Banner

Luís Vicente, Olie Brice, Onno Govaert (& Seppe Gebruers)

3 december 2018, Hot Club Gent

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 05 december 2018

Het BRAND! Festival van enkele weken geleden haalde voor het eerst een forse greep uit de Portugese improvisatieliga naar ons land, maar het was natuurlijk niet de eerste keer dat er volk uit die contreien naar hier kwam. Luís Vicente, bijvoorbeeld, bouwde de voorbije jaren een bescheiden netwerk op dat hem steeds vaker naar hier voert. Kort na performances met het Frame Trio en Chamber 4 was het de beurt aan zijn trio met bassist Olie Brice en drummer Onno Govaert.

Naast een Belgische connectie kreeg de trompettist intussen ook voet aan land in Groot-Brittannië. Daar speelde hij al eerder met Brice en drummer Mark Sanders. Een trio dat ook nu weer een reeks concerten zou spelen, maar voor het eerste luik van de tour werd Sanders vervangen door Govaert. Die vormde eerder al een trio met Vicente en Seppe Gebruers en was de voorbije zomer ook al invaller voor Marco Franco in The Attic, een trio met Gonçalo Almeida en Rodrigo Amado. Dat Govaert de souplesse heeft om zich ook bij deze kerels moeiteloos in te passen, dat hadden we kunnen weten, maar het bleef mooi om te zien.

Het trio balanceerde immers gezwind op het slappe koord tussen Europese vrije improvisatie en Amerikaanse freejazz, met Vicente die in deze context misschien iets verder weg kwam van de extended techniques en hypnotiserende motieven, en zo niet enkel zijn verwantschap aan kleppers als Axel Dörner en Jean-Luc Cappozzo illustreerde, maar ook teruggreep naar een vroegere traditie van o.a. Booker Little, Don Cherry en ander goed volk uit de hoogdagen van de fire music. Hij soleerde er op lost met die kenmerkende sputter- en stottereffecten, maar ging ook de breedte in, met vet uitgesmeerde vegen en acrobatisch stuntwerk in het hoge register.

Met Brice en Govaert beschikte hij ook over een tandem die speelde met een maximale openheid. Govaert kan natuurlijk een heftig potje hakken, maar hij kan ook veel meer, blijft voortdurend in beweging, is een artiest die manipuleert, accentueert, perfect geplaatste basdrumbommetjes plaatst, zowat de hele kit inzet, en meegaat op de cadans van zijn kompanen. Ook Brice maakte snel duidelijk niet tot een trucje herleid te kunnen worden. Hij creëerde snelle, aanstekelijke loopjes, was driftig in de weer met de strijkstok en vormde meer dan eens het cement tussen de vrije polen.

Het was goed voor een potige set die vrij was van uitgesproken climaxen, maar hier en daar wel lekker sudderde en tekende voor lichtrode uitschieters. Die werden nog frequenter opgezocht in de tweede set, waarvoor de drie gezelschap kregen van pianist Seppe Gebruers. Zijn aanwezigheid stampte de intensiteit meteen nog een niveau of twee omhoog, met een als vanouds gedreven performance aan het ivoor. Gebruers bleek een percussieve natuurkracht, pakte uit met bruuske intervallen die tekenden voor een enorme dynamiek, maar koos regelmatig ook voor de eenvoud en/of ingetogenheid, waar de rest van de muzikanten vinnig op inpikte.

Deze keer geen lange beweging, maar twee iets kortere interacties. Rauwer en ruwer, maar ook met meer uitgesproken pieken en daardoor misschien ook wat toegankelijker, meer in your face. Maar ook nu geen gratuit geweld, daarvoor was de interactie te gelaagd en uitgewerkt over een langere afstand. Bovenal was dit concert, een organisatie van het Gentse Troika-collectief, een prima herinnering van het aanpassingsvermogen van een stel topmuzikanten. Geen voorspelbaar vertier, maar een onderdompeling in een fascinerend work-in-progress; meteen opgelost in de lucht, maar ook goed voor een reeks sterke indrukken.

E-mailadres Afdrukken