Banner

Richard Thompson Band

7 februari 2011, AB

Guy Peters - foto's: Rogier Strobbe - 08 februari 2011

“Thompson magistraal in AB”. “Polka’s, perverse love songs en extase”. “Risjaar did it again”. Voor een keer vinden we het jammer dat we niet kunnen rotzooien met titels zoals onze collega’s van de dagbladpers. Dit was er immers eentje om in te lijsten. Op posterformaat.

We hebben het al zo vaak benadrukt: Thompson heeft het allemaal. Zijn teksten blijven pareltjes, zijn songschrijverij kent weinig gelijken en zijn meesterschap op de gitaar is gewoonweg hors catégorie. Het concert in de AB, waarin de man zich naar hartenlust kon verliezen in gerekte gitaarsolo’s, was een staaltje waarbij mindere Goden het in de broek zouden doen. Wat die vijfkoppige band aanrichtte met de portretsong “Sidney Wells” (“truck driver by day, serial killer by night”) grensde aan het ongelooflijke. Zelden zagen we Thompson zo geïnspireerd, intens en expansief soleren. Marc Ribot. Jimi Hendrix. David S. Ware. John Coltrane. Dat zijn dan de namen die door je hoofd schieten.

Maar het was op wel meer vlakken een bijzondere show. Dat hij een royale greep uit zijn recente Dream Attic zou plukken, daar waren we op voorbereid. En dat die songs vlekkeloos uitgevoerd werden, dat ook. Want die Dream Attic klonk immers al waanzinnig goed voor een liveplaat: met de bruisende energie van een concert, maar ook het secure spel van een studiowerk waar aan gesleuteld kon worden. Toch was het een verrassing dat sommige van die songs, door een afwijkende inkleuring of een ingeving, echt tot leven kwamen. Een extra dimensie kregen. Bovendien werd het concert ingedeeld in twee delen, met een set die besteed werd aan de nieuwe plaat en een stuk dat gereserveerd werd voor de “hits”. Jolijt alom (want Thompson heeft nooit een echte hit gehad), maar wie verwachtte dat de man dan zijn grootste klassiekers zou spelen, die was er ook aan voor de moeite. Niet dat het concert er minder goed om werd.

Dream Attic werd, minus drie songs, volledig en chronologisch afgewerkt. Daardoor zorgde “The Money Shuffle” (een typisch stuk venijn over the Wall Street bastards) meteen voor een flukse opener, waarbij vooral het potige spel van de band opviel. Met Michael Jerome (drums) en Taras Prodaniuk (bas) beschikt Thompson over een verrassend veelzijdige ritmesectie die moeiteloos omschakelt van rechttoe-rechtaan spel naar verbazende finesse. Nog opmerkelijker waren de Canadees Joel Zifkin (viool) en multi-instrumentalist Pete Zorn. Die was er al bij op het klassieke Shoot Out The Lights (1982) en speelde sindsdien al talloze concerten aan de zijde van de leider. Hij hanteerde in de loop van het concert niet enkel drie saxen (sopranino, alt, bariton), maar ook fluit, gitaar en mandoline speelde vaak een cruciale rol.

Bovenal was het echter de meester zelf die schitterde, vaak haast onopvallend met gitaarpartijen die getuigen van een indrukwekkende veelzijdigheid en finesse, of met lange solo’s die voorbijgingen aan voorspelbare bluesschalen. In tegenstelling tot veel andere groten is Thompsons spel geworteld in folkroots, wat leidt tot een geheel andere, soms haast drone-achtige aanpak. Gekoppeld aan een minimum aan effecten en wonderlijk gevoel voor kleur leidde het tot notenslierten die immens geconcentreerd uit de vingers en blauwe Stratocaster geknepen werden. Tijdens “Crimescene” en afsluiter “If Love Whispers Your Name” leidde dat tot geweldige resultaten, al was het nog niets in vergelijking met “Sidney Wells”, dat gespeeld werd met een verschroeiende focus. Hij leek een evenwicht te vinden tussen meesterlijke controle en de teugels vrijlaten. Even verwachtten we hem te zien leviteren.

Nog meer moois wachtte in de tweede set, die van start ging met enkele verrassingen. Zo kregen we “The Angels Took My Racehorse Away” (uit solodebuut Henry The Human Fly) en werd dat gevolgd door een weergaloos “Can’t Win” (van Amnesia), het tweede hoogtepunt, en “One Door Opens” (The Old Kit Bag), waarvoor de akoestische gitaar werd bovengehaald. Enkel aan het einde van de reeks werd uitgepakt met songs die wel vaker tot zijn canon gerekend worden: “Wall Of Death” en een springerig “Tear Stained Letter”, dat ook verdubbeld werd qua lengte. De band stond tot dan te spelen met zichtbaar plezier, wat ook bewezen werd door Thompson, die verrassend ontspannen en hilarisch uit de hoek kwam (zoals toen hij eerder op de avond al dreigde met polka’s tijdens de aankondiging van “Demons In Her Dancing Shoes”).

Meer dan veertig jaar na de pioniersdagen van Fairport Convention liet hij horen dat er nog steeds geen maat staat op zijn kwaliteiten als songschrijver én (live-)muzikant. Hartverwarmend om een artiest van dat kaliber nog steeds te zien uitpakken met zo’n sterk concert. Niet alle momenten waren van dat niveau (“Stumble On” en het goedbedoelde “A Brother Slips Away”, dat over het verlies van geliefden gaat, zorgden voor een verwaarloosbare inzinking), maar als er gepiekt werd, dan was het magistraal. Zo ook voor gitaarepos “Calvary Cross”, dat ons in de bisronde zowat van onze stoel hamerde. Het verdict was toen bezegeld, en werd enkel nog voorzien van een finaal dessert, met een kwieke versie van “I Want To See The Bright Lights Tonight”.

Er viel achteraf wat gemor te horen (te veel gitaarwerk, te weinig bekende hits [sic], te luid, etc.), maar wij zagen een prachtperformance van een van de allergrootsten. En die had een goede dag. En aan de klojo die het nodig vond om nog eens te benadrukken dat het nog beter was op dat obscure festivalletje in 1975: we zullen er nog eens aan denken als Duffy straks in hot pants onze slaapkamer binnengewiegd komt. Up yours, pal! Richard Thompson is een God.

E-mailadres Afdrukken