Banner

Ratatat

20 november 2010, Botanique

Line Tuymans - 21 november 2010

Feest in de Botanique, dag twee: de extreem hippe New Yorkers van Ratatat. Vanavond geen gladde discofunk zoals bij Chromeo maar een oorverdovende rockshow met beats die -- getuigen bevestigen het -- de ruiten deden trillen.

Ratatat wordt wel eens verweten maar één nummer te hebben, en dat al vier platen lang. Daar valt iets voor te zeggen: het merendeel van de zestien songs bestaat uit wat houterige beats met daarover een of meer gitaarsolo's en af en toe wat percussie. Klinkt inderdaad niet bepaald als een recept voor een geslaagd concert maar dat is buiten de waard gerekend. Vanaf opener "Bob Gandhi" -- waarin na anderhalve minuut een hartverscheurende gitaar een eerste keer invalt en de zaal ontploft -- tot aan de laatste Balkannoten van "Bare Feast" creëren gitarist Mike Stroud en producer-bassist Evan Mast met die beperkte elementen een psychedelische set die rockt als de beesten.

Want vergis u niet: hoewel Stroud en Mast absolute synthesizeradepten zijn, dromen ze duidelijk ook van een carrière als onvervalste stadionrockers. Stroud brengt zijn solo's met één been op de monitor of wijdbeens op de knieën en keilt als een halve voetbalhooligan zijn lege bierbekertjes het publiek in. Dat publiek gedraagt zich overigens net zo: zelden zien we zoveel geduw en getrek als in deze bomvolle Rotonde, er vliegt meer bier door de lucht dan op een avondje Zwarte Cross en tijdens de hardrockriffs van "Mirando" wordt er zowaar gecrowdsurft.

Dat laatste klinkt misschien nogal vreemd voor wie ooit al een plaat van Ratatat beluisterde. Daar raakt de band immers nogal snel verzeild in het muzakhoekje en klinkt het vaak allemaal nogal loungy -- denk aan Air met meer gitaren, misschien ook wel aan de soundtrack van een pornofilm. Aangename achtergrondmuziek maar niet veel meer dan dat. Live blijft daar weinig van over: een nummer als "Grape Juice City", met zijn Oosters aandoende percussie en melodica, wordt vrij letterlijk nagespeeld (ook niet moeilijk als een aanzienlijk deel gewoon op tape staat) maar het is allemaal stukken steviger en vooral luider dan op plaat. Samen met de sublieme visuals (tientallen synchroon bewegende parkieten, een Chris Cunningham-achtige bewerking van een Abbafilmpje maar ook woeste ontploffingen en close-ups van Arnold Schwarzenegger uit "Predator") levert dit een jakkerende trip met weinig rustmomenten op -- enkel tijdens het tropische "Mahalo" wordt even wat gas teruggenomen.

Hoogtepunten bepalen is dan ook niet eenvoudig; het geheel is vanavond duidelijk groter dan de som der delen. Het epische "Drugs" misschien, met zijn creepy stockfotografie-visuals en zijn hortende hiphopbeats, die later nog terugkeren in bisnummer "Seventeen Years". Ook niet slecht: "Gettysburg", waarin drums en gitaar de speakers haast doen exploderen, de vette baslijn van "Neckbrace" en een uitzinnig "Wildcat", met zijn heerlijk pantergegrom en synchroon getrommel op de lichtgevende toms centraal op het podium. Helemaal week worden we dan weer van die huilende gitaar in "Party With Children". Het zíjn weliswaar allemaal variaties op hetzelfde thema maar dat komt het hypnotiserende effect van het optreden alleen maar ten goede. Slechts één nummer hebben en toch bijna anderhalf uur lang voor niet minder dan complete extase zorgen, je moet het maar kunnen.

E-mailadres Afdrukken