Banner

Goldfrapp

23 november 2010, AB

Mattias Baertsoen - foto's: Rogier Strobbe - 24 november 2010

Terwijl dat ander strekenwijf Lady Gaga enkele tientallen kilometers verderop het Sportpaleis in haar greep houdt, laat Alison Goldfrapp vanavond de AB vollopen. In onze verbeelding ontspint zich alvast een zinnenprikkelende battle of the bitches.

Met Alison Goldfrapp weet je maar nooit. Het is niet alleen uitkijken naar wàt ze gaat brengen, maar vooral hoé. De kokette zangeres heeft immers de naam een taaie tante te zijn, die in het verleden al vele verschillende gedaantes aannam. Drie maanden geleden zorgde ze op Pukkelpop nog voor een wervelende show, de verwachtingen liggen dan ook erg hoog. Net als in Kiewit muteert Alison vanavond in een jaren tachtig discodiva, volledig in de stijl van het eerder dit jaar verschenen Head First dat vol staat met lichtvoetige, maar o zo aanstekelijke disconummers. Haar bandleden, uitgedost in grijze glitterpakjes, lijken net uit de klassieke sci-fiprent Tron te komen en Alison zelf heeft dan weer iets van een vleermuis, compleet met zwarte namaakvleugels die wapperen in de wind.

Helaas slaat de vonk vanavond niet over. Alison begroet het publiek op een koele manier en werkt de eerste vier nummers -- “Crystalline Green”, “You Never Know” “Dreaming” en “Head First” -- op automatische piloot af. Het speelse is volledig weg en een soort misplaatste arrogantie maakt zich meester van de zangeres. Pas tijdens “Number 1” doet ze eindelijk wat moeite om het publiek mee te krijgen. Tevergeefs, want overtuigen doet de groep niet, er lijkt heel wat op tape te staan en de nummers missen scherpte.

Wanneer je een setlist vult met eightiespastiches en openlijk flirt met de grenzen van de kitsch, moet je dat bijzonder nauwkeurig doen, met aandacht voor ieder detail. Een delicate opdracht, en gebeurt dat niet, dan verval je zonder het te weten in een inferieure karikatuur. Zo geschiedt vanavond; “Head First” wordt onzuiver gebracht en de beats van “Ride A White Horse” -- in het verleden vaak een hoogtepunt, inclusief indrukwekkende choreografie -- pompen zielloos. Pas bij de ronkende afsluiter “Ooh La La” gaan de handen voor de eerste keer en masse op elkaar. Het einde van de tournee eist duidelijk zijn tol, de frisheid en de inspiratie zijn ver zoek.

Wat volgt, is op zijn minst gezegd vreemd te noemen. Na luttele seconden -- en niet meteen zwaar aangemoedigd door het publiek -- staat Alison weer op het podium om rustig “Black Cherry” in te zetten, begeleid door een donkere trip-hopbeat en een viool. Plots durft de zangeres wel risico’s te nemen is er plaats voor precisie. Pas echt verrassen doet Goldfrapp met een overtuigende versie van “Lovely Head”, waarmee ze terugkeert naar het kille geluid van haar debuut. Grappig trouwens, om de groep, uitgedost in zijn smaakloze spaceoutfit, zich te zien inleven in de sombere film noir-sfeer van de jaren veertig. Als ultieme uitsmijter krijgen we nog "Strict Machine", een vertoornde discodraak waar de beats genadeloos op in beuken. Plots klinkt de groep wel gevaarlijk en uitdagend en je vraagt je af waarom je daar een uur op hebt moeten wachten.

Op Pukkelpop werd duidelijk dat Head First de plaat is die ontbrak om Goldfrapps liveshows te kunnen omtoveren tot een langgerekte party. Kunnen, want als de passie en de zorgvuldigheid achterwege blijven, slaat het geheel om in een flets festijn. Vanavond heeft de olifant dan ook een muis gebaard, een zwarte vleermuis zonder veerkracht en gretigheid, die blind was voor alle precisie.

E-mailadres Afdrukken
 
Goldfrapp

Advertentie

TEST