Banner

The Antlers

25 april 2019, Het Depot

Maarten Langhendries - foto's: Joris Peeters - 27 april 2019

Donderdagavond kon je ter hoogte van het Martelarenplein in Leuven anderhalf uur lang een speld horen vallen, naast af en toe het geluid van een traan die viel of een hart dat brak. The Antlers kwamen hun hartverscheurend verhaal Hospice vertellen, wat een unieke avond opleverde.

Tien jaar geleden brak The Antlers uit de slaapkamer van songschrijver/zanger/gitarist Peter Silberman met Hospice, een plaat over een verpleger in een ziekenhuis die emotioneel misbruikt wordt door een kankerpatiënt. Het volledige verhaal achter die plaat kan u elders op deze website lezen, maar dat het een verhaal is dat door merg en been gaat, behoeft niet veel uitleg. Naar aanleiding van die verjaardag besloot de groep de plaat akoestisch in zijn geheel te brengen. Dat laatste is niet zo verwonderlijk, aangezien Hospice bijna een roman op muziek gezet is. Niemand kan The Antlers dan ook gemakzuchtige nostalgie of cashen ten lasten leggen – ook al niet omdat de oude wondes van Hospice terug openrijten voor Silberman geen pretje moet zijn. Als er één plaat is die het verdient van voor naar achter gespeeld te worden, is het deze rode cultklassieker wel. Dat ze die plaat akoestisch brengen, is wél niet zo evident, aangezien het origineel muzikaal nogal leunde op hard-zacht dynamiek en niet op een bombastisch stuk meer of minder keek. Speelde het vertrek van multi-instrumentalist Darby Cicci een rol? Of was zanger Silberman nog niet volledig verlost van de gehoorproblemen die hem enkele jaren geleden het spelen onmogelijk maakten? Of was het toch gewoon een artistieke keuze?

We komen het niet te weten, maar al snel bleek uitleg irrelevant en vrees voor een saai optreden onnodig, integendeel. Het trio, met drummer Michael Lener en zijn ene snaredrum in het midden en gitarist Tim Mislock, zette meteen een heel kwetsbare sfeer neer – de zeer sobere, schaars verlichte podiumopstelling en zittend publiek hielp daar ook bij – en wat de muziek verloor aan dynamiek, won ze aan intimiteit. Je leek als toeschouwer nog meer dan op de originele plaat een blik te krijgen op een hyperpersoonlijk, klein verhaal tussen twee mensen, die nog tastbaarder werden. Sylvia was nooit zo dichtbij, alsof je zelf aan haar ziektebed stond. “Kettering” was nog wat zoekend, maar “Sylvia” ging juist nog meer door merg en been. Zowel de intense tekst van het nummer als de stem van Silberman – die hier de hoogste regionen van zijn bereik opzocht - kwamen goed naar voren en deden het nummer nog meer binnenkomen. Het einde was ronduit huiveringwekkend. “Atrophy” was daarna het breekpunt. Nooit lieten The Antlers je je als luisteraar zo klein voelen als hier. Achteraf durfde niemand te klappen.

En zo hielden The Antlers je een uur lang gevangen in de ervaring van Hospice. Net als “Sylvia” won ook “Thirteen” nog aan zeggingskracht. Alleen “Wake” had misschien een beetje te lijden onder eenvormigheid, maar zelfs die acht minuten gingen nog altijd recht naar je hart. Het verstilde “Epilogue” – “ You've been gone for quite a while now / and I don't work there in the hospital / they had to let me go” - kon de zaal daarna niet anders dan collectief onwezenlijk achterlaten. Dit deel van het optreden was een unieke en onaardse ervaring. Zelden heeft een groep, zowel op plaat als het podium, zulke intense gevoelens weten op te roepen. Silberman, Sylvia, maar ook het publiek: hier kreeg je een blik op de mens op zijn meest kwetsbaar. Maar naast een bloedstollende en hartverscheurende muzikale gebeurtenis voelde het ook aan als een collectief verwerkingsproces. Alsof groep en publiek samen een soort catharsis hadden doorgemaakt.

De band gaf het publiek dan ook even een broodnodige pauze voor hij nog enkele oude nummers in dezelfde uitgeklede versie bracht. Aan dit laatste half uur hield je echter een dubbel gevoel over. Enerzijds kende het stuk zeer mooie momenten – “Parade” en “Surrender” kwamen akoestisch wel over. Anderzijds leek alles wat The Antlers in dit deel kon doen wat irrelevant tegenover het intense uur voordien, zeker omdat je je al emotioneel leeggezogen voelde. Ook was het zweverige “Drift Dive” bijvoorbeeld niet geschikt voor een akoestisch kleedje. Soms bekroop je het gevoel dat The Antlers het misschien gewoon bij die intense vertelling van Hospice had moeten laten, iets wat dapper, maar tegelijk voor sommige mensen waarschijnlijk ook onverkoopbaar zou zijn geweest.

Gelukkig wist de groep bij de laatste drie nummers wél de relevantie van deze coda te bewijzen door veeleer een bezinnende sfeer op te roepen, eerder dan de directheid van een “I Don’t Want Love”. “Ahimsa” uit de sobere soloplaat van Silberman paste perfect bij het gevoel van contemplatie dat je nodig had na Hospice. Idem voor het kwetsbare en sobere “Corsicana” en het mantra “I’m not gonna die alone” uit “Putting The Dog To Sleep” die het concert afsloten. Het zijn nummers die zowel verdriet als vernieuwde hoop uitdrukken, een langzaam terug klauteren uit het dal. Verzoening – met de ander, met het verleden, en het meest nog met jezelf – drukt misschien nog het best uit wat de band hier wist over te brengen. Zo besloop je op het einde toch nog het gevoel dat alles wat kapot is, gemaakt kan worden. Misschien was het – naast verblufte bewondering voor de prestatie van Silberman en de andere twee muzikanten – ook wel dit gevoel dat het publiek overviel toen het volkomen terecht een staande ovatie bracht.

E-mailadres Afdrukken