Banner

Miles Kane

1 november 2011, Botanique

Joris Vanden Broeck - 02 november 2011

Miles Kane? Is dat niet die gast die bij The Last Shadow Puppets speelde? En vroeger bij dat andere groepeke, The Dingeskes of zoiets. Was Miles Kane tot voor kort toch vooral “de man van” dit of dat project, vanavond heeft hij zijn eigen naam gemaakt.

In het voorjaar kwam de carrière van Miles Kane eindelijk in een stroomversnelling terecht. Met het verschijnen van zijn solodebuut Colour Of The Trap wist de jonge Brit het verleden van zich af te schudden. Ja, hij had nog wel hulp gekregen van mede-Last Shadow Puppet Alex Turner en met Noel Gallagher kon Kane op dat album bogen op niet de minste gastvocalist. Maar ondanks die helpende handen leek Colour Of The Trap de plaat waarmee Kane de druk van het verleden van zich af wist te werpen. Op het podium bevestigde hij die capaciteiten volmondig.

Kane doet er, vanaf de eerste seconde dat hij het podium betreedt, dan ook alles aan om het publiek ter wille te zijn. Hoewel de Orangerie een relatief kleine zaal is, geeft Kane de indruk dat hij klaar is voor de stadia: als volksmenner is dit een jongeman die de Freddie Mercury in zichzelf wakker geschud heeft. Of euforie opwekkende medicijnen voorgeschreven heeft gekregen door zijn huisarts.

Hoe anders verklaar je dat Kane zijn nummers zelf aankondigt als “a great popsong with great riffs” (“Rearrange”) of “Colour Of The Trap” omschrijft als “A very beautiful moment”? Niet dat hij ongelijk heeft, eigenlijk. Ondanks technische mankementen die leiden tot een versterkerwissel tussen “Kingcrawler” en “Happenstance” brengen Kane en zijn band een performance die àf is. Van een knallende start met “Better Left Invisible” en “Counting Down The Days” tot gloedvolle versies van voornoemde “Kingcrawler” en “Happenstance”.

Hoeveel artiesten kunnen bovendien claimen dat een nagelnieuwe song, in dit geval “Woman's Touch”, een van de hoogtepunten van het concert is? Tel daar bij dat Kane zeer geslaagde covers van Jacques Dutronc (“The Responsible”) en The Beatles (“Hey Bulldog”) in zijn set smokkelt en het leidt geen twijfel dat Kanes solocarrière zijn start niet gemist heeft. “Come Closer” doet daarbij vooral dienst als bevestigend concerteinde, zo eentje van het kaliber dat de zaal plat doet gaan en doet uitkijken naar een volgende doortocht.

Wanneer die er komt, is nog lang niet zeker, maar dat het niet met een nieuw project hoeft te zijn, is vanavond meer dan duidelijk geworden. Met The Last Shadow Puppets speelde Miles Kane een jaar lang buiten categorie, maar wat hij nu onder eigen naam doet, hoeft eigenlijk amper onder te doen. Dit mist misschien net dat tikje verbluffing die een band als de Shadow Puppets te weeg weet te brengen, maar voor iemand die na jaren van projecthoppen eindelijk voor een solocarrière kiest, heeft Miles Kane zijn start absoluut niet gemist.

E-mailadres Afdrukken