Banner

Roots & Roses

1 mei 2019, Lessines

Kathy Van Peteghem - foto's: Freddy Vandervelpen - 02 mei 2019

Het sympathiekste kleinschalige festival van het land heeft een luidruchtige, zonnige, en drukbevolkte tiende editie achter de rug. Een die niet alleen publiek uit Wallonië, maar ook uit Vlaanderen, Nederland en Amerika aantrekt. Het is namelijk goed vertoeven in de Ancien Chemin d'Ollignies.

alt

Dat er ook schone rootsmuziek gemaakt wordt in Luik, daar weten we na het aanschouwen van Everyone Is Guilty veel meer over. Met “Sweet Old Town” hebben ze een ode aan hun thuisstad gemaakt, en het publiek knikte en zag dat het goed was. Nog zo’n Waals duo, dat wel bekendheid geniet aan deze kant van de taalgrens, is The Goon Mat & Lord Benardo. Gitarist/zanger Mathias Dalle en mondharmonicaspeler Fabian Bennardo houden van vettige muziekjes, wat ze ook bij The Boogie Beasts (waar ze de helft van uitmaken) te pas en te onpas op allerlei Belgische en Nederlandse podia etaleren. “Voodoo courtesy of rhythm”, oftewel een vettige mix van blues en boogie, daar leven ze zich in uit. Als Dalle en Bennardo als duo op het podium staan, verhoogt het percentage boogie en wordt het allemaal nog vetter en aanstekelijker, mede dankzij de fratsen van harmonicaspeler Bennardo, die de volledige breedte van het podium gebruikt om het publiek constant op te jutten en op het einde ook nog eens het publiek induikt. Iedereen is nu écht goed wakker en klaar om de rest van de dag door te komen.

alt

Door de lange rij aan de ecologische toiletten werd zowaar het begin van The Sadies gemist, en dat is iets waar nog lang zal over getreurd worden. Want deze Canadezen uit Toronto kunnen een eindje wegrocken, wat ze in het verleden nog deden met Jon Spencer. Country met een punkattitude, daar voelen de broers Dallas en Travis Good zich in thuis, en het swingt en gromt dus alle kanten uit. Beiden beschikken bovendien over een meer dan behoorlijke strot, wat maakt dat de muziek van The Sadies soms melodieus en soms rauw klinkt. Maar altijd met een eerlijkheid en schoonheid die kan bekoren. Wel spijtig dat het publiek in de loop van de set steeds lauwer reageerde, al kan dat te wijten zijn aan de groep zelf, die door iets te lange gitaar- en/of vioolwissels de vaart uit het optreden haalde. Nochtans werd hun mengeling van surfrock en punk wel degelijk gesmaakt door de voorste rijen. Bovendien hadden ze hun setlist er blijkbaar met zo’n rotvaart doorgejaagd dat ze nog zo’n 10 minuten over hadden. Die ze dan maar vulden met nog een sessie potige countryrock.

Wat te denken van The Devil Makes Three? Een enthousiast onthaal voor deze Amerikaanse folk-/bluegrassband, maar de warmte in de tent was voor velen te overweldigend en lokte deftig wat volk naar buiten, naar de zonnige weide, waar het leuk vertoeven was met een Moinette in de hand en een frisse bries door de haren. De aanstekelijke mix van bluegrass, rock en country was voor het merendeel van het publiek helaas niet echt bestand tegen de zachte Belgische lentetemperaturen.

alt

De doom en gloom van Wovenhand p(l)akte dan weer wel. David Eugene Edwards kende in de jaren 90 met 16 Horsepower redelijk grote successen. Solo stond hij al eerder op het podium in Lessines, maar voor Wovenhand was het de eerste keer. En als het van een groot deel van de aanwezigen afhangt, zal het zeker niet de laatste keer zijn. Want ook al heeft Edwards’ americana meer weg van de New Wave van de jaren 80, toch kon zijn doom and gloom het publiek zeker bekoren. Alleen spijtig dat hij buiten de tent hoorbaarder en verstaanbaarder was dan binnen, waar alle subtiliteit in zang en gitaarspel verzandde tot een brabbelende brij. Tekstueel hadden we dus totaal geen idee waar de graatmagere Amerikaan het over had, maar dat het dreigend en urgent klonk, dat was overduidelijk. En hypnotiserend ook, want ook al bewoog Edwards niet bijzonder veel, zijn podiumprésence is overduidelijk en het publiek bleef gebiologeerd kijken. Ergens halfweg de set overviel ons de gedachte: “Wat zou er gebeuren, moest Nick Cave deze songs onder handen nemen?” Want ook al klinkt Edwards alsof hij vanuit zijn graf zingt, zijn bas brengt toch minder nuance en emotie over dan die van Nick Cave. Maar intens, dat was het zeker!

alt

Jon Spencer is nog zo'n vaste gast in Lessines. De Amerikaanse trashgitarist heeft al vele muzikale watertjes doorzwommen, maar hij houdt wel vast aan één ding: het moet luid zijn en het moet rocken als de beesten. Ook met zijn nieuwe band The Hitmakers houdt hij zich aan dit credo. Toetsenist Sam Coomes hield het hele optreden lang zijn “WFT” attitude aan, maar speelde ondertussen wel de pannen van het dak. En Bob Bert en M. Sord zorgden voor de juiste percussie- en drummep om het loeiende gitaarwerk van Spencer te ondersteunen. In de volle 65 minuten die ze toegewezen hadden gekregen, slaagden ze erin om meermaals het dak van de tent weg te blazen. En Spencer heeft er alvast enkele jeugdige fans bij -- de meisjes waarbij hij zich persoonlijk excuseerde voor de knoeiboel die zijn en vorige generaties hadden achtergelaten, zullen hem niet licht vergeten.

Met een selectie uit het kersverse album Jon Spencer Sings The Hits maakte Spencer duidelijk dat hij nooit toegevingen zal doen aan de commercialiteit en volop blijft gaan voor een eigen, loeiharde en gitaarfreakerige sound. Een eerste écht hoogtepunt van de dag dus, en enigszins ten onrechte niet de afsluiter van de “Roses”-tent. Ook hier zat de geluidsbalans echter niet altijd top: de galm die Spencer zelf op zijn microfoon gezet had, verzonk in het gitaargeweld en daarom kreeg hij niet altijd de gewenste reactie van het publiek. Een publiek dat trouwens gretig en gewillig bleef gedurende de gehele set. Bovendien was Jon Spencer & The Hitmakers de eerste act waarbij het gevoel gecreëerd werd dat er een (h)echt geheel op het podium stond en niet zomaar een frontman met wat begeleiders. Spencer betrok zijn muzikanten in zijn songs, stelde hen meermaals voor en “eiste” bijna dat er voor hen geapplaudisseerd werd. Volgend jaar nog meer van dat?

alt

De Belgische (commerciële) bluestrots in bange dagen wordt al een tijdje gedragen door Black Box Revelation. De “mannen uit Dilbeek” waren er al bij op de eerste editie in 2010 en mochten dus niet ontbreken op dit jubileum. In die tien jaar is er weliswaar veel veranderd: de gitaarblues van Dries Van Dijck en Jan Paternoster is geëvolueerd van rechtoe rechtaan gebeuk naar iets subtieler gitaarspel en melodieuzere songs. Onlangs brachten ze nog een nieuw album (Tattooed Smiles)uit en vulden ze enkele keren de AB. Het jonge publiek smulde alvast van hits zoals “Gloria”, “Warhorse” en “High On A Wire”, maar ook de nieuwe songs gingen er in als zoete broodjes. Spijtig genoeg hadden de twee mannen hun tourmuzikanten thuisgelaten, waardoor het toch iets te veel “boem-klets” muziek was. Maar het jonge volk heeft genoten, en is dat niet wat telt?

De iets oudere festivalganger was blijven hangen om de afsluiter in de “Roots” tent toe te juichen. CW Stoneking kan je niet omschrijven in een zin, je moet hem gezien en gehoord hebben om het te geloven. Christopher William Stoneking werd geboren in “down under”, maar als je hem hoort praten, zou je denken dat hij het daglicht zag in een of ander Texaans boerengat. Zijn stijl omschrijft hij zelf als “jungleblues”, maar is eigenlijk een mix van vooroorlogse akoestische Deltablues, swing, rockabilly en calypso. Met zijn schrille en door merg en been snijdende stem vertelt hij verhalen over losers, werklozen en andere outcasts. Hij stelt alle songs voor als “This here is a little tune I wrote”. Waarna weer een of ander hilarische of schrijnende vertelling volgt.

In 2008 werd Stoneking beloond voor het jarenlange aan de weg timmeren, toen de plaat Jungle Blues een onverhoopt wereldwijd succes werd. “Love Me Or Die” en het titelnummer passeerden de revue, en het publiek lustte het wel. Er werd geswingd en heen en weer gebruld. En nu zat de geluidsbalans wel redelijk goed, waardoor Stonekings' gortdroge commentaar op goedkeurend gejoel onthaald werd. Maar, aan alle mooie liedjes komt een eind, en met het zachtwiegende “Jungle Lullaby” stuurde CW Stoneking ons de koude nacht in. Dat was echter buiten het dolgedraaide publiek gerekend, dat minutenlang om een bisnummer (of twee) bleef roepen. Zelf nadat aangekondigd werd dat de gitaar al ingepakt en weggenomen was, bleef het fluitconcert aanhouden. Een einde in mineur en een domper op dit zonnige feestje in Lessines. Benieuwd wat editie 11 zal brengen? Nog 364 dagen te gaan dan!

E-mailadres Afdrukken