Banner

Whispering Sons

6 december 2018, Het Bos

Matthieu Van Steenkiste - foto's: Timmy Haubrechts - archief - 07 december 2018

Regen die eindeloos blijft druilen. Een regering die maar niet wil vallen. Die ellendige werken voor Het Bos die aanslepen. De wereld is een kutplek, en Whispering Sons bracht daar binnen, waar regen, regering noch wegenwerken aanwezig waren, een uitstekende soundtrack bij.

"How you feeling? Good." Fenne Kuppens vraagt het in "Got A Light", en voor één keer zie je het kwetsbare meisje dat van het verre Limburg in het grote Brussel belandde, aan small talk geen boodschap had, en zich even moest aanpassen. Het klinkt minder nijdig dan afgelopen zomer op Pukkelpop, eerder wanhopig: wat moét ze met zo'n stomme vraag? Het is tekenend voor Image, de plaat waarmee Whispering Sons twee jaar en een half na zijn overwinning in Humo's Rock Rally eindelijk debuteerde, en waarop dat alles zijn weerslag kreeg. Die verhuis naar Brussel hakte er in bij een band die van introspectie sowieso zijn ding maakte, en zo – per ongeluk, want wat wéét je nu van de jaren tachtig als je in de nineties geboren werd? – bij goeie ouwe new wave uitkwam. Dat krijg je als je het kruimeltjesspoor van Interpol en alle anderen tot bij zijn oorsprong volgt.

Hebben wij de Joy Divisionbaslijnen dus geturfd? Er was geen beginnen aan, maar die van "Waste", op het einde van de set, daar was niet naast te luisteren. Maakte het uit? Neen. Daarvoor is Kuppens een te sterke frontvrouw, die uitdagend in witte broek en rode trui – hoezo gothic? – zeventig minuten lang het punt van aandacht is. Ze schaduwbokst in opener "Stalemate", wringt zich in bochten in single "Alone", danst de elektroshock in "Wall", op dat feestelijk rondcirkelende gitaartje dat twee jaar geleden in de AB wel naar een zege moest leiden.

Eén keer waren er ook herinneringen aan Warsaw; Joy Division toen het nog meer aan The Stooges dan aan een eigen smoel dacht, maar die toch al had. Dat was in het brute "White Noise", een single die enkele jaren geleden het gat na de EP Endless Party moest vullen. Dat Sander Pelsmaekers sindsdien niet alleen een drumcomputer bedient maar ook rechtop achter de trommels staat, maakt het nog krachtiger dan zijn origineel.

Het is in "Hollow" dat alles helemaal op zijn plek valt. Bassist Tuur Vandeborne graaft naar het andere eind van de wereld, gitarist Kobe Lijnen laat zijn gitaar opstijgen, en in dat spanningsveld: Kuppens, uit alle macht worstelend met alles waar een mens zich maar zorgen over kan maken. Ze leent de woorden van T.S. Eliots "The Hollow Man", maakt er haar eigen verhaal van, kreunt "Life is very long, when you're stuck in existence". Het is de kréét waarmee ze die uithaal de eerste keer bekroont die je van je sokken blaast.

Dat is het wat Whispering Sons, zelfs op een avond als deze waarop de geluidsmixer zo zit te slapen dat de zang ergens diep begraven blijft, zo bijzonder maakt. Je gelooft Kuppens, je gelooft die gang of four rond haar, zelfs als het even gaat zwalpen als in het stuurloze "No Time". In bisnummer "No Image" klopt alles nog even als een bus. Lijnen speelt nu piano, Sander Hermans haalt een paar ijle klanken uit zijn synths, Kuppens' stem krijgt de hoofdrol, tot op het einde bas en drum toch weer meespelen en de gitaar dan ook maar invalt; een machtig slotakkoord.

Hoe we ons voelen? Niet geweldig. De regering is nog altijd in slow motion aan het struikelen, het regent nog zeker tot morgenochtend, en we hebben niet genoeg werk. Maar in zijn beste momenten deed Whispering Sons dat allemaal even vergeten. Straf bandje.

E-mailadres Afdrukken