Banner

Julia Holter

28 november 2018, De Roma

Sylvia Eeckman - 29 november 2018

Op Twitter kondigde Julia Holter haar tour aan als een “trumpet viola bagpipe synthesizer medieval fantasy”. Daar bleek in De Roma niets van gelogen, met een instrumentarium dat zowel in staat bleek tot schoonheid als monumentale kwelling.

De 33-jarige zangeres en klassieke muzikante zal nooit echt ‘voor iedereen’ zijn. Haar gesofisticeerde, barokke nummers zweemden tot dusver meer naar het experimentele en hebben een mysterieuze ongrijpbaarheid als basis. Op haar meest toegankelijke momenten levert dat pareltjes op als “Marienbad” of een album als Have You In My Wilderness (2015) waarmee ze een breder publiek aanboorde. Op het pas uitgebrachte Aviary treffen we echter een ontketende artieste aan, die terugkeert naar haar abstracte roots onder het mom van ‘volledige vrijheid’. Het is een harde noot om te kraken: een negentig minuten durende zoektocht naar vorm, weg van geijkte structuren, die de chaos van onze stilaan dystopische wereld moet verbeelden. Nou. De scheidingslijn tussen ambitie en pretentie was nooit vager. De titel is afkomstig uit een boek van Etel Adnen - “I found myself in an aviary full of shrieking birds”- en vormt een perfecte omschrijving voor het teweeg gebrachte effect op de luisteraar.

In Borgerhout wordt de toon meteen gezet met “Turn The Light On”, dat klinkt als de soundcheck van een orkest op XTC. Terwijl Holter enkele regels zingt, donderen de drums vergezeld van vibrerende strijkers en trompetten. De vele complexe laagjes en polyfonie op plaat vertalen zich verbazend goed naar een live setting. Er gebeurt zodanig veel dat stilstaan geen optie lijkt. De toeschouwer kan krampachtig trachten analyseren waar elk geluid vandaan komt, of simpelweg de ogen sluiten en de georganiseerde wanorde omarmen.

De vraag is of dat wel wenselijk is. Het gros van de nummers op Aviary bestaat uit abstracte soundscapes of kwam tot stand tijdens losse improvisaties rond iets wat met veel moeite een melodie kan worden genoemd. Interessant voor even, maar dit anderhalf uur lang ondergaan, is vergelijkbaar met het overleven van een traumatische ervaring die de dagdagelijkse waanzin plots een stuk draaglijker doet lijken. De atonale doedelzak van Tashi Wada bleek achteraf nog het minst zenuwslopend. Dit sluit dan wel succesvol aan bij de thematiek, maar voor wie is dit nog? Alvast niet voor de man aan het tafeltje centraal vooraan die minstens een volledige REM-fase afwerkte tijdens de set.

“Chaitius” (wat heel toepasselijk ‘ellendig’ betekent’), “Voce Simul” en “Colligere” kunnen op hun best verfijnd genoemd worden wanneer men ze in kleine dosissen degusteert. Plaats ze echter achter elkaar aan en men krijgt een reis die enige wilskracht en doorzettingsvermogen vereist. Het staat vast geweldig om de naam Holter terloops te vermelden tijdens een kringgesprek met intellectuelen, maar in De Roma drongen de woorden ‘hermetisch’ en ‘gekunsteld-artistiek gemasturbeer’ zich meermaals op. Het is muziek die meer op zichzelf gericht is dan op de luisteraar en daar is op zich niets mis mee, maar wie argeloos kwam aanwalsen als fan van Have You In My Wilderness heeft zich ongetwijfeld enkele keren serieus verslikt. Holter geeft zelf aan dat ze geluiden maakt om in verloren te lopen, wat leidde tot een collectieve wandeling in een bos vol frustratie en verwarring.

En toch… toch viel er bij momenten ook veel schoonheid te rapen. Die kwam niet geheel onverwacht uit de (conventionelere) hoek van ouder werk, zoals het zacht opgebouwde “Silhouette” of het mooie “Sea Calls Me Home” dat klavecimbel met het betere fluitwerk combineert. Ook nieuwe nummers als het uitstekende “I Shall Love 2” en “Words I Heard” vormden een welkome afwisseling en ware verademing. Hun ‘geheim’: een minimum aan vorm en een bevredigende opbouw. Jammer dat dit niet volstond om de boel te redden. Op het podium stonden dan wel zes ontegensprekelijk getalenteerde en uiterst bekwame muzikanten, maar om bij het classicisme te blijven: dit was een zware Odyssee met verkenningstochten die niet altijd even aangenaam uitpakten. Op dat gebied leek voorprogramma Sam Amidon geheel in thema weggelopen uit de soundtrack van O, Brother Where Art Thou?, wanneer hij tenminste niet aan het keelzingen sloeg, of begon te harmoniëren met zijn viool.

Gedurfd en anders was het zeker. Maar genietbaar? Iets minder. Dit is voor moedige liefhebbers die op een welbepaalde golflengte afgesteld staan en mee willen gaan in een zoektocht naar betekenis in een ineenstortende wereld. Of die gevonden wordt aan het einde van de trip valt echter te betwijfelen. Maar dat maakt ongetwijfeld deel uit van het proces.

E-mailadres Afdrukken