Banner

Radical Slave

25 november 2010, ABClub

Joris Vanden Broeck - 26 november 2010

Wie nog twijfelt hoe serieus Radical Slave genomen dient te worden, kon best een kijkje nemen in AB-Club. Het trio speelde er zowat heel zijn pas verschenen debuut, maar deed dat met zoveel vuur dat een stapje achteruit zetten geen abnormale reactie was.

“It's unbelievable”, zo fluistert Mauro Pawlowski in “Right”, het nummer waarmee hij samen met Remo Perrotti en Dirk Swartenbroekx de set van Radical Slave in de AB-Club aftrapt. Waar de man het over heeft, is een raadsel, maar het zou net zo goed een omschrijving kunnen zijn van de muziek die het trio op het publiek loslaat. Hoewel het nummer ook debuutplaat Damascus opent, klinkt het hier aanvankelijk verre van vertrouwd. De band start met een soundscape-achtige ruis die je geïntrigeerd naderbij lokt, om dan plots, met enkele welgemikte drumsalvo's de boel te laten ontploffen. En van daar gaat het enkel nog bergop.

Wat Radical Slave doet, is vrij primitief. Een vorm van retro die aanvoelt als een welgekomen verademing na alle sixties-, folk-, electro- en classic rockinvloeden die de laatste jaren zo alomtegenwoordig bleken. Teruggrijpen naar de fucked upgitaren van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, zoals ze te horen vielen bij een ziljoen underground groepjes waarvan nagenoeg honderd procent verdwenen is in de nevelen van de geschiedenis, is een even riskante als spannende zet.

Zelfs al verdun je als band zelf het spanningselement door, zo leek het wel, je pas verschenen debuutplaat van a tot z te komen spelen. Leek, omdat de set stelselmatig meer de chaos omarmt en je als toeschouwer minuut na minuut alle houvast lijkt te verliezen. Laat dat nu net een element zijn wat een concert tot een memorabel moment kan maken.

In “Blissed Out Blues” lijkt het wel alsof Swartenbroekx en Pawlowski brandende gitaren een rammeling verkopen, terwijl Perrotti met de gedrevenheid van een zelfmoordterrorist zijn drumstel te lijf gaat. Tel daar nog de waanzinnige schreeuw van Pawloski bij en je komt tot iets dat onder de noemer ‘indrukwekkend’ valt.

Bovendien is het boeiend om te zien hoe Swartenbroekx tijdens “Before We Got Rich” de indruk wekt, dat Buscemi nooit bestaan heeft en hij al jarenlang niets anders doet dan woest om zich heen slaande gitaarsongs afleveren. Wanneer hij in “Devil In A Box” de zang voor zijn rekening neemt, doet Swartenbroekx bovendien denken aan Lee Ranaldo die met zijn van leestekens ontdane lyrics een beatnik-invloed in de muziek verwerkt. Toeval of niet, maar net in dat nummer geeft Pawloswki een geslaagde imitatie van een zichzelf in zijn gitaarspel verliezende Thurston Moore ten beste.

”Is it permitted?” vraagt Pawlowski niet veel later, met gestrekte armen alsof hij het publiek wil omarmen, terwijl zijn gitaar achter hem staat te ronken tegen de versterker. Gezien hij de voorbije drie kwartier het merendeel van het publiek in de zaal heeft weten te houden, moet het antwoord op die vraag wel ja zijn. Zelfs wanneer hij toegeeft dat hij over niks bijzonders zingt en daar nog van houdt ook. “Damascus” heet het nummer waarmee de band een laatste keer op het publiek inhakt. Dat gebeurt vakkundig, als moet er een litteken achtergelaten worden met deze als song vermomde intentieverklaring.

Radical Slave speelt op 29 december in Club Terminus (Oostende) en een dag later in de Charlatan (Gent).

E-mailadres Afdrukken