Banner

Car Seat Headrest

15 november 2018, Vooruit

Sylvia Eeckman - 16 november 2018

Van schuchtere adolescent naar volwaardige band op kruissnelheid. Met hun 'hippie powers' lieten Will Toledo en de zijnen nagenoeg geen steken vallen en is het zevental goed op weg om 'een' stem van een generatie te worden.

Heb je wel geleefd als je nooit een live uitvoering van “Beach Life-In-Death” hebt aanschouwd? Een strikte curfew stak nog stokken in de wielen tijdens een eerdere passage in de AB, maar De Vooruit had meer geluk. Wat een trip ook: een marathonnummer van 13 minuten met een turbulente finale die de ziel uit je lichaam doet opstijgen; een continue van richting veranderende rollercoaster waarbij Will Toledo je achteloos in het gezicht kletst met observaties als “I pretended I was drunk when I came out to my friends”, om vervolgens “I never came out to my friends” te mompelen. Lachen, huilen of dansen? Het kan allemaal, maar het werd vooral dat laatste. Deze setsluiter was meteen een perfecte weergave van waar Car Seat Headrest voor staat: gespierde gitaren en meanderend gefilosofeer die de hartspier pijnlijk laten samentrekken en vervolgens compleet op hol doen slaan.

Eerst even terugspoelen. In 2016 maakte Will Toledo een uitstekende beurt met labeldebuut Teens Of Denial, maar het is opvolger Twin Fantasy (Face To Face) -- de sterk herwerkte versie van zijn lo-fi kindje uit 2011 -- waar de zevenkoppige (!) band al een jaar mee rondtrekt. Dit conceptalbum over een uit elkaar vallende langeafstandsrelatie onthult nog meer het recept waarmee de groep een halve generatie millenials aan zijn lippen heeft hangen: een emotioneel geconstipeerde intellectueel die zingt over verdwaalde zielen op zoek naar hun plaats in de wereld en dat slim vermomt als oorwurmen vol hooks en euforie. Met andere woorden: indierock voor neuroten. In een poëtische stream of consciousness vertelt Toledo niet enkel zijn eigen verhaal, maar dat van iedereen die luistert en instemmend mee knikt. Opgroeien doen we immers allemaal. Het is een beproefde formule -- met de jaren negentig als makkelijk referentiepunt -- die toch opvallend fris en uniek klinkt.

In een goed gevulde, maar lang niet uitverkochte Vooruit hoeft het dan ook niet te verbazen dat anthems en uiterst meezingbare tekstflarden de halve set beslaan. Een pretentieloze en nog steeds wat schaapachtige Toledo laat het publiek zachtjes wakker worden met “Cosmic Hero”, maar schiet onmiddellijk daarna uit de startblokken met het licht manische “Bodys”, een danskraker pur sang, geschoeid op de leest van LCD Soundsystem. Nu powertrio (en voorprogramma) Naked Giants mee aanschuift bij de hoofdact, krijgt Toledo de ruimte zich te focussen op zijn podiumprésence, wat resulteert in een aandoenlijk spastische nerdswagger. Zingen gebeurt vooral met de ogen dicht, maar als een dronken zombie herdefinieert hij het concept ‘dansen’ met ledematen die zonder vooroverleg elk een andere richting uitgaan.

De fragiele frontman haalt in ieder geval zijn gelijk: het besef dat onze lichamen elk moment uit elkaar kunnen vallen, doet de adrenaline een eerste keer pieken en ergens in de nok van de zaal belanden. “Fill In The Blank”, dat een scherpe ode aan depressie en zelfhaat de zaal in schalt, houdt dat momentum vast met zijn aanstekelijke riffs en snerend refrein “You have no right to be depressed/You haven’t tried hard enough to like it”. “(Joe Gets Arrested For) Drugs With Friends (But Says This Isn’t A Problem)” ruilt depressie vlotjes in voor ironie in een kampvuurachtige meezinger. Al vermoeden we dat in die broederlijke sfeer de focus eerder op het gezellige “Drugs are better with friends” dan het anticlimactische “I did not transcend/I felt like a walking piece of shit” zal liggen.

Het was al even duidelijk, maar Car Seat Headrest is de voorbije twee jaar van eenmansproject uitgegroeid tot een goed geoliede machine die geen vijf nummers nodig heeft om de juiste cadens te vinden. Al grapte Toledo terecht dat twee trage nummers na elkaar spelen een “recipe for disaster” is. Hij doelde ongetwijfeld op het mooie “Sober To Death” dat naadloos overging in een cover van “Powderfinger” waarin gitarist Ethan Hives de zang overnam. Lang niet slecht, maar fans van Neil Young leken in de minderheid -- afgaande op de onderkoelde respons. Het naar Vlaamse normen levendige publiek zat eerder te wachten op het onverwoestbare “Drunk Driver/Killer Whales”, al bleven de mannelijke zangkoren en rondstuiterende fans vooral beperkt tot de kern: party in the front, business in the back. Maar wie een mensenmassa “it doesn’t have to be like this / killer whales” kan laten meelallen, beschikt over hogere krachten.

Lof en eer aan de meezingers ook, die verhullen dat de vocals af en toe dreigden te verdrinken in de geluidsmix. Een mogelijk struikelblok voor de minder devote fan, maar niemand lijkt daar om te malen. Mede door de precisie van drummer Andrew Katz gaat het in de laatste rechte lijn opnieuw stijl omhoog met “Destroyed By Hippie Powers” -- waarbij een losgeslagen (tweede) percussionist enkele enthousiastelingen het podium ophijst om een tamboerijn en een cowbell te bespelen --gevolgd door onbetwist hoogtepunt “Beach-Life-In-Death”. Het tot bisnummer opgespaarde “Vincent” demonstreert een laatste maal hoe men best een wervelend feestnummer puurt uit een onderwerp als klinische depressie: een lange, funky intro, een clevere dissectie van negatieve gedachten en een vuurtje om de lont aan het kruitvat aan te steken. Intoxicado!

Naast een hervonden levensvreugde troffen we vooral een volwaardige band aan, met een zelfzekere Will Toledo aan het stuur. Op plaat hoor je iemand die probeert uit te vissen hoe hij in elkaar zit. Live zie je een volwassen frontman die verdomd goed weet waar hij mee bezig is. “Is it the chorus yet?/No, it’s just the building of the verse”. Op een mindere avond zijn we misschien nog niet helemaal aangekomen bij dat refrein, maar de weg ernaartoe is ook al immens goed.

E-mailadres Afdrukken