Banner

The Twilight Sad

18 november 2018, Botanique

Maarten Langhendries - 20 november 2018

Sommige bands zouden zelfs uit een zonovergoten zomerdag alle vreugde kunnen zuigen. The Twilight Sad had de diepvriestemperaturen al mee om hun kille postpunk en shoegaze van een gepast klimaat te voorzien. De band deed dan maar de binnenkant van de Orangerie bevriezen, al was er ook plaats voor een zalvende catharsis.

The Twilight Sad beitelt ondertussen al een dikke tien jaar zijn eigen plekje uit in de underground, daarbij altijd koppig hun eigen weg zoekend. Niet dat de band ooit zal uitblinken in originaliteit. Hun eerste twee platen baadden in loeiharde shoegaze, en sinds No One Can Ever Know katapulteren synths de luisteraar rechtstreeks de jaren ’80 in. Robert Smith is alvast onvoorwaardelijk fan, net als Mogwai. Het vijfde album van de Schotten komt in januari dan ook uit op Rock Action, het label van die laatste. Daarvan kwam de band nu al een klein voorproefje geven. Al ligt de nadruk daarbij op 'klein': The Twilight Sad bracht hier vooral een dwarsdoorsnede van hun oeuvre. En al is het misschien een beetje jammer dat dit concert op enkele nieuwe nummers na evengoed vier jaar geleden gespeeld had kunnen worden, was er geen hond die daarover echt ging lopen klagen. Want hoe sterk The Twilight Sad op plaat ook uit de hoek kan komen, het is toch vooral live dat de groep schittert. Veel daarvan heeft te maken met de manier waarop James Graham het podium voor zich opeist. Niet wars van enige pathetiek drijft die zijn duivels uit terwijl hij zich van de ene naar de andere kant van de zaal smijt, de microfoon vastgekneld tussen zijn handen. Maar ook muzikaal klinken de songs scherper, brutaler en dynamischer.

“There’s A Girl In The Corner” was, badend in blauw licht, een bezwerende opener. De topsong toont ook meteen dat voorganger Nobody Wants To Be Here & Nobody Wants To Leave onterecht weinig aandacht heeft gekregen aan deze kant van het kanaal. De puberkoortsdroom “That Summer, At Home I Had Become The Invisible Boy” slingerde je daarna meteen terug naar je tienerjaren. Toch kon de groep de intensiteit hier niet vasthouden, en de afstandelijkheid won het van intensiteit. Hetzelfde gold voor “Don’t Move” van het iets zwakkere No One Can Ever Know. Hier werd de band te generisch, Graham té theatraal en te gemaakt om te overtuigen. Het zijn momenten waarop je even vreest dat de zanger de zwartjasversie van Samuel Herring (Future Islands) dreigt te worden.

Maar net wanneer je begon te vrezen dat de groep misschien te afgemat was om tijdens het laatste optreden van de tour te overtuigen, haalden ze verschroeiend uit met “I’m Not Here”. Want wat een brute klap van een nummer is die eerste single van het toekomstige It Won/t Be Like This All the Time. Een gitaar in noisestand begeleidde Graham die in een indrukwekkende climax als een mantra “Why do you do this to yourself” bleef uitschreeuwen. Kippenvel. “Last January” zette die intensiteit op een synthgolf verder. De hard-zacht tegenstellingen van het nummer werden verder uitgediept, de gitaar van Andy MacFarlane speelde permanent stoorzender.

Maar naast al dat gitaargeweld was er ook plaats voor introspectie. Nieuweling “The Arbor” was een meer dan welkom rustpunt, net zoals de terugkeer naar de onderhuids dreigende shoegaze van “Reflection Of The Television”, waarvan vooral de eindspurt hard aankwam. “Vtr” toonde samen met “The Arbor” ook dat het pad waar The Cure ooit liep, geen doodlopende weg is. Enkel “Videograms” wist minder te overtuigen dan wat hier al van It Won/t Be Like This All the Time werd gelost. Hoewel het nummer al sterker klonk dan de singleversie, bleef het een eigen smoel missen, ook live.

Het laatste kwart van het concert was echter opnieuw één lang hoogtepunt. Eerst bracht de groep een ontroerend schoon eerbetoon aan de recent uit het leven gestapte Scott Hutchison van Frightened Rabbit. Een verrassend ingetogen Graham bracht “Keep Yourself Warm” met een breekbaarheid die enkel uit oprechte vriendschap en verdriet kan voortkomen. Een intens “The Wrong Car” liet je daarna uitgewrongen achter, nadat een trage opbouw opnieuw naar een razende finale had geleid. “Cold Days From The Birdhouse” ontplofte halfweg als een ijzige bom in je gezicht, waarna “And She Would Darken The Memory” nog een laatste keer verwoestend mocht shoegazen. The Twilight Sad balanceerde zondagavond zoals ze dat al heel hun carrière doen, tussen generisch en authentiek, tussen overdreven drama en verschroeiende, oprechte intensiteit. Het grootste deel van het concert werd gelukkig aan de juiste kant van de lijn doorgebracht. Het was een blij weerzien. Tot januari, wanneer It Won/t Be Like This All the Time in de klamme handen gehouden kan worden.

E-mailadres Afdrukken