Banner

Hetze, Gewoon Fucking Raggen, Seein’ Red

21 april 2019, Het Bos

Guy Peters - 22 april 2019

Verzamelen geblazen in Het Bos, waar onder het motto ‘Punk is verzet’ een resem bands bij elkaar gebracht werden die de regionale hardcore uitdragen met een boodschap. Die was bij de ene al wat explicieter dan bij de andere, maar nog altijd relevant, wat er mee voor zorgde dat dit meer kon zijn dan een rondje nostalgie.

We wandelen binen terwijl het Noord-Franse Scraps net aan z’n set begint. Die band onstond al in de vroege jaren tachtig en was z’n tijd vooruit. Even denken we dat ex-Anderlechtvoetballer Glen De Boeck de zang voor z’n rekening neemt. Het blijkt de eeuwig jonge David Dutriaux te zijn. Die was ooit nog frontman bij het Belgische Nations Of Fire en de pedagogische vlam is bij hem duidelijk nog niet gedoofd. Elke song krijgt een woordje uitleg, een positieve boodschap, een oproep om beter te doen. Dat maakt hem en de band sympathiek, al komt het na verloop van tijd wat schoolmeesterachtig over. De muziek is vinnig en gestroomlijnd, hier en daar voorzien van een forse versnelling en lijkt vooral verder te bouwen op de late 80s hardcore van bands als Gorilla Biscuits, Youth Of Today en andere Cappo-projecten. Een geslaagde cover van “Screaming For Change" (Uniform Choice) vat het allemaal mooi samen. Zoals zo vaak maakt het hart op de juiste plaats het verschil, al blijft het bij het publiek eerder bij schouderophalen.

Meer animo voor het Nederlandse Pressure Pact, dat er meteen heel wat lomper inhakt. Met zanger Len beschikken ze over een stormram die even boertig als (zelf-)relativerend de show steelt, met grove keelkreten die herinneren aan Cal Morris, John Brannon én Bob Fosko. De brulboei stompt energiek heen en weer, opgejut door een lekker scheurende band die de manieren van Scraps overboord gooit voor een ziedende, dierlijke overgave. En kijk, terwijl we op voorhand vreesden voor een hoog tough guy-gehalte, werd dit een performance die maar aan kracht en enthousiasme bleef winnen, regelmatig flirtte met de D-beat en de opgestoken middenvinger en ziedende woestheid van een Negative Approach. Ook hier weinig vernieuwing, maar enthousiasme en een fors stel kloten deden hun werk.

De naam Hetze begint de laatste tijd de ronde te doen, en al snel wordt duidelijk waarom. Met een line-up die voor 75% uit vrouwen bestaat val je blijkbaar nog altijd uit de toon, al bewijst het kwartet snel dat die bedenking er eigenlijk niet toe doet. Gitariste Caroline en bassiste Dorien zijn een perfect op elkaar afgestemd duo en worden onophoudelijk opgejut door drummer Viktor, die z’n hi-hatcymbalen zo’n afranseling geeft dat we een voorliefde voor powerviolence/grindcore vermoeden. Het geeft de hardcore van de band een withete gloed, eerder vlijmscherp kervend dan boertig hakkend, iets dat nog aangedikt wordt door het furieuze gekeel van Eva, die de ruimte opeist met een autoriteit waar geen mens iets tegenin te brengen heeft. Hetze knalt de songs van debuut-lp Bedbugs erdoor met een hondsdolle energie en kwakt er nog wat nieuw werk bovenop. Dit verhaal is nog niet uitverteld.

Gewoon Fucking Raggen is nog zo’n verademing, al is het maar omdat het Rotterdamse trio de muziek voor zich laat spreken. “We Need More Harcore”, “Slavebook” en “Shell Shock”, het starttrio uit We Need More hardcore, zet meteen de toon: hyperfurieuze lappen teringherrie die dicht bij de oude grindcore gelegen hebben (de bassound van Sally doet meteen denken aan die eerste Napalm Death-opnames), maar eigenlijk nog meer gemeen hebben met het woeste pionierswerk van Void en (vooral) Siege, met drummer/zanger Lemmy die de boel bij elkaar veegt met vier armen, terwijl gitarist/zanger Wesley er even statisch bij staat als die andere Lemmy, maar al net zo hard knalt. Gewoon Fucking Raggen speelt zo’n twintig minuten, maar het waren wel de slopendste van de voorbije week. Muilpeer van jewelste.

“Punk Is Verzet”, “Fist”, “Resist”, “Dream”, “Shut The Fuck Up”, “Idealen”, “Colourblind”, “Bruine Hemden”, “Words, Not Just Music”. Het is snel duidelijk dat het legendarische Seein’ Red z’n idealen en boodschap niet wegsteekt. De band – Paul van den Berg (zang, gitaar), Olav van den Berg (drums), Jos Houtveen (bas, zang) – speelt al zo’n vier decennia samen, zette Nederland eerst in de fik als Lärm, en daarna als Seein’ Red. Ook hier krijg je een ziedende zak songs voor de kiezen, een soort carrièreoverzicht van een band die steeds met opgestoken vuist ageerde tegen racisme, fascisme, kapitalisme, uitbuiting en meer. En ook hier paste een opmerking of boodschap bij zowat alle songs, maar die werden uitgevoerd aan zo’n rotvaart – snel, gortdroog, zonder overbodige solo’s – dat je dacht naar een stel jonge honden te kijken. De leden, die de hele tijd in de zaal rondhingen om hun jongere collega’s aan het werk te zien, noemden zichzelf ‘voltooid verleden tijd’, maar daar is op basis van dit concert geen sprake van. De begeestering van Seein’ Red staat nog altijd als een huis en vormde het knalrode uitroepteken achter een avondje razernij.

E-mailadres Afdrukken