Banner

Odetta Hartman

6 februari 2019, AB

Lien Delabie - 07 februari 2019

Odetta Hartman beweert dat ze uit New York komt. Menig complotdenker zou echter wel eens durven beweren dat haar roots in Texas liggen, waar ze banjo leerde spelen met stro tussen haar tanden. Of waren al die liedjes over cowboys louter toeval?

Odetta Hartman toonde zich in de AB immers vanaf de eerste minuut meesteres van de misleiding. Tijdens het openingsnummer "Creektime" staarde percussionist Alex Freedom ons onheilspellend in de ogen met een bar chime in de hand. Hartman was nergens te bespeuren, tot na enkele minuten beek dat ze achteraan het publiek viool stond te spelen. Het was opgezet spel! De deugniet.

Helaas was de complottheorie meteen naar de vaantjes: tijdens haar opener alleen al werd countryfolk gemengd met dissonant experiment en luide bassen. Niet veel later kwam er ook nog blues, rock en Americana bij. Odetta Hartman is dus wel degelijk een echte stedelijke hipster die vanuit haar metropool van vrijwel alle genres heeft kunnen proeven.

Toch baadde haar show nog steeds wat in een Far West-sfeer, waar ze als cowboy na een dag op de ranch een vuurtje stookte en pintjes klaarzette. In de knusse zaal vertelde ze verhalen over oude vrouwen en gokautomaten, vieze mannen die hun handen niet thuis kunnen houden en lemoncello.

Die knusse sfeer kan ook wel eens aan het beperkte publiek gelegen hebben: Pitchfork mag haar laatste album Old Rockhounds Never Die dan wel geprezen hebben, op Belgische bodem is de folk-blues-country-en-whatnot-zangeres nog vrij onbekend. De stoelen die klaarstonden, waren dan ook maar gedeeltelijk gevuld. Zonde, want met haar vintage luidende stem, experiment en onverschrokken genreblending, brengt deze jonge indie artieste eindelijk nog eens iets écht nieuws.

Iets nieuws brengen deed ze ook letterlijk: zo hebben we zelden een lichtgevende plastic klepper dienst weten doen als percussie-instrument. Naast Freedom liet Hartman zich vergezellen door (onder andere) banjo, gitaar, viool, Zwitsers koeienbelletje, fluitjes, een langwerpige ocean drum, rommel, een bellenblazer en een computer vol field recordings van zeemeeuwen en geroezemoes. Op de bellenblazer waren ze beiden overigens bijzonder trots: de onbreekbare belletjes bleven tot na de laatste noot rondhangen op de instrumenten en de vloer.

Een concert lang schipperde Hartman tussen gimmick en excellentie. Ze is een briljant moppentapper en troubadour. Zo vulde ze het ene moment de ruimte als ontzagwekkend performer wanneer ze “Tap Tap” -- een tragisch nummer over bad luck -- naadloos liet overvloeien in een foutloos “Windows Peak”, een van de sterkste nummers van 2018. Enkele minuten later liet ze het publiek dan weer “Shakalakalaka OW” meebrullen en gaf ze ons geschiedenislessen over Alan Lomax -- een van haar inspiraties waarover ze bovendien haar thesis schreef.

Er valt dus geen enkele knoop te naaien aan Odetta Hartman. Haar enorme trukendoos aan muzikale spelletjes gaven tijdens nummers als “The Ocean” blijk van een onmetelijk muzikaal talent en bravoure. Toch bega je als muzikant een fout als het publiek het na het optreden heeft over de onbreekbare belletjes uit de bellenblazer, het kumbaya meezingmoment (shakalaka!) en de vele verhalen, in plaats van je artistieke potentieel. De sympathie van het publiek heeft Hartman alvast gewonnen, de begeestering maar gedeeltelijk.

E-mailadres Afdrukken