwe gospel tot avant-garde en carnavaleske bombast. Maar die muzikale metamorfose was nog steeds veraf in 1973, toen de bezopen Randy Newman nog geen bulderende Captain Beefheart was geworden.

Want voor wie enkel Waits’ latere werk kent, is zijn eerste telg verbazend vlot verteerbaar en conventioneel. Sobere, jazzy pianoballades, zorgvuldig ingekleurd met folkgitaar, bas, strijkers en een occasionele trompet. De rokerige bariton van een weemoedig ballroom balladeer, hier nog niet omgevormd tot een menselijke rasp, croonend op het randje van zelfmedelijden. Een opbeurend streepje muziek valt Closing Time dan ook bezwaarlijk te noemen, met haar centrale bitterzoete romantiek die op de pechstrook van het leven veelal een schouder moet bieden om op uit te huilen.

Alle stadia van de liefde komen immers aan bod: de vroege aanhef, zoals de smachtende verklaringen van het countryachtige “Rosie” of de geen klein beetje seksueel geladen verleiding in het opmerkelijk upbeat “Ice-Cream Man” ("I’ve got a big stick momma that will blow your mind"). Maar ook hier loeren de blues al om de hoek, in de universeel herkenbare confrontatie in “I Hope That I Don’t Fall In Love With You”. De protagonist aan de toog gluurt de hele avond naar een naburige deerne, die als hij zichzelf eindelijk de moed heeft ingedronken haar aan te spreken, natuurlijk spoorloos blijkt te zijn. "And I think I just fell in love with you". Snik.

We aanschouwen de verliefdheid in haar volle glorie in het zeemzoete “Little Trip To Heaven (On The Wings Of Your Love)” en de euforie van een postcoïtale ochtendrit huiswaarts in opener “Ol’ 55”. En daarmee komen we tot wat Waits’ grootste inspiratie lijkt te zijn: het gebroken hart. Het verscheurende afscheid van “Old Shoes (& Picture Postcards)”, de onvermijdelijke pijn in het aartsdonkere “Lonely”, het doelloze ronddolen op “Virginia Avenue”. En dat die perikelen jarenlang kunnen aanslepen, bewijst het onsterfelijke “Martha”. Of het nu de wrange regels als "How’s your husband/How’s your kids/ You know that I got married too", de spaarzame pianotoetsen of de perfect georkestreerde strijkers die invallen bij het refrein zijn, Martha is het type nummer waarbij het amper mogelijk is om onberoerd te blijven, hoe makkelijk het ook als melig zou kunnen worden afgedaan. Meer dan eender waar op Closing Time, klinkt Waits klinkt hier als de grijsaard die het allemaal al gezien heeft in plaats van de twintiger die hij destijds was.

En het is net dat wat bijdraagt tot de legende van Closing Time: in retrospect lijkt het wel of Waits een omgekeerde evolutie heeft doorgemaakt. Hoe de jeugdige barpianist, tot over zijn middel vastgeroest in de tradities van jazz en blues, zich met ouder worden ontwikkelde tot muzikaal schenenschopper. Aanvankelijk ging dat zeer geleidelijk, The Heart Of Saturday Night en Nighthawks At The Diner waren rechtstreekse verderzettingen van Closing Time; op Small Change of Foreign Affairs hoorden we Waits’ croon verzwaren tot zijn karakteristieke grafstem. Maar ook niet meer dan dat. En de boterham raakte langzaamaan uitgesmeerd. Als een van de trieste figuren die zo veel van zijn nummers bevolkten, was hij op weg om een karikatuur van zichzelf te worden. Zover is het gelukkig nooit gekomen, want ineens was daar het surrealistische Swordfishtrombones in 1983, waarmee Waits zichzelf een compleet nieuwe muzikale identiteit aanmat die de basis zou vormen voor de rest van zijn carrière.

Maar laat één ding duidelijk zijn, deze bruuske stijlbreuk mag dan misschien wel de voornaamste reden waarom er na veertig jaar nog steeds over Closing Time gepraat wordt, de plaat blijft op zich een melancholisch meesterwerk. Een goed excuus dus om dit prachtige debuut van Tom Waits nog eens van onder het stof te halen, zij het als archiefmateriaal, zij het als perfecte middernachtplaat.

E-mailadres Afdrukken
 
Tom Waits

Uit ons archief
Banner

TEST