Banner

Shellac

24 mei 2007, Vooruit

Guy Peters - 25 mei 2007

"Verdomme, ze kunnen het nog." Mediagigant Live Nation mag er dan wel voor iets tussen gezeten hebben, maar verder was de passage van Shellac in de Gentse Vooruit een ode aan de rigoureuze DIY-aanpak van voorman Steve Albini, intussen vooral bekend als een van ’s werelds beste rockproducers.

Alhoewel, "producer" is een term waar Albini niets mee te maken wil hebben. De man registreert, hij produceert niet. Zijn rechtlijnige, vaak tegendraadse manier van denken en werken wordt ook bij Shellac bijna tot in het absurde doorgetrokken. Zo is er geen gastenlijst voor hun optredens (en zijn er bijgevolg geen fotografen te bespeuren), en wordt zo goed als geen promotie gemaakt voor tours en releases. Vreemde locaties komen even vaak aan bod als de traditionele, en de onzin, die intussen onlosmakelijk verbonden lijkt met het rock-’n-roll-circus, wordt in de mate van het mogelijke vermeden.

Die eigenzinnige aanpak weerspiegelt zich ook in de muziek van de band, én in de manier waarop hij die ten gehore brengt. Midden jaren tachtig zorgde Albini met het koppige noisecollectief Big Black al voor hoogtepunten in de geschiedenis van de Amerikaanse gitaarrock (Atomizer en Songs About Fucking verdienen een prominente plaats in elke platenkast). Deze koers wordt minder confronterend, maar al even geslaagd verdergezet met Shellac, een band die tourt en platen opneemt als er tijd en materiaal voor is, en die als geen ander onvatbaar lijkt voor tijdsgebonden tendenzen. Hun vierde album –- Excellent Italian Greyhound — verschijnt binnen twee weken, en onze kop eraf als de eerste reactie niet is: "typisch Shellac".

Die eigen stijl is er een van puur minimalisme. Shellac combineert het mechanische van Wire met het hoekig-agressieve van de oude Helmet en het contraire van Fugazi, en klinkt toch steeds als Shellac. De sound is gortdroog en vlijmscherp. Hier geen laaggestemde donderriffs en hypercomplexe ritmes, maar nijdige incisies en potig gehamer, dat steeds de platgetreden paden weet te vermijden. Albini en bassist Weston spelen op zelfgemaakte versterkers, die rechtstreeks uit een 50’s sci-fi-reeks lijken te komen, terwijl drummer Todd Trainer maximaal gebruik maakt van een haast minuscuul drumstel dat tegen de rand van het podium geschoven werd.

Het drietal liet er in de Vooruit geen gras over groeien: met z’n kenmerkende Travis Bean-gitaar en metalen plectrums, zorgde Albini voor een non-stop barrage van messcherpe riffs, die steevast gecounterd werden door een loeiharde bas en Trainers hypnotiserende drumspel. Geen gedoe over hoe leuk de Vooruit wel niet is, geen rocksterposes, geen vleierijen. Als de hyperkinetisch huppelende en blaffende Albini zijn gitaar stemde, nam Weston even de tijd om vragen van het publiek te beantwoorden: zo kregen we te horen dat "The Squirrel Song" wel degelijk over eekhoorns gaat, en dat de nieuwe plaat eigenlijk Dude Incredible heet.

Er viel een hele resem nieuwe nummers te horen, songs die leken aan te sluiten bij de rest van de set, die geplukt werd uit alle releases van de band. Van debuut At Action Park (wat ons betreft nog steeds hun beste) werden meteen "My Black Ass" en "A Minute" ontketend, maar ook oudje "Wingwalker" en latere songs als "Copper", "Canada", "The Squirrel Song" en enkele instrumentals wisten moeiteloos te overtuigen. De band speelde indrukwekkend strak en gepast venijnig. De meegebrulde geweldfantasie "Prayer To God" ("Fucking kill him" is de centrale boodschap) was slechts één van de hoogtepunten.

De vraag naar "Crow" werd zonder verpinken beantwoord door het inzetten van die song, en de negentig minuten bereikten een einde met een indrukwekkend "Watch Song". Geen bisrondes bij Shellac, maar ook geen enkele teleurstelling. Dit was rock in z’n puurste vorm die in alle tijden overeind blijft. "This band is unstoppable" beweren die van 65DaysOfStatic van zichzelf. Die van Shellac zwijgen daarover, maar het is evenzeer van toepassing.

E-mailadres Afdrukken