Banner

Carte Blanche

Wim Vandekeybus Presenteert …, 24 en 25 November 2007, AB

Thomas Werbrouck - foto's: Anton Coene - 27 november 2007

Twee jaar nadat de formule werd voorgeproefd én goedgekeurd door Mauro, geeft de AB nu Carte Blanche aan de internationaal gerenommeerde regisseur, cineast, fotograaf en choreograaf Wim Vandekeybus. How can you know the dancer from the dance?, schreef William Butler Yeats ooit, maar kunnen we de danser kennen aan de hand van zijn muziek?

Voor het tweedaagse totaalspektakel dat Wim Vandekeybus uittekende, is de AB omgetoverd tot een heus interartistiek walhalla: catwalk middenin de zaal, drie imposante projectieschermen aan de wand met Vandekeybus’ video-installaties en op de begeleidende soundtrack “Dancin’ Fool” van Frank Zappa. Verschillende disciplines (theater, film, literatuur …) vermengen zich steevast met dans in het werk van Vandekeybus, maar vooral muziek is altijd al een constante in zijn producties geweest.

Zaterdag 24 november staat daarom helemaal in het teken van artiesten die in het verleden de soundtrack voor Vandekeybus’ dansvoorstellingen maakten. Openen doet de dolgedraaide big band Flat Earth Society onder leiding van Peter Vermeersch met hakketakkende free jazz en hyperkinetische improvisaties. Het 17-koppige guitige balorkest brengt opzwepende swings als “Psychoscout”, “Girls And Boys”, “Wet is wet” met zichtbaar speelplezier en ook Mauro keert ervoor terug naar de AB. Hij haalt zijn beste Duits boven in de burleske ondeugende wals “Lulu”, die Peter Vermeersch maakte voor Mountains Made of Barking uit ’94.

Flat Earth Society wordt afgelost door de Fanfakids, een jeugdige groep trommelaars (kundig onder de knoet gehouden door een parmantige jongedame) waarmee Vandekeybus’ danscollectief Ultima Vez recentelijk in zee ging. Ze luiden met hun exotische ritmes heel straf de set in van Marc Ribot (meestergitarist van John Zorn en Tom Waits), vandaag onder de noemer Ceramic Dog bijgestaan door drummer Chess Smith en bassist Shazad Ismailly. Dit nieuwgeboren trio maakt naar eigen zeggen free-punk-funk-experimental-psychedelic-post-electronica en ver van de waarheid zitten ze met die omschrijving niet. Té veel ideeën, genreverkrachtingen, ritmewissels en vrijblijvend geïmproviseerde experimenten op een hoop doen op den duur zelfs de dansende wilde madammen op de catwalk zich vergalopperen.

Marc Ribot lost de verwachtingen niet helemaal in, maar afsluiter Woven Hand zorgt wel voor de ultieme climax van de eerste Carte Blanche-avond. David Eugene Edwards bezweert Vandekeybus’ danstempel helemaal met zijn soulvolle stem. Nummers uit Woven Hands laatste plaat Mosaic als het intense “Whistling Girl” worden afgewisseld met nummers die de godsvrezende Edwards op commissie van Vandekeybus maakte voor Blush. Het met basale drones voorziene “White Bird” bijvoorbeeld bewijst de perfecte soundtrack te zijn voor de spanning in de danskunst van Vandekeybus.

Naast Flat Earth Society en Woven Hand zorgt ook de vele randanimatie (manische dansers, een guitige salsadanseres met een ferm stel kuiten, performances uit oudere voorstellingen als Brick en een piekfijn gechoreografeerde boksmatch op een geschifte gitaarsolo van Mauro en een door Vandekeybus -- in erbarmelijk Engels -- voorgedragen tekst van Mohammed Ali) voor een bijzonder geslaagde concertavond.

De tweede dag Carte Blanche staat dan weer geheel in het teken van nieuw avontuur. Vandekeybus’ eerste productie What The Body Does Not Remember werd in 1987 voor het eerst in België in de AB gepresenteerd, en de choreograaf wil twintig jaar later in dezelfde concertzaal soortgelijke kansen geven aan jonge wolven: Rockrallylaureaat The Blackbox Revelation mag deze puur Belgische avond aftrappen en doet dat niet minnetjes. De energie van de eerste drie nummers zit onmiddellijk lekker, maar de branie van het tweetal kan niet versluieren dat ze nog niet genoeg sterke nummers in petto hebben voor een volledige set. “Kill For Peace”, “I Think I Love You” en “Gravity Blues” hebben krachtige bluesy hooks, maar de flauwe catchy refreintjes overtuigen niet altijd evenzeer. De jonge Ray Davies-stem van Jan Paternoster is nog te beperkt in bereik, en de verplichte ballad “Dollars Are Sweet” blijkt ook live een stinker van formaat. Desondanks is het duo een beeldige live-band, knap op elkaar ingespeeld en een waardige opwarmer voor Daan.

Nochtans blijven we met héél wat scepsis mijlenver af van Daan, sedert hij zich aan foute kitsch en disco-schlagers als “Promis Q” waagt. Maar gelukkig heeft Wim Vandekeybus voor deze gelegenheid Daan ‘Different’ geboekt, een bijzonder geslaagde setting waarin Daan, met een loopstation in de hand, zichzelf begeleidt en de muziek presenteert die hij maakte voor Vandekeybus’ nieuwste voorstelling Menske. Ondanks de materiaalpech in het begin van de set en een aantal slordige overgangen maakt Daan sinds lang nog eens indruk met zijn bariton. De heimwee naar Dead Man Ray welt weer op bij de beklijvende singer-songwriternummers in een lomelonesome cowboy-countrysfeer, een bloedgeile striptease-act van twee danseressen tussendoor, de Daniel Johnston-cover “True Love Will Find You In The End”, de herwerking van Talking Heads-hit “Road to nowhere” tot een sferische soundscape en het tegendraadse bisnummer “Girls On Film” van Duran Duran.

En de dán al zeer geslaagde Carte Blanche-tweedaagse moet nog afgesloten worden door niemand minder dan Mauro himself. Na op zijn minst honderden alter ego’s roept Vandekeybus’ voorganger en muzikale duivel-doet-al alweer een nieuw project in het leven onder de volstrekt egoïstische alias Pawlowski, meteen het absolute hoogtepunt van Carte Blanche 2007. De muzikanten zijn nog piep maar spelen met méér dan een gezonde dosis gusto (heeft u de uiterst begeesterde ukkie op drums gecheckt?) vooral herwerkingen van nummers uit “Truth and Style”, de plaat die Mauro in 2006 onder de noemer Otot uitbracht. Mauro zelf lijkt aangedreven door elektroden als hij “Experiments in Haste” en “I Can’t Stop Talking” bijeen krijst en ook al creëert zijn begeleidingsband een donkere wall of sound met een loddervette basdreun en gebroken beats, het geheel blijft toch lekker funky en dansbaar.

Tim Vanhamel (die als het aan ons lag onmiddellijk aan de slag mag bij Ultima Vez als hyperkinetische danser) maakt het ongelukkige afzeggen van Arno met zijn vermomde cameo goed en eventjes wordt het Brusselse podium ongewild zelfs een barricade met Mauro’s slagzinnen uit “One Day You Will”: “Yes, yes to Belgium/ What I mean to say is that you belong to Belgium”. De dynamische live-show van Pawlowski mondt uiteindelijk uit in een ultieme dansact én climax van de hand van Ultima Vez (een slangenmensje balancerend op een door twee jongeheren omhooggehouden ladder!). Na het twee dagen durende dans- en muziekspektakel in de AB treden we Mauro bij: “I’m dancing with a headache”, maar we zijn erg benieuwd of Stef Kamil Carlens editie 2007 kan overtreffen als hij volgend jaar Carte Blanche mag cureren.

Meer fotos van de twee avonden vind je op wannabes.be

E-mailadres Afdrukken