Banner

SPOT-festival

25 kaarsjes en elf redenen om de laatste editie te onthouden

Dirk Steenhaut - foto's: Xanne Wijkmp/Tricia Yourkevich/Emil Brøbech - Spot - 06 mei 2019

SPOT, zowat het belangrijkste showcasefestival in Noord-Europa, was het afgelopen weekend in het Deense Aarhus al aan zijn 25ste uitgave toe. Het werd een uitverkochte verjaardagseditie, met 340 optredens, gespreid over drie dagen en 29 podia. Tot de absolute uitschieters behoorden dit keer de passages van The Entrepreneurs, Selma Judith, Hjalte Ross en de langverwachte comeback van Efterklang.

Wie een muzikale ontdekkingstocht op SPOT overweegt en niet in het overweldigende aanbod wil verdrinken, doet er goed aan vooraf grondig zijn huiswerk te maken. Dat betekent: met het programmaboekje in de hand YouTube en Spotify raadplegen, de optredens tegen elkaar afwegen en je zo veel mogelijk houden aan je zorgvuldig uitgestippelde schema, al loont het zeker ook de moeite even je licht op te steken bij kenners van de plaatselijke scene. De podia worden namelijk overwegend bemand door jong talent met namen die -- zeker voor wie van buiten Denemarken komt -- niet meteen een belletje doen rinkelen.

En toch heeft SPOT in het verleden al vaak dienst gedaan als springplank naar internationaal succes. Voor zo goed als alle Deense (en bij uitbreiding: IJslandse, Zweedse of Noorse) artiesten waar u ooit al van gehoord hebt, is de verovering van het buitenland in Aarhus begonnen. Vanaf het prille begin, inmiddels een kwarteeuw geleden, hebben festivaldirecteur Gunnar Madsen en zijn ploeg van ROSA (vergelijkbaar met het Kunstenpunt bij ons) ervoor gekozen belangrijke vertegenwoordigers van de internationale media en muziekindustrie op SPOT uit te nodigen en zo hun belangstelling te wekken voor Scandinavische artiesten. Het is een strategie die vrucht heeft afgeworpen. De Amerikaanse sterjournalist David Fricke, bekend van Rolling Stone en Mojo, is er al jaren een vaste gast, net als boekingsagenten, festivalorganisatoren of andere cruciale spelers uit heel Europa, Japan en Australië.

Op SPOT werden ooit de allereerste regels geschreven van de grensoverschrijdende succesverhalen van The Raveonettes, Trentemøller, MEW, Iceage, Agnes Obel, MØ, Alphabeat, Efterklang, Volbeat, José González, Daniel Norgren, Olafur Arnalds en talloze anderen. De grote verdienste van Madsen ligt in het besef dat kwaliteit alleen niet volstaat. Als je uit een klein land komt, moet je de nodige daadkracht aan de dag leggen en je werk onder de aandacht brengen van lieden die voldoende in je talent geloven om het verschil te kunnen maken. Het is een strategie waar vandaag heel Noord-Europa van profiteert. Want voor een land als Denemarken, dat slechts vijf miljoen inwoners kent, is het opmerkelijk hoeveel bands of artiesten tegenwoordig een platencontract op zak hebben bij gerenommeerde buitenlandse labels als Anti-, Matador, Bella Union, 4AD, Luaka Bop, Fat Possum of Nonesuch. Van dit soort exposure kunnen de meeste Belgische groepen alleen maar dromen.

SPOT speelt zich af op uiteenlopende plekken in Aarhus, maar het hart van het festival klopt vooral in het Musikhuset, een complex met zeven zalen van wisselende grootte, en Godsbanen, een reeks oude gerestaureerde gebouwen waar vroeger goederentreinen werden gelost en geladen (het lokale equivalent van Tour & Taxis, zeg maar). Op stilistisch vlak zweert SPOT bij variatie: punk, metal, indiepop, dance, elektronica, hiphop, r&b, funk, soul, classic rock, industrial, avant-garde, het staat allemaal broederlijk naast elkaar. Bands met een zekere renommé worden afgewisseld met nieuwe hypes of prille beginners: het is aan het publiek om te kiezen en te filteren. Zelf stelden we andermaal vast dat het algemene niveau vrij hoog lag, al kwam natuurlijk lang niet iedereen even origineel uit de hoek. Maar soms moet je nu eenmaal bereid zijn met je handen door het gruis te woelen om de echte parels te ontdekken. De volgende elf zijn, naar onze bescheiden mening, ook uw aandacht waard.

altEFTERKLANG. Het trio uit Kopenhagen brengt later dit jaar de langverwachte opvolger uit van het zeven jaar oude Piramida. Het wordt niet alleen hun eerste plaat met songs in het Deens, het is ook een samenwerking met B.O.X. (Baroque Orchestration X), een Antwerps ensemble onder leiding van luitspeler Pieter Theuns, dat hedendaagse muziek speelt op barokinstrumenten. Live stond die alliantie garant voor een méér dan zinnenprikkelende ervaring. Efterklang werd voor de gelegenheid aangevuld met een puike drumster, wier stem prachtig harmonieerde met die van frontman Casper Clausen, en een extra toetsenman, zodat er in totaal negen muzikanten op het podium stonden. De nieuwe songs klonken opvallend poppy -- Clausen liet het publiek zelfs meezingen met nummers die het, met uitzondering van "The Ghost", nooit eerder had gehoord–-- en de theorbe, harp en trompet van B.O.X. brachten weliswaar nieuwe klankkleuren aan, maar versmolten organisch met de vertrouwde sound van Efterklang. Het levendige bewijs dat een groep tegelijk het avontuur kan opzoeken en volledig zichzelf blijven. Naar de geestdriftige reacties te oordelen, wist het publiek die niet aflatende exploratiedrang zeer te waarderen.

HJALTE ROSS. De 22-jarige singer-songwriter uit Aalborg herinnerde met zijn warme stem, soepele fingerpicking en bespiegelende teksten nog het meest aan Nick Drake. Geen toeval, want zijn vorig jaar verschenen langspeeldebuut Embody werd geproducet door John Wood, de man die tijdens de sixties en de seventies de klank bepaalde op de platen van Drake, Cat Stevens, Pink Floyd en Fairport Convention. Wood, 79 inmiddels, runt samen met zijn vrouw al dertig jaar een B&B in Aberdeen en heeft de muziekwereld al lang vaarwel gezegd. Hjalte Ross wist hem er echter toe te overtuigen zijn oude ambacht weer op te pakken. Tijdens SPOT werd de zanger begeleid door een uitstekende band met leden van Get Your Gun en Kogekunst, die zijn half gefluisterde songs met behulp van piano, cello, trompet en kregelig gitaarwerk van extra reliëf voorzagen. Een openbaring.

altTHE ENTREPRENEURS. Wie vertrouwd was met de Amerikaanse gitaarrockscene van de eighties, destijds vertegenwoordigd door labels als SST, Homestead en Blast First, voelde meteen waar The Entrepreneurs de mosterd vandaan hebben gehaald. Maar de energie, de overgave en de passie waarmee het lawaaierige postpunkgezelschap uit Kopenhagen de songs uit zijn pas verschenen lp Noise & Romance te lijf ging, liet niemand onberoerd. Het kwartet oogde zo uncool dat het van de weeromstuit net cool werd. The Entrepreneurs speelden in het grootste theater van Aarhus, maar hadden slechts een halve song nodig om de toeschouwers eensgezind uit hun zitjes te doen rechtveren. De gitaren scheurden in de beste Dinosaur Jr-traditie, de drummer zorgde voor een extra portie dynamiek en nummers als "Say So!" en "Joaquin" werden terecht op euforische kreetjes onthaald. Aan de hoge stem van Mathias Bertelsen (denk aan Jonathan Donahue van Mercury Rev) was het eerst wel even wennen, maar The Entrepreneurs bewezen toch vooral dat rock, in weerwil van wat soms wordt beweerd, nog steeds behoorlijk opwindend kan zijn en dus verre van dood is. Onze oren tuiten nog altijd heerlijk na.

SARA LEW. In 2016, toen ze net haar debuutplaat Dark Feathers had uitgebracht, wist Sara Lewis Sørensen ons live al eens omver te blazen. Qua stem had de artieste wel iets van Polly Jean Harvey, maar haar even dromerige als intense songs waren gelukkig zo veel meer dan een gemakzuchtig doorslagje. Ook nu speelde Lew weer introspectieve songs over relaties waarin de communicatie zoek is geraakt ("Does Anybody Listen") of waarin de routine de romantiek onherroepelijk heeft overwoekerd ("Same Old People"). Sara Lew, ook een uitstekende gitariste, klonk donker en arty en bracht meeslepende nummers over de strijd die ze dagelijks voert om haar onafhankelijkheid te bewaren. De gebalde set, die ze tijdens SPOT speelde met haar band, beloofde het beste voor Sunday Morning, haar tweede langspeler, die tegen 10 mei het licht moet zien.

THE BOWDASHES. "They sound like the constantly pissed off daughters of Patti Smith and David Lynch", lazen we ergens. En kijk, dan werden we natuurlijk vreselijk nieuwsgierig. The Bowdashes zijn in wezen zangeres-gitariste Linn Holm en zangeres, toetseniste en autoharpspeelster Nana Nørgard, maar live krijgen ze assistentie van een stevig uit de kluiten gewassen groep, waarin de frontman van The Entrepreneurs voor de gelegenheid de drumsticks hanteert. De dames, in het bezit van stemmen die, qua timbre, doen denken aan die van Karen O van The Yeah Yeah Yeahs, combineeerden nummers uit hun ep Marrow (2017) met twangy, nog te verschijnen materiaal. In hun teksten stonden meestal wraaklust, bloeddorstigheid en eenzaamheid centraal. Uit "Diego" en "The Love & Death Of The Owl Hoot Trail Riders" kwam een universum te voorschijn waarin Quentin Tarantino zich inbeeldde dat Denemarken zich in het Wilde Westen bevond. Een fantasietje? Ja, maar we vonden het helemaal niet erg erin mee te gaan.

SELMA JUDITH. Ze is de dochter van Lars Von Trier, het enfant terrible van de Deense cinema, en ondanks haar frêle figuur ziet ze er met haar vele tatoeages behoorlijk stoer uit. Hoewel ze pas vooraan in de twintig is, toont Selma Judith zich al van vele markten thuis. Ze regisseert haar eigen films, speelt klassieke harp, zingt soulvolle r&b en bedenkt songs die ergens het midden houden tussen Joanna Newsom en Jorja Smith. Ze bracht tot dusver slechts enkele singles uit, maar mocht toch al samenwerken met de broers Dessner van The National. Behalve over hoge ambities beschikt Selma Judith over een prima band, waarmee ze volgende zomer haar opwachting maakt op de podia van Roskilde en, dichter bij ons, Best Kept Secret. Songs als "Colder", "I’m a Mess" of "Kind Of Lonely" voelden warm en sensueel aan en in "Inner Thigh" fluisterde de jongedame je veelbelovend in het oor waar ze tussen de lakens zoal toe in staat is: "If you let me stroke you slowly on your inner thigh / I will surely make you shiver as I make you mine." Het beest met twee ruggen spelen met Selma Judith? Als we in de Voxhall-club even om ons heen keken, was meteen duidelijk dat het de chanteuse niet aan potentiële kandidaten zou ontbreken. "Let me fuck you into the daylight", kreunde ze. En we hadden niet eens iets gevraagd.

IDA KUDO. Een Japanse met Deense roots, die zich spiegelt aan Björk en Santigold, en in het grensgebied tussen pop en indie opereert? Bring it on, dachten we. En inderdaad, Ida Kudo bleek flamboyant genoeg om onze aandacht vast te houden. Haar groep combineerde stevig gitaarwerk met elektrobeats, catchy popsongs met een grime-, dancehall-, r&b- en triphopsmaakje, die naast die van, pakweg Seinabo Sey, zeker niet uit de toon zouden vallen. Tel daarbij prijsbeesten als "Gold" en "Wolf", een meer dan gemiddelde vocale souplesse en thema’s die aan de doorsnee millennial appelleren, en je krijgt een onconventionele diva van het type waar ook fans van Billie Eilish wel raad mee weten.

altSPECIAL K.. Ontbijtgranen op SPOT? Neen, wél een jonge IJslandse met een laptop, een keyboard en een sampler, die eerder al deel uitmaakte van een punkband en een feministisch hiphopcollectief. In haar eentje maakt Katrín Helga Andrésdóttir nu een uiterst charmante vorm van lofipop waarin vooral zelfspot centraal staat. De titel van haar debuut-cd, I Thought I’d Be More Famous by Now en liedjes als "Date Me I’m Bored" of "Diner For One" spreken in dat verband boekdelen. Special K. zingt over haar gestuntel, haar teleurstellingen, haar gefnuikte verwachtingen, en doet dat altijd een beetje kinderlijk en tongue-in-cheek. In Aarhus gingen haar songs over emotionele ups en downs vergezeld van goedkope maar absurde filmpjes, waaruit mocht blijken dat de zangeres vaak het kneusje is. Special K., die ook regelmatig samenwerkt met Sóley, bewandelde op het podium de dunne lijn tussen geestig en wanhopig, tussen dagboekintimiteit en parodie ("Fashion"). Een imaginaire soundtrack bij het leven van de generatie Y, zeg maar. Omdat mislukken óók een kunst is.

altFUFANU. Kaktus Einarsson is de zoon van Einar Ôrn, die, wegens zijn werk met KUKL, The Sugarcubes en Ghostigital, als de godfather van de IJslandse underground wordt beschouwd. Als spilfiguur van Fufanu bewijst zoonlief al enkele jaren dat de appel niet ver van de boom is gevallen. Onlangs verscheen met The Dialogue Series de derde plaat van de groep, waarop alle aspecten van haar muziek -- technorock, motorik beats, postpunk, avantgarde elektronica -- aan bod kwamen. Ook live stuiterde Fufanu van de ene sfeer in de andere: het was alsof iemand de platen van The Stooges, Pavement en Suicide in een blender had gegooid, gewoon uit nieuwsgierigheid naar het goedje dat er uit zou komen. Kaktus is dezer dagen niet meer het ongeleide projectiel van vroeger, maar hij weet het publiek nog altijd op een aangename manier te jennen met muziek die onvoorspelbaar maar altijd boeiend klinkt. Helemaal Fufanu dus.

NIVE NIELSEN & DEER CHILDREN. Bij ons is ze al lang niet meer te zien, maar op de Scandinavische podia is de Groenlandse Nive Nielsen een graag geziene gaste. Samen met haar band The Deer Children kwam ze op SPOT dan ook een beetje thuis en dat voelde je meteen aan de uitgelaten sfeer in de zaal. Nive, die ook als actrice te zien was in de film The New World en de Amerikaanse tv-serie The Terror, en eerder al samenwerkte met Howe Gelb, John Parish en de helft van The Black Keys, staat altijd met een stralende glimlach op het podium. Ze begeleidt haar charmante indiefolkliedjes afwisselend op gitaar en ukulele, maar in Aarhus viel toch vooral op dat haar sound een serieuze noise-injectie had gekregen. Het klonk allemaal een beetje rafeliger, gespierder en meer leftfield dan vroeger. Alsof Nive Nielsen een soort Crazy Horse van stal had gehaald. Geen idee of haar derde plaat voor zeer binnenkort is, maar als haar passage op SPOT een voorafspiegeling is van de richting die The Deer Children live zijn ingeslagen, kijken we er nú al naar uit.

BOUND BY LAW. Om de één of andere reden is Americana in Noord-Europa altijd erg populair geweest. Sommige Denen klinken dan ook alsof ze in de woestijn tussen de cactussen en ratelslangen zijn opgegroeid. Ook Bound By Law bestaat uit vijf desperado’s die van ‘dark country’ hun core business hebben gemaakt. Alleen zijn de outlaws waar zij het in hun songs over hebben de grootbanken, de oliebaronnen en opportunistische politici. Dat de vijf heren hun gitaren, banjo’s en prominente bluesharmonica niet ijdel gebruiken, mag blijken uit het feit dat ze met een van hun songs vorig jaar tijdens de Texas Sounds International Country Music Awards de prijs voor beste song mee naar huis mochten nemen. Tijdens SPOT gaven ze al een voorsmaakje van hun binnenkort te verschijnen vierde langspeler: prima nummers, met occasioneel een knipoog naar Lynyrd Skynyrd, The Blasters en Johnny Cash, energiek en overtuigend gespeeld. Ouderwets? Zeker, maar daarom nog niet gedateerd.

E-mailadres Afdrukken