Banner

Lou Reed’s Metal Machine Trio

22 april 2010, AB

Guy Peters - 23 april 2010

Het stond al op voorhand vast dat dit concert, dat zou verder borduren op een van de meest controversiële albums uit de rockgeschiedenis, niet bepaald easy listening zou worden. “A night of deep noise” was de belofte, en die werd volledig ingevuld met een 75 minuten durende performance die in de kaart van de naysayers speelde, maar bij momenten wel sterk was.

Bij het binnenkomen rond 20u werd de zaal al gevuld door monotoon geronk van het podium. Een machinale geluidspap die aankondigde dat het een festijn van volume en vervorming zou worden. Terwijl Metal Machine Music een solobedoening was, werd Reed nu bijgestaan door twee avonturiers die ook vooral actief zijn in de elektro- en experimentele wereld. Links op het podium nam de New Yorker Sarth Calhoun plaats achter een tafel vol laptops en andere speeltjes, rechts stond Ulrich Krieger, geluidsmanipulator en saxofonist. De drie sloften rustig het podium op om eerst in een hoekje te drentelen en de donderende feedback te manipuleren. Iets later verklaarden ze de avond voor geopend met gehamer op een kolossale gong en geklop op een XL-trommel. De sonische bombast was meteen immens.

Zeker toen de drie plaatsnamen op hun respectievelijke plaatsen werd de geluidensoep pas echt ondoordringbaar. Reed, schuilend achter een indrukwekkende batterij effectpedalen, vervormde en bewerkte gitaargeluiden tot gierende, schurende en daverende lagen vol delay en distortion. Krieger joeg z’n saxgeluid door een aantal raadselachtige effecten en Calhoun, tja, we hebben er eigenlijk geen idee van wát hij nu juist de hele tijd zat uit te vreten met z’n materiaal, maar het dikte de soep enkel maar aan. Het was boetseren met non-muzikale geluiden, een vorm van gestuurde lawaai-improvisatie, waarbij Reed nu en dan signalen gaf, maar de rest overliet aan het goeddunken van het trio. Al snel werd een hypnose op gang gebracht die het terrein opzocht tussen het minimalisme van Branca, de harsh noise van Merzbow en de groteske terreur van Borbetomagus.

Zeker in het eerste half uur had het iets vrijblijvends, was het vooral weinigzeggende kunstgalerijmuziek om een postindustriële sfeer op te roepen. Niet creatief genoeg om niet aan het mijmeren te slaan en tegelijkertijd te luid om je te kunnen concentreren. Kwam daar nog eens bij dat je nu en dan het gevoel kreeg dat een en ander niet liep zoals verwacht: Reeds assistent moest om de vijf minuten het podium op gesneld komen om de leider te helpen met knopjesdraaierij, om een effect bij te stellen, een gitaar aan te reiken en zelfs knullig wat water aan te bieden. Zoals verwacht kozen een aantal aanwezigen ervoor om de zaal te verlaten, al leek de gewaarschuwde meerderheid de vloedgolf bereidwillig te ondergaan. De ‘NO SONGS’-aankondiging was duidelijk niet in dovemansoren gevallen. Je begon je ook af te vragen wat de koppels die trouwden met “Perfect Day” ervan gezegd zouden hebben.

En de blijvers hielden terecht vol, want gaandeweg kreeg de performance meer vorm. De allesoverheersende brij maakte plaats voor een gedifferentieerde aanpak. Door al die vervormingen en manipulaties was het aanvankelijk onduidelijk wie nu voor wat verantwoordelijk was en je zat je vooral af te vragen waarom Calhoun soms als een hysterisch geitje zat te springen terwijl er geen evolutie merkbaar was. Gelukkig was er nog Krieger. Diens spel op de sax werd steeds harder, intenser en expressiever. Boeiend was ook dat hij minder terugviel op effecten (die er soms voor zorgden dat het geluid niet langer herkenbaar was als dat van een sax) en de pure saxsound uitspuwde. Het is een pak boeiender om iemand door het lint te zien gaan op een sax en dat dan ook daadwerkelijk te horen.

Een écht overdonderende performance werd het nooit, daarvoor zat er te weinig dynamiek in het samenspel. Het optreden was ondanks het volume en vrij heftige momenten wel makkelijker verteerbaar dan de willekeur van het album en de reactie van het publiek was dan ook bijzonder enthousiast. Aangename verrassing was ook dat Reed, nochtans een notoire zeiker, oprecht dankbaar leek en de gastheren van de AB een mooi compliment gaf. Kortom: het concert was beter dan de plaat, al zal het niet de geschiedenis ingaan als de meest overtuigende voorstelling die we al zagen. Het bewijst wél dat de intussen 68-jarige Reed nog niet klaar is om op z’n lauweren te rusten. Het muziekjournaille heeft er een (vermoeiende) sport van gemaakt om persoonlijke voorkeuren luidop aan te prijzen bij festivalorganisatoren. Voor een keer blaten we graag mee: Metal Machine Trio op TW Classic!

E-mailadres Afdrukken
 
Lou Reed’s Metal Machine Trio

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST