Banner

Josh Ritter & The Royal City Band

16 september 2010, Botanique

Joris Peeters - foto's: Joris Peeters - 17 september 2010

Josh Ritter kan maar moeilijk de grijns van zijn gezicht vegen wanneer hij er ons op wijst hoe poëtisch de naam van deze zaal -- de Orangerie -- wel klinkt. Wij delen in zijn mimiek en gaan een gezellige avond tegemoet die zijn status van meester-entertainer alleen maar bevestigt.

Europese top vandaag in Brussel, maar ook de doortocht van de pas gestarte Europese tournee van Ritter, mét band. De Amerikaan is inmiddels bijna 34 maar oogt nog altijd even guitig en enthousiast als een kind op kerstavond. Als voorprogramma brengt hij Dawn Landes mee, die sinds een jaar zijn vrouw is. Door het zoeken naar een alternatieve route tot het stadscentrum wegens bovengenoemde top missen we het grootste deel van haar show, maar gebaseerd op de laatste nummers van deze set moeten we concluderen dat Landes hier niet meer brengt dan dertien-in-een-dozijn-rock. “In het begin zeurde ze vooral, daarna maakte ze kabaal”, vertrouwt iemand ons toe. Dawn Landes mag misschien een gewaardeerde bijdrage leveren in het huishouden, als voorprogramma doet ze dat helaas niet.

De man des huizes dan: Ritter vliegt er meteen in met kwieke versies van “Good Man” uit The Animal Years en “Snow Is Gone” van op die andere klepper, Hello Starling. Toch moet vooral de nieuwe plaat, So Runs The World Away, gepromoot worden en omdat het woord “grondig” waarschijnlijk aan de binnenkant van zijn hand getatoeëerd staat, draait Ritter op twee nummers na de volledige plaat erdoor vanavond. Van de nieuwe nummers onthouden we vooral een gebald en snedig “Rattling Locks” en “The Remnant”, dat hij solo brengt en zonder enige vorm van versterking: niet voor zijn gitaar en niet voor zijn stem. Het is niet ons favoriete nummer, maar dichter bij de essentie komen we vanavond niet.

De scherpe observeerder ziet Ritter na ieder nummer zijn plectrum over de schouder kiepen zoals een muntstuk in de Trevifontein om daarna een nieuw exemplaar te kiezen uit de verzameling die aan het microstatief bevestigd is. Een vluchtige telling leert ons dat de set na een uurtje nog maar halverwege is en de band doet er dan ook goed aan een rustpunt in te lassen. Ritter blijft even alleen achter voor onder andere een cover van Neil Youngs “Long May You Run” nadat hij het échte bord en échte zilverwerk tijdens zijn treinreis prijst. Leuke songkeuze, maar we kunnen de stem van Young helaas niet wegdenken. Beter verkoopbaar is de versie van “In The Dark”, wanneer eega Landes er een eerste keer bijkomt en de lichten toepasselijk gedoofd worden.

Naarmate deze marathon vordert worden de kanonnen uit de kast gehaald. Zo wordt een loepzuivere hattrick met “Kathleen” en “Right Moves” afgesloten door “Harrisburg”, dat halfweg op geniale wijze een zijsprongetje maakt naar het al even geniale “Once In A Lifetime” van Talking Heads. Het publiek kirt van plezier. “To The Dogs Or Whoever” moet de set afsluiten, die plots kort lijkt. Maar geen paniek, we tellen nog twee ongebruikte plectrums. Dawn Landes verschijnt nogmaals ten tonele en we worden nu helemaal overtuigd van hun samenzang dankzij de Hedy West song “500 Miles”. “Lilian, Egypt” steekt nog één keer het vuur aan de lont en daarna neemt Ritter -- zonder plectrum, allemaal op! -- met de band a capella afscheid middels “Wait For Love (You Know You Will)”.

Josh Ritter dankt ons tenslotte uitvoerig, vindt het niet zomaar logisch dat iedereen toch maar naar zijn show is gekomen, maar wij weten wel beter. Dit was een avondje genieten, eentje waar we al een tijdje naar uitkeken en waar we vooraf onze schrijvende hand op durfden verwedden dat we niet teleurgesteld naar buiten zouden gaan. In april, zo verklapte Ritter, krijgen de afwezigen opnieuw een kans. Maak er werk van.

E-mailadres Afdrukken
 
Josh Ritter & The Royal City Band

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST