Banner

Martin Küchen

22 november 2011, Parazzar (Brugge)

Guy Peters - foto's: Petra Cvelbar - 23 november 2011

Leerden we de Zweedse saxofonist Martin Küchen de voorbije jaren vooral kennen als een begenadigd leider van tumultueuze bands als Exploding Customer, Trespass Trio en Angles (hun Epileptical West schopte het tot ons hoogste schavotje van 2010), dan zou hij zijn langverwachte Belgische debuut in z’n eentje maken. Niet dat de impact er minder om was.

Alhoewel: het was toch even schrikken toen de man na een korte, goedlachse introductie (ook eens fijn om te zien dat avant-garde artiesten zich niet steeds achter een façade van afstandelijke cool moeten verstoppen) amper hoorbare geluiden uit z’n tenorsax perste. Hoor je hem in bovenstaande bands vooral in de rol van voortrekker, gezegend met een machtig intense klank en een onwrikbaar passionele inval, dan koos hij er nu voor om het fluisterniveau niet te overstijgen. Door z’n instrument te dempen met objecten en te spelen met ademhaling creëerde hij hypergeconcentreerde luisteroefeningen vol kleine ritmische verschuivingen, ontglipte dubbeltonen en variaties op een ademstoot.

Je moest de oren spitsen, want een whiskyverpakking werd zowel gebruikt om in het uiteinde van z’n saxofoon te stoppen als om in stilte percussieve ruis te maken. Geen muziek die het moet hebben van het grote gebaar dus, maar de zichtbare concentratie en de totale stilte voor het podium zorgden voor de ideale omstandigheden om dit mee te maken. Het is geen sinecure om zo’n ongewone muziek te spelen, maar het leverde duidelijk het gewenste effect op. Hoogtepunt van het sologedeelte was het slot, waarvoor Küchen het mondstuk volledig verwijderde, vervolgens een stil spelende pocketradio aanzette en met tongue slapping opnieuw een trancebeweging op gang bracht.

De politiek geëngageerde muzikant trad op het voorplan toen Lander Gyselinck erbij betrokken werd voor een melancholische oorlogssong. De drummer koos aanvankelijk voor metalige effecten, terwijl Küchen heen en weer schuifelde en wiegde en stilletjes de intensiteit opdreef. Momenten van stilte werden abrupt verbroken door klagerige, bijna brullende uithalen, en dan kwam die indrukwekkende emotionaliteit ineens naar boven, dat machtig meeslepende spel dat zijn platen zo bijzonder maakt. Er zat jazz in, er zaten klezmerachtige melodieën in, maar vooral veel directe expressie. Zo neutraal als de eerste set begon, zo woelig werd ze afgesloten.

De tweede set werd als duo afgewerkt en er werd uitgepakt met het meer “voorspelbare” materiaal, twee kloeke improvisaties die opmerkelijk consistent van kwaliteit bleven. Gyselinck toonde zich alleszins een goed luisteraar, die mooi wist in te pikken op de stapsgewijze aanpak en verschuivende expressies van de Zweed, en wist de val te vermijden van steeds mee te gaan in het verhaal. Door de ontbolsterende passie een platform te geven en niet noodzakelijk te volgen in het volume, kreeg het blaaswerk van Küchen nog meer slagkracht. Van de speciale geluiden was nu geen sprake meer, dit was pure freejazz vanuit de onderbuik: woelig, meeslepend en in your face.

Na de relatieve high energy van de opener ging het vervolg wat bedachtzamer van start, maar al snel zaten de twee weer op een geladen koers, waarbij Gyselinck zich ook meer liet gelden, wat exotische ritmes ophoestte en er zowaar in slaagde om een hiphopritme binnen te smokkelen dat Küchen prachtig counterde met een repetitief gescheur in het hoge register. Dat mag achteraf allemaal wat vaag lijken, maar zo klonk het allerminst. In een landschap dat soms wordt gedomineerd door muzikanten die het achterste van hun tong zelden of nooit tonen, is Küchen een verademing, een artiest die steeds het volle pond geeft.

De politieke en maatschappelijke betrokkenheid die Küchen drijft, heeft z’n effect op zijn muziek, die vaak ongehoord rauw en emotioneel kan zijn, van wrange treurnis tot briesende uitgelatenheid. Dat hij er zelfs in deze context in slaagde om diezelfde impact te genereren, met muziek die zelfs degenen die nooit van hem gehoord hadden van de eerste tot de laatste seconde wist te boeien, maakte het dubbel zo mooi. De reacties achteraf spraken boekdelen. Muzikanten als Küchen kunnen we gebruiken. ’t Is enkel wachten tot de dames/heren concertorganisatoren dat inzien en de daad bij het woord voegen. Tot het zo ver komt zijn er gelukkig al die machtige platen.

E-mailadres Afdrukken