Banner

Wolf Alice

4 december 2018, Trix

Erwin Knieper - 06 december 2018

Een atypische band, een atypische setlist en een atypische avond. In Antwerpen gaven de Britten van Wolf Alice meer dan duidelijk aan lak te hebben aan verwachtingen en conventies. De show rond Visions Of A Life, het album dat vorig jaar werd uitgebracht, was er eentje om duimen en vingers bij af te likken.

Zelden een groep met dermate veel goesting een avond in gang weten te trappen. Een blik op de afgelopen concertagenda leert dat Ellie Rowsell en co. ongeveer drie weken stil zaten na het vorige optreden, tijd die blijkbaar aan bezinning werd gespendeerd aangezien de band koos voor een setlist die zelfs de beste bookmaker niet had kunnen voorspellen. Opener “Sky Musings” -- nooit eerder live gespeeld -- zette de toon voor een avond waarin moeiteloos gespeeld werd met hoogtes en laagtes die op geen enkel moment wisten te vervelen. Love it or hate it, maar dat is wat Wolf Alice doet: de Britten stemmen hun songs doortrapt op elkaar af. Bouwt het ene nummer een voelbare spanning op die op eender welk moment kan ontploffen, dan is het precies dat wat het volgende doet. “Sky Musings” werd zo opgevolgd door “Yuk Foo”, een brandende bal muzikale energie die in combinatie met de haast epileptische lichtshow meteen voor de eerste druppels reetzweet zorgde. De brutale oerkreet aan het einde van het nummer luchtte Rowsell zichtbaar op; eindelijk een podium, eindelijk spelen en eindelijk een eind aan een slopende rustperiode.

Met “You’re A Germ” gaat de energiemeter nog wat verder de hoogte in en zie je Rowsell als een volleerde frontvrouw het trio aan testosteron achter zich moeiteloos mennen. “Planet Hunter” en “Don’t Delete The Kisses” zorgen voor twee rustpunten die het publiek hen zichtbaar in dank afneemt. Tussendoor bekent bassist Theo Ellis best wel wat nerveus te zijn; geen kat die snapt waarom: met “Formidable Cool” en “Silk” stevent Wolf Alice af op niets minder dan een triomftocht. Wanneer Rowsell dan ook nog eens het publiek in duikt, is er niets dat de Britten nog verkeerd kunnen doen. De laatste keer dat een frontvrouw zo overtuigd door een Belgisch publiek letterlijk op handen werd gedragen? Dat moet wel geleden zijn van de passages van Beth Ditto met Gossip. Als dankbetuiging mocht het publiek in Antwerpen kiezen tussen “Silk” of “Blush”; het laatste nummer -- een toevoeging op de uitgebreide versie van My Love Is Cool -- wint de strijd. Aan de hand van ijle tonen en Rowsells vederlichte stem wordt onmiddellijk een innemende vorm van stilte afgedwongen; het contrast tussen de twee gezichten die de band feilloos afwisselt, was nooit eerder zo groot.

De belangrijkste afwezige in Antwerpen? Dat ene nummer waarmee de Britten afgelopen zomer niet alleen Rock Werchter maar ook andere grote festivals moeiteloos rond de vinger wisten te draaien: “My Love’s Whore”, misschien wel dé song die alle elementen in zich draagt waar de band voor staat. Gelukkig wel nog gespeeld: “Bros”, een van de weinige nummers in het oeuvre dat wel voldoet aan de meeste traditionele muzikale verwachtingen. Het einde van de avond wordt ingeleid met “Fluffy”, opnieuw een allesverwoestende muzikale powerhouse waarin Rowsells stem op de proef wordt gesteld. Afronder bij uitstek “Giant Peach” doet Trix een laatste keer ontploffen: niets dan moordende gitaren. Geen gevangenen, geen genade.

In 2018 mocht de groep de Mercury Prize in ontvangst nemen; als duwtje in de rug naar een wereldtour kan dat natuurlijk tellen, maar je vraagt je af in hoeverre dat hebbeding de eigenlijke populariteit van de band ten goede kwam. Zogenaamde kwaliteitsmedia blijven de kunstzinnige -- en vaak introspectieve -- punk van het viertal halsstarrig omschrijven als “onterecht onbekend”; een euvel dat regelmatig ook in Antwerpen kwam bovendrijven. Het aantal traditionele nummers -- strofe, brug, refrein -- dat je gisterenavond kon horen, kon je op een hand tellen; niet iets dat afbreuk doet aan wat er wel wordt gebracht, maar wel een duidelijke verklaring waarom je tijdens bepaalde nummers opvallend veel beenruimte had. Drukt dat de pret? Ach nee; liever een uitzinnig publiek in een kleine zaal, dan een stadion vol hipsters die zitten te wachten op dat ene nummer. Om het met een tijdloos aforisme uit te drukken: “Aan al diegenen die er waren; proficiat. Aan al diegenen die er niet waren, ook proficiat.”

E-mailadres Afdrukken
Tags: Wolf Alice