Banner

Sonic City, 4-5 april 2009, De Kreun (Kortrijk)

Guy Peters - 07 april 2009

Dälek, de vaandeldragers van de alternatieve hiphop, werd uitgenodigd om de tweede editie van Sonic City samen te stellen. Gezien hun sound, hun verleden en hun allianties met o.m. Faust en Zu viel het te verwachten dat de affiche zou uitblinken in diversiteit en avontuur. Toch werden onze verwachtingen op z’n zachtste gezegd overtroffen door het bonte allegaartje dat zich die twee dagen aandiende.

Dag 1

Met Zucchini Drive stond de top van de Belgische hiphop op het podium. Nu ja, Belgisch. MC Tom De Geeter is een Vlaming, zijn compadre Marcus Graap is een Zweed. De heren stonden al met genrerebellen Anti-Pop Consortium op het podium en begeven zich soms ook op het gladde ijs van de meer experimentele genre-oefeningen. Helaas kwamen die niet altijd goed uit de verf. De muzikale inkleuring werd voorzien door drie kompanen, maar bleef al te vaak anoniem op de achtergrond, terwijl de al te prominente rhymes soms gekunsteld klonken. Zucchini Drive zorgde voor een wat makke opener voor een festival dat qua hiphop veel betere stuff in de aanbieding had.

Uniform is een van de projecten van de illustere Wajid Yaseen, eerder ook al aan het werk bij Fun-Da-Mental en 2nd Gen (zie later). Met Uniform werd resoluut gekozen voor een geluidscollage om een ietwat duistere ambient trip op poten te zetten. Op plaat werd het trio bijgestaan door o.m. Alan Vega (Suicide) en Dälek, en dat suggereert meteen al sonische excessen, maar daar viel live niets van te merken. De set van Uniform kwam traag op gang, knoopte schuifelende elektro aan dromerige drones en smukte die op met vervormde gitaren, belletjes en zelfs trombone. Intrigerend luisterexperiment, maar het geïmproviseerde geheel mankeerde flow en wist moeilijk te begeesteren.

Andere koek met Subtitle, een boomlange, op hol geslagen ADHD’er die een paar jaar geleden afscheid genomen had van de muziek, maar nu zonder dralen toesloeg. Het gebrek aan muzikale variatie van zijn doorgaans korte nummers werd volledig gecompenseerd door een aanstekelijke, ononderbroken woordenvloed en humor, véél humor. Tien minuten voor de eigenlijke start stak hij immers al een monoloog af waarbij geen onderwerp genegeerd werd, van politiek en zijn kapsel tot muziek (“John McLaughlin is my nigga” was slechts een van de vele hoogtepunten). Het had soms iets van de absurditeiten van Digital Underground, maar vooral van surrealisme-goes-comedy. Subtitle tekende voor het eerste hoogtepunt van Sonic City.

2nd Gen bestaat uit dezelfde leden als Uniform maar verkiest een resoluut verschillende aanpak. Hier was geen sprake van Fennesz-achtige, schoorvoetende knutselelektro, maar een logge combinatie van borrelbeats en sonische modder. Het had de basbrij van Scorn, de gelaagdheid van Dälek en flirtte hier en daar met het sfeertje van pioniers als Coil en Consolidated. Het was geen industrial, geen hiphop, geen avant-garde, en toch had het een beetje van dat alles. In tegenstelling tot zijn alter ego wist 2nd Gen over de hele lijn te overtuigen. De grondvesten kregen het ook voor het eerst te verduren.

Sonic City tekende resoluut voor de alternatieve kaart en nergens was dat duidelijker dan tijdens de intrigerende performance van eenmansband Charles Hayward, ooit het gezicht van obscure postpunkiconen This Heat en nu een artiest die, net als Robert Wyatt, Johnny Dowd of Daniel Higgs, vertoeft in een kliekje van einzelgängers die zich perfect gelukkig voelen binnen een wereldje van hyperindividuele genre-overschrijdende avonturen. Terwijl hij vooral iets van een grumpy old man had en zijn wat zeurderige stem soms aan die van Kevin Coyne deed denken, speelde Hayward een door diverse ritmes gedomineerde set vol tegendraadse grooves, jazzrock en een combinatie van 70’s prog en Pere Ubu. Er viel geen touw aan vast te knopen, maar je kon je niet van de indruk ontdoen een echte orginal aan het werk gezien te hebben.

Andere kost met de Duitse elektro-artiest Candie Hank, die hier en daar wenkbrauwen in de hoogte deed gaan. Terwijl hij in het verleden al bewees in meerdere subculturen te gedijen werd deze keer resoluut de kaart van de kitsch en de nostalgie gekozen. De set schipperde tussen vrij funky momenten, afgewisseld met old school acid house en andere onfrisse varianten. Nu had het iets van de Boccaccio anno 1992, dan weer van La Rocca anno 1996. Candie Hank tekende ook voor enkele van de grappigste momenten van de tweedaagse door namaaktattoos uit te delen en van achter z’n wapperend bleske een hilarisch “Come on, you motherfuckers!!” te roepen. Goed fout.

Het verhaal van Amenra is intussen bekend: de uniformen, de projecties, de vooroverknippende lichamen en de immense aanval op het gehoor. Nieuwe gitarist Lennart Bossu lijkt zich al volledig ingewerkt te hebben in de sound en songs van de band en daar viel dan ook niets op aan te merken, al moeten we bekennen dat we hen al meer overdonderende performances wisten spelen.

Afsluiter Dälek had natuurlijk ook iets te bewijzen en er werd niet rond de pot gedraaid. Vanaf het eerste nummer werd genadeloos ingehakt op het enthousiaste publiek met daverende beats en bassen (alles wat op het podium stond was zichtbaar aan het trillen!) en die kenmerkende barrage van industriële noise. Het had iets van een best of-set, met hoogtepunten uit Absence ("Distorted Prose") en Abandoned Language ("Paragraphs Relentless") die naadloos gekoppeld werden aan het beste uit Gutter Tactics. Hadden we bij die plaat voor het eerst het gevoel het allemaal al eens eerder gehoord te hebben, dan was dit geen euvel in een coherente set die naarmate de set vorderde haast ridicuul heavy werd. Kers op de taart: een uit z'n voegen barstend “Subversive Script”, waarop ze werden bijgestaan door twee gitaristen en meegereisde MC Oddateee. Een vermorzelend optreden dat volledig in het teken van de forsbollerij stond. Dag 1 eindigde met suizende oren.

Dag 2

Oddateee, een rapper uit de Bronx van Däleks Deadverse-familie zette op zondagmiddag meteen het offensief in. Zijn set voelde aan als een trip door bijna drie decennia hiphopgeschiedenis, met old school beats & rhymes, tegen Wu-Tang Clan aanleunende onheilsgrooves en soms een light-versie van Dälek. Dat neemt echter niet weg dat de man overtuigde over de hele lijn: hij heeft charisma zat, bracht zijn vaak politiek en sociaal geëngageerde teksten met veel zwier en palmde het podium op z’n eentje helemaal in. Oddateee is er eentje om in het oog te houden. Gitarist Mike Mare stond al met Dälek op het podium, maar doet het zelf ook als Destructo Swarmbots, waarmee hij vooral etherische ambient verkent die ver staat van de overdonderende noise van Dälek. Het klonk goed, subtiel en vrij overtuigend, al miste het soms wat spankracht en wist hij niet te verhinderen dat de gedachten begonnen af te dwalen.

Tijd voor een stamp onder de kont dus, en die zou voorzien worden door de heren van Guapo. Niet dus, want de vier kozen voor een al te makke mix van wat fletse prog, psych en jazzrock. De kostuumpjes met de glittertjes mogen er zijn, net als die gong naast zo’n imposant drumstel, maar op geen enkel ogenblik wist de band de vlam echt brandend te houden, waardoor de set uitgroeide tot een van de tegenvallers van de tweedaagse. Helaas was dat ook het geval bij Bong Ra, een Nederlander die furore maakte in de breakcorescene, maar nu niets van de hysterie en kracht waarvoor het genre om bekend staat wist over te brengen. In plaats daarvan kregen we een verwaterde, tamme versie van ’s mans kunsten en had onze metgezel het over middelmatige dubstep. De man leek er zelf weinig plezier aan te beleven en heel even kregen ook wij het gevoel dat het niets zou worden met deze tweede dag.

De vier resterende bands zouden echter orde op zaken stellen, met respectievelijk een immens verrassende oplawaai, de bevestiging van een kanon, spetterende improvisaties en een mooie afsluiter. Eerst trad Action Beat aan, in plaats van het te laat gearriveerde Zu. En maar goed ook, want het leek eeuwen geleden dat we nog eens zo’n portie onvervalste rock-‘n-roll van zo’n stel jonge snuiters in de strot geramd kregen. Twee drummers, een bassist en vier gitaristen. En vervolgens: een half uur vlammen met de duivel op de hielen. Springend, smijtend, zwaaiend, stampend, briesend. De riffs hadden de hoekigheid van Shellac, de noise deed denken aan de jonge Sonic Youth en de energie… zelden meegemaakt eigenlijk. Action Beat was rauw, puur, lawaaierig, schuimbekkend en vooral: een gewéldige belofte voor de toekomst. We hebben een dochter veil voor een van die kerels, dat zegt genoeg.

Zu tekende enkele maanden geleden met Carboniferous voor een van de beste platen van het jaar. De band is al ruim een decennium aan een opmars bezig met een hectische combinatie van jazz, noise en punk, al zal hij nu de grootste sprong uit zijn carrière maken. De sound, en dan vooral die van bassist Massimo Pupillo, is heavier dan ooit en neigt meer en meer naar de artmetal van Fantômas. De energie is hetzelfde als vroeger, de waanzin nog nadrukkelijker. Op het podium vertaalde zich dat in een kleine nucleaire explosie, een afmattend, maar vaak verbazingwekkend strak staaltje van precisiebombardementen en schizofrene wendingen. Door de helse bassound was het soms moeilijk om het ronkende saxspel van baritonsaxofonisct Luca Mai te onderscheiden, maar Zu deed exact wat we verwachtten: een grote indruk maken.

Twee geweldige sets na mekaar en daar deed Small Silence (een afgeslankte versie van Original Silence, waar ook Thurston Moore en Jim O’Rourke deel van uitmaken) nog een schepje bovenop. Twee lange improvisatiestukken, twee lappen jazzpunknoise van een verbijsterende intensiteit. Er viel geen structuur, geen melodie, geen rode draad te ontwaren, maar was me dat een lesje in collectieve herrie en heen-en-weer geklets. Gitarist Terrie Ex stuiterde als een bezetene op en af, bassist Massimo Pupillo zette z’n bombardement verder, Mats Gustafsson dreigde z’n sax stuk te blazen en drummer Paal Nilssen-Love was zichzelf, een niet te stoppen drummonster, in staat om veertig minuten te wervelen en te razen. Het was geen spek voor ieders bek (de gelaatsuitdrukkingen in het publiek spraken boekdelen), maar in zijn niche was Small Silence de absolute top. Te catalogiseren onder “verbluffende ketelherrie”. We stonden veertig minuten stijf van de adrenaline.

Eigenlijk hadden we na die hattrick helemaal geen zin meer in de gestileerde countrydoom van Earth. Uiteindelijk bleek het echter het ideale kalmeermiddel na drie hysterische concerten vol lawaai en waanzin. Dylan Carlson en co. hebben de logge drones van de beginjaren intussen helemaal achter zich gelaten en pakken nu uit met een repetitieve nachtmuziek die het moet hebben van subtiele variaties en een opmerkelijk homogene sfeer. Zo homogeen zelfs dat alle songs afgeleid lijken van dezelfde oerbron. Toch belette het de band niet om ruim een uur te hypnotiseren met een mooie set vol kamerdoom, opgesmukt met rootslicks, toetsen en zelfs trombone. Het was een mooi en gepast einde voor een straffe avond.

De heren van Dälek zorgden samen met de organisatie voor een geslaagd festival: de zestien acts zorgden voor veel variatie, creativiteit en een resem hoogtepunten. Het is trouwens aangenaam om een tweedaags festival mee te maken dat volledig plaatsvindt in een gemoedelijke sfeer, met slechts één podium (het kan nog!), normale drankprijzen en voldoende ademruimte tussen de optredens. De volgende editie zal gecureerd worden door Deerhoof. U vindt ons opnieuw op de eerste rij.

Foto's: goddeau archief

E-mailadres Afdrukken
 
Sonic City, 4-5 april 2009, De Kreun (Kortrijk)

Uit ons archief
Banner

TEST