Banner

Out The Frame

23 maart 2019, Vooruit

Tom De Moor - 24 maart 2019

Andermaal zette Vooruit zijn deuren open voor een avond hip-hop in de ruimste en meest avontuurlijke zin van het woord. Het rijk gevulde programma zorgde voor enkele aardigheden, een handvol ontdekkingen, maar helaas net te weinig hoogtepunten om zich echt tot een succesnummer te mogen kronen.

De Britse Connie Constance bevond zich in de soulvolle hoek van de avond. Haar diepe, rokerige stem en ontwapenende energie openden de Balzaal op vriendelijke wijze, maar de inwisselbare melodieën en dunne lyrics wasten helaas zo van je af. Hier en daar bleven een Prince-riff of wat Twigs-elektronica plakken, maar helaas heeft dit soort trip-hop tig indrukwekkendere referenties in de rij staan.

Waar authenticiteit Constance nog bonuspunten opleverde, was BBmutha een en al attitude, die enige inhoud miste. Haar old-school hip-hop in de traditie van vroege Foxy Brown mag van haar dan wel de puurste genre-act van de avond maken; die nostalgiefactor was ook slechts één nummer charmant. Daarna hoorde je meer variaties op hetzelfde thema -- veel pussy voornamelijk -- die flauwtjes over een prominent aanwezige backing tape geflanst werden. Meer dan over haar rhymes leek BB zich zorgen te maken over haar ruivende handschoenen. Ze dwaalde nogal verloren op scène rond, genietend van de onverdiende aandacht van een uitzinnig publiek terwijl ze tussen elk nummer de clue van haar setlist bij haar knoppendraaister moest gaan halen. Eén van de grotere namen op de affiche bleek in realiteit dus niet meer dan een ideetje waarvan de uitvoering zeer te wensen overlaat.

Ook Glints stortte zich de balzaalbühne op met een pak grootdoenerij en met een radiovriendelijkheid gespijsde nostalgie. Maar gelukkig had hij wel het talent in huis om in zijn uppie en zonder al te veel vooropnames, overeind te blijven. Zijn raps mogen dan wel zo goed als inhoudsloos zijn, en zijn in autotune badende refreinen als Oscar & The Wolf in de botsauto's; passeren deden voornamelijk de up-tempo nummers bijster lekker. Het hitpotentieel is er dus zeker en vast, het raptalent evenzeer, hoewel de gepolijstje productie en kleurloze traagheid bij momenten eerder X-factor dan artiest schreeuwen.

De experimentelere kant van het festival kon een pak meer beklijven. De Egyptisch-Iraanse LAFAWNDAH deed het met opstelling alleen al -- een grote percussiecirkel waar haar enige begeleidende muzikante in gevangen zat. Ze zette haar roots en indrukwekkende zangtalent in de verf, miste zeker naar het einde van haar set toe een melodieuze toets, maar toonde zich in de traditie van Sevdalizah een interessante oosterse toets om in de gaten te houden. Hoewel de blijvenswaarde te betwijfelen valt, liet ze een indruk na, iets wat en passant ook Prison Religion wist te doen. Death Grips in een noise-bad gaf je een flinke boks op je muil, en wist vooral de frustratie weg te schudden bij de gesloten deur waarachter Lander Gyselinck & Quelle Chris een veel te vroeg volgelopen theaterzaal naar horen zeggen zaten te imponeren. Na anderhalve uppercut had je het ook wel weer gehoord, maar vergeten zal deze man allerminst worden.

Cobey Say bevond zich mee aan het experimentele eind van het programmaspectrum, maar smaakte naar veel meer. Zijn soundscape-rap bevond zich op een spannende intersectie van hip-hop, jazz en elektronica en wist live te beklijven door de hoge improfactor. Say mixte zijn eigen backing beats in elkaar, smeet zich voor de turntables voor een rapflard en liet twee saxofonen een fikse scheut krassende jazz toevoegen. Even bouwden ze Vooruit om tot een ondergrondse club in een dystopische industriestad.

Op het podium van diezelfde theaterzaal zou Vooruits artist in residence Charlotte Adigéry die avond in haar thuishaven voor het compromis tussen aanstekelijkheid en experiment en hét hoogtepunt van de avond zorgen. Haar set liep quasi ononderbroken van mysterieuze chansonnière over zweterige italodisco tot Grace Jones in Berghain, bouwde gradueel naar een uitzinnige feestsfeer op en bevestigde haar reputatie als grote belofte van de Belgische elektronica-sfeer een stuk sterker dan de EP-reeks die ze al uitbracht. Een aardigheid als "Paténipat" gaf middenin een broeierige set pas echt zijn waarde bloot. Wat theatraliteit in de outfitkeuze en minimalistische maar doeltreffende visuals luisterden de set op zonder de muziek te overtreffen, want dé focus was de opzwepende Adigéry die op de steeds uitzinnige elektronica-mix van Boris Zeebroek het publiek uit haar hand liet eten. Dat ze in drie talen en minstens evenveel genres toch consistent klonk, bevestigde de artistieke signatuur die ze op relatief korte tijd voor zichzelf uitgewerkt heeft, hoewel daar nog zeer duidelijk een Deewee-hand in te horen viel. Game, set and match voor Gent dus, hoewel de bezoekers niet altijd even grote concurrenten bleken.

E-mailadres Afdrukken