Banner

Follow The Sound

12 november 2011, De Singel

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 13 november 2011

Ruimtereizen, gerotzooi met de inlandse eik en een muur van overstuurde elektronica kleuren de tweede dag van het festival. Op de slotdag gaat dat ongetwijfeld iets anders geven. Wat op papier vooral veel gespierd machtsvertoon belooft, wordt soms ook zo uitgewerkt. Hier en daar gebeurt het echter niet volgens verwachtingen.

Het Jorrit Dijkstra & John Hollenbeck Lab Orchestra laat de resultaten horen van een workshop die het duo organiseert met een vijftiental jonge muzikanten. Daar zitten een paar bekende gezichten bij (Andrew Claes en Lynn Cassiers), maar vooral ook jonge snaken die klaargestoomd worden voor de toekomst en technieken voor ‘instant group composition’ aangeleerd krijgen. Het is nogal een zootje, met twee drummers, een stuk of vier gitaristen en blazers, drie bassisten, een vibrafonist en twee zangeressen, maar al snel blijkt dat de leraars het formaat van de band weten om te buigen naar een voordeel. Het gaat daarbij om eerder formele experimenten, maar die zorgen hier en daar wel voor erg fraaie resultaten.

Dijkstra’s compositie, opgebouwd als een wisselwerking tussen de linker- en rechterhelft van de groep, met afwisselend abrupte en iets langere speeltijden, heeft haast iets van John Zorns gedirigeerde stukken, waarbij handgebaren het verloop bepalen. Hollenbecks stukken zijn divers: de opener (“Flock”) is gebaseerd op het geluid van een ganzenvlucht en leidt ook tot een druk gekwetter van alle betrokkenen waarbij je niet weet waar eerst te kijken en luisteren. Een later stuk is een stuk ingetogener, aanleunend tegen een minimalistische sound en met fijnzinnige, rond zang en piano geboetseerde passages. De uitvoering van “Rain” en “Clouds” uit Steve Lacy’s “The Precipitation Suite” is dan weer een heel geslaagd vormexperiment, met vooral het regenstuk als kleine tour de force. Kortom: voor de betrokken muzikanten ongetwijfeld een leerrijke ervaring en een aangename opener om de dag mee te beginnen.

Ken Vandermark mag intussen beginnen denken aan een buitenverblijf in België, want volgens onze berekening is dit al z’n vijfde concert dit jaar in België, en telkens met een andere band. Een maand na Side A, het trio met Chad Taylor en Havard Wiik, komt hij nu het nieuwe Made To Break voorstellen, een kwartet met oudgediende Tim Daisy, bassist Devin Hoff en elektronicaman Christof Kurzmann. Het werd vooraf aangekondigd als Vandermarks meest radicale project, al blijkt dat nogal een overdrijving. De bijdrage van Kurzmann valt vooral op door subtiliteit. Vandermark werkt in het verleden al samen met knopjesdraaiers, zoals Thomas Lehn (iTi) en Lasse Marhaug (Fire Room), maar die legden zelden de evenwichtige aanpak van Kurzmann aan de dag. Die mag het concert openen met krakende geluidsgolven, maar trekt zich plots terug en zal geen enkele keer gaan domineren.

Op zich geen probleem want het is verrassend om te zien hoe ingetogen dit kwartet eigenlijk van start gaat. Hoffs spel op de elektrische bas is vrij eenvoudig en krachtig, maar de muziek valt vooral op door z’n openheid en kaalheid en doet meer dan eens denken aan het al even rockgerichte Powerhouse Sound. De composities zijn stuk voor stuk lang en naar goede Vandermarkgewoonte voorzien van een duidelijke skeletstructuur, maar geven ook ruimschoots de kans om te improviseren. Vooral Daisy trekt daarbij het laken naar zich toe, met heftig roffelend, vaak nogal funky drumwerk, terwijl Hoff eerder braafjes baslijnen afwerkt. Kurzmann zorgt voor subtiele schakeringen, terwijl Vandermark op de klarinet en tenorsax in het eerste stuk vooral ingetogen dingen laat horen. Het concert barst pas open in de er op volgende stukken, vooral dan door expressiever spel van de rietblazer. Echt verrassend of overrompelend wordt het concert nooit, maar het doet uitkijken naar meer. Goed nieuws: het album komt eraan in december.

De tweede carte blanche van het festival was voor drummer Teun Verbruggen, die er in slaagt een wel heel straffe bende bij elkaar te krijgen. Wanneer de muzikanten het podium van de Blauwe Zaal betreden, lijkt het zelfs even op een wie is wie? van de avant-garde, met rietblazer Andrew d’Angelo, trompettist Nate Wooley, gitarist Marc Ducret, bassist Trevor Dunn en toetsenman Jozef Dumoulin. Wie verwacht dat dit gelegenheidssextet -- dat nog wat concerten afwerkt als Bureau Of Atomic Tourism -- zich er vanaf maakt met pure improvisatie, zit erlangs want er verschijnt een ensemble aan de meet dat heel goed weet waar het mee bezig is en duidelijke afspraken gemaakt had. Het handvol composities wordt bepaald door soms erg strak in elkaar gestoken thema’s, al blijft er ook een pak ruimte over voor improvisatie.

In de frontlinie van de blazers zit het meteen goed, met zowel bij d’Angelo als Wooley een indrukwekkende instrumentbeheersing die de twee in staat stelt te variëren van de ongebruikelijke speeltechnieken tot loepzuivere melodielijnen en het soort forsbollerij waarbij de nekaders overeind springen. Vooral d’Angelo, de facto de leider van het sextet, speelt met een rauwe overgave en gedrevenheid die snel de rest van de band meetrekt in het verhaal. Na twee stukken zit het concert al drie kwartier ver maar van verveling is geen sprake. Daarvoor is de wisselwerking te gecoördineerd en kent iedereen z’n plaats te goed. Ook Ducret -- nochtans een gitarist die zichzelf graag op het voorplan schuift -- speelt erg functioneel, soms op fluisterniveau.

Er moet aan toegevoegd worden dat het Belgische duo zeker niet onder de voeten gelopen wordt door de buitenlanders. Hoewel Dumoulin eerder een ondergeschikte rol lijkt aan te nemen, weet hij zich perfect in te schakelen in het geheel. Ook Verbruggen voelt zich duidelijk goed in z’n sas, speelt creatief en begeesterd en zorgt samen met Dunn, die zich nog maar eens toont als een fantastisch bassist en de ruggengraat van de band, voor een machtig groovend fundament in het laatste stuk, dat het concert op kooktemperatuur brengt. Met zoveel muzikale ego’s in een band zou je wel eens kunnen gaan denken dat het een opschepperig getouwtrek kan worden, maar het tegendeel is waar: dit is straf spul.

Een paar dagen na hun vorig Belgisch concert, waarin ze zich toonden als een gespierde freejazzmachine, is The Thing terug als afsluiter van het festival. Dat doen ze in het gezelschap van Ken Vandermark en elektronicaman Lasse Marhaug, die zich vanaf de eerste minuut laat gelden met een kolossale muur van overstuurd geloei, ontlokt aan het vinyl dat hij ter plekke vandaliseert. Van de verfijning die Kurzmann bij Made To Break aan de dag legde, is bij Marhaug geen sprake. Maar wat verwacht je dan ook van een kerel die in een Napalm Death-shirt het podium opstapt? Die speelt voluit de kaart van het maximalisme en neemt zelden gas terug, alsof hij vindt dat hij geen andere keuze heeft in het gezelschap van deze krachtpatsers. De heren van The Thing razen ook door het oeuvre van Sun Ra door enkele klassieke composities, of flarden ervan, te verwerken in hun melange van bonkende freejazz, improv en noise.

Soms zorgt dat voor straffe contrasten, zoals wanneer het thema van “Enlightenment”, de opener van Sun Ra’s klassieke Jazz In Silhouette, op een fond van ruisklanken wordt gelegd. Het doet even denken aan Swedish Azz, een andere band van Gustafsson die balzaaljazz combineerde met elektronica-ingrepen. Het samenspel van Gustafsson, bassist Haker Flaten, drummer Nilssen-Love en Vandermark zit doorgaans goed, al wordt de Amerikaan wel zowat weggeblazen als hij zich beperkt tot de klarinet. Op de tenorsax weet hij zich beter staande te houden, al moet hij ook daar het overrompelende geweld van de Zweed (tenor/bariton) doorstaan. Die loodst het vijftal door nog een stel Sun Ra-composities (“We Travel The Spaceways” verdween even snel als het opdook), vaak nog eens opgejaagd door Marhaug, die het pedaal maar blijft indrukken.

Dat is meteen ook de opvallendste smet op dit potige slotconcert. Niets zo plezant als muzikanten erover zien gaan, maar dit vijftal had er voor een keer beter aan gedaan om iets minder het buikgevoel en de liefde voor volume te laten spreken. Vandermark leek dit te beseffen, door klankkleur en nuance te willen invoeren, maar z’n kompanen raasden voort tot het geheel abrupt ten einde kwam. The Thing kwam, zag en blies de boel op. Maar misschien was het wel de ideale manier om een punt te zetten achter dit festival, dat kan terugkijken op een geslaagd en kleurrijk parcours.

******

Tenslotte wel nog meegeven dat de festivalorganisatie er in de toekomst misschien goed aan doet om het publiek ook voor, tussen en na de concerten een aangename belevenis te bezorgen. Heeft een kleinschalig festival als dit (dat ongetwijfeld een tijdrovende voorbereiding vergt) vooral baat bij een navenante sfeer en omkadering, dan zag je na elk concert dozijnen toeschouwers doelloos ronddwalen in de gangen van het massieve, onpersoonlijke gebouw, tevergeefs op zoek naar manieren om de tijd te verdrijven. Voortdurend hoorde je gemor over het feit dat je als enige optie een bezoek aan het ‘Grand café’ krijgt, een trendy loungebar waar je, omringd door andere Cultuurminnaars, irritant lang moet wachten op een even irritant duur drankje. Dat krijg je dan wel geserveerd door flitsend mooie Antwerpse twentysomethings die je haast doen vergeten dat geïmproviseerde muziek doorgaans iets is voor norse venten met te grote platencollecties. Uitermate geschikt om een receptie voor een juwelenrammelend publiek te organiseren dus, maar een afknapper van formaat voor wie tussen twee concerten een snelle/betaalbare hap of een verfrissend drankje wil. Een vrij hoekje (er zijn er genoeg) volstouwen met een paar frigo’s zou geen slecht idee geweest zijn. Misschien in 2012?

De volgende editie van Follow The Sound vindt plaats van 25 tot 28 oktober 2012.

E-mailadres Afdrukken
 
Follow The Sound

Advertentie

TEST