Banner

Johnny Dowd

Vrijdag 19 april 2019, Het Ijle Land, Gent

Guy Peters - 20 april 2019

Wie ‘m dezer dagen aan het werk wil zien kan maar beter naar Nederland of Engeland trekken, maar gisteren was er toch nog eens een kans om Johnny Dowd, eeuwig buitenbeentje van de rootsmuziek, live te aanschouwen. Samen met kompaan Mike Edmondson baande de veteraan zich door een resem geblutste songs die je er nog maar eens aan herinneren waarom je hem zelden op een doorsnee festival on in de traditionele media zal tegenkomen. Dowd drukt meer dan ooit z’n eigen, unieke stempel op de songs waar hij zich aan vergrijpt.

De wilden dagen, toen hij met een fles whiskey op de gitaarversterker de boel aan flarden speelde in de AB Club, die zijn intussen voorbij. Vandaag de dag drinkt Dowd water op het podium, al suggereert dat vooral niets over de normaliteit van zijn songs of de uitvoeringen ervan. Het recent verschenen Family Picnic was na een handvol doorgeslagen soloprojecten weer een iets verteerbaarder plaat, maar het blijft een onwennige combinatie van vermangelde blues, hoekige walsjes, onheilsverzen, gebroken familiekronieken, geloopte keyboardriedels en plastieken beats. Het dwingt de muziek van Dowd tot een onophoudelijke balansoefening, waarbij traditie en artificiële verminking vechten om dominantie en het uiteindelijk alle richtingen uit kan schieten.

Het betekent ook dat songs soms eerder aangegrepen worden als een aanzetje waar vanalles mee uitgevreten kan worden, dan afgewerkte pakjes die in vooraf bepaalde vorm afgezet moeten worden voor de voeten van een luisteraar. Net als zijn hilarisch droge verhalen en grappen (soms is de lijn tussen de twee flinterdun), kunnen songs derailleren of zelfs helemaal te pletter crashen tegen een betonnen muur. Toepasselijk eigenlijk, aangezien Dowd uit vele vaatjes van de Amerikaanse songtraditie tapt, waaronder ook die van de ‘teen tragedy song’ (“Teen Angel”). Het vergt wel charme en vindingrijkheid om daarmee weg te geraken, maar laat net dat nu geen probleem zijn. Zo’n Dowd laat zich niet zomaar uit het lood slaan.

De set was grotendeels opgebouwd rond Family Picnic, waarvan de songs in iets rauwere en sobere versies uitgevoerd werden. Hier en daar miste je daardoor wel de extra inkleuring of zang van Kim Sherwood-Caso (“Walking The Floor”, etc), maar Dowd beschikte wel over Mike Edmondson, die solo- en ritmegitaar speelde, baslijnen voorzag, maar soms ook de show kon stelen; met een solo uitvoering van Sinatra’s pocketdrama “It Was A Very Good Year”, bijvoorbeeld, of de jolige ‘Butterman Dance’, waar het publiek ook bij betrokken werd. Hier en daar ontpopte Edmondson zich ook als een bedreven snarengeselaar, net als Dowd, die regelmatig ook een venijnige blues of funkslag uit de snaren kneep.

Maar een gewoon concert, dat zal er nooit van komen. Dowd heeft er gewoonweg teveel plezier in om de songs de kop om te wringen, en het boeltje richting dadaïstische performance te duwen, waardoor de blues van “Vicksburg” en “Back End Of Spring” puristen de huiver op het lijf zal jagen. Passeerden ook: Bo Diddley (een medley met “Hey, Bo Diddley” en “Who Do You Love”), countrylegende Conway Twitty (“I love the bright lights of Ghent City, and I wanna be a star like Conway Twitty”), de onvermijdelijke inspiratie Thomas Dorsey, “Jesus Loves Me”, hiphop van den Action (“White Dolemite”) en een stukje sardonisch jazzgefriemel (“the same mistake over and over again”). Maar net als bij het recentste album voel je ondanks al die relativerende gekheid en ontregeling dat er onder die laag van absurditeiten ook een vakman schuilt die z’n metier kent.

Dat was nog het meest duidelijk in “Dream On”, opgedragen aan z’n vrouw. “What was it about me, you found so hard to understand?”, vroeg hij zich af. En even leek het wel alsof de vraag gericht was aan het publiek. Slagen ze er in om voorbij dat masker te kijken? Zijn ze zich ervan bewust hoe bevrijdend dat rotzooien met conventies werkt? Misschien is Dowd wel een moderne Tijl Uilenspiegel, een volksheld die een punt te maken heeft, terug te vinden tussen uitbarstingen van chaos, onvolmaaktheden en drieste omwegen. Blijven zoeken. Crazy Johnny Dowd, het blijft een figuur om te koesteren, een outsider die titel waardig.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Johnny Dowd