Banner

Bark Psychosis

Hex (1993)

Matthieu Van Steenkiste - 19 maart 2013

In het grote muziekgeschiedenishandboek zal Hex wel voor eeuwig "die plaat waarvoor de term 'post-rock' is bedacht" blijven. Dat is wat mager. Deze plaat verdient meer in zijn lemma, want er was een reden waarom recensent Simon Reynolds de nood aan een nieuw etiket voelde. Het debuut van Bark Psychosis verkende immers heel wat nieuw terrein.

alt

Nochtans waren Graham Sutton, John Ling en Mark Simnett ook maar gewoon, zoals elke tiener eind jaren tachtig, als hardcorebandje begonnen: covers van Napalm Death, later Sonic Youth, Swans, Butthole Surfers, ... Maar er was altijd al iets meer aan de groep uit Bristol. Tegen 1990 had Bark Psychosis zich een livereputatie vergaard, dankzij concerten die telkens weer onvoorziene richtingen uitgingen. Hier was een groep aan het zoeken, en dat proces op zich zien was opwindend. Prille opnames volgden. Een flexidisc samen met Spiritualized en Fury Things zou het eerste opgenomen spoor van leven zijn, maar echt officieel bestond de groep pas op plaat met de single "All Different Things".

Begon alles in veel lawaai, op plaat zocht de groep meer en meer de stilte op. "Op een dag heb ik gewoon mijn kar gekeerd. Ik realiseerde me dat dat zwijgen zoveel meer impact had dan noise", zou Sutton later zeggen. "Ruimte en stilte zijn de belangrijkste instrumenten in muziek. Het obsedeerde me wat je daarmee kon doen." Ruimte en stilte zouden dan ook twee van de hoofdbestanddelen van Hex worden. Voor dat eerste zorgde de St.-Johnskerk in Stratford (Oost-London), waar de bandleden dankzij de connecties van drummer Simnett mochten repeteren. "Zo kregen we echo zonder echokamers", legde Sutton uit. "Je zette je microfoons in die kerk, en ze namen meer op dan wat je speelde; ze vatten ook het gevoel en de atmosfeer van die plek. Dat is iets anders dan de standaard-echo van een fabrieksstudio."

Misschien was het geen toeval dat Bark Psychosis voor zo'n setting koos. Had Talk Talk Spirit Of Eden immers ook niet in zo'n gewijde omgeving opgenomen? Er is in elk geval meer dan één echo van die voormalige new romanticsband te horen op Hex. "Fingerspit" laat stilte en ruimte bijvoorbeeld op eenzelfde manier op elkaar inwerken als Talk Talk dat eerder deed; met een spaarzame jazzy gitaar en drum en een licht-dramatische voordracht in Suttons zang.

Bark Psychosis bracht echter meer dan dat geluid mee naar de studio. Een stevige dub-invloed bijvoorbeeld, die zeker in de eerste helft van de plaat erg wordt uitgespeeld. Onderwaterbassen leiden, en drijven nummers op een gemoedelijke manier voort; een bed voor Sutton om zijn meanderende gitaren op te rusten te leggen, nu eens jazzy, dan weer met een ferme knipoog naar het pizzicato van Vinni Reilly van The Durutti Column, zoals wel heer erg hoorbaar in de outro van opener "The Loom", dat van een bloedmooie piano-intro plots helemaal ergens anders lijkt te belanden.

"Big Shot" begint met het soort zware baslijn, ijle zang en allerhande geluidjes dat begin jaren negentig het watermerk van ambient was. Maar eerder dan zomaar te blijven dobberen, volgt het nummer toch een strak pad vooruit. Over elk breakje, elke losse drumbeat is goed nagedacht. Er is iets dat de luisteraar mee verder trekt: een zin voor mooie melodieën, die een verhaal vertellen. "Eyes & Smiles" mag dan acht minuten en een half duren, het verveelt geen moment. Net als bij Talk Talk was elke noot weldoordacht op plaat beland; bijgeschaafd, herbekeken, verplaatst en uiteindelijk minutieus op de juiste plek gezet.

En zo zweefde Hex ongrijpbaar door het muziekzwerk. Te melodieus voor ambient, te weinig strofes en refreinen om van liedjes te spreken. Post-rock, inderdaad: het was muziek die de poses van zich had afgelegd en in alle vrijheid zijn weg zocht. "Classical music for the noise generation", omschreef een recensent het bij verschijnen, en dat was niet ver van de waarheid. De manier waarop "Pendulum" spaarse pianoklanken negen minuten laat dialogeren met andere vage geluiden ligt niet ver van wat in het hedendaags klassiek gaande was, vage drone op de achtergrond inclusief.

Met Hex was het verhaal van Bark Psychosis echter al meteen uitverteld. Niet lang na de release begon de groep langzamerhand uit elkaar te vallen. Nog één single volgde: "Blue", dat een veel meer dansbare richting liet horen. Geen wonder dus dat Sutton zich de jaren nadien als Boymerang op drum-'n-bass zou storten. Pas in 2004 haalde hij de oude bandnaam nog eens van onder het stof voor Codename: Dustsucker, een plaat waar voorts geen van de oude leden op meespeelde, en die alweer een ander geluid liet horen. Dat moest ook: veel perfecter dan Hex kon het toch nooit worden. Dat werk was al eens gedaan.

E-mailadres Afdrukken