Banner

Ryley Walker

13 november 2018, Botanique

Maarten Langhendries - 14 november 2018

Ryley Walker is een vat vol tegenstellingen. Een folkie die eigenlijk een jazzmuzikant wil zijn en die deze week een coverplaat van de Dave Matthews Band uitbrengt. Tegenstellingen die hij ook tentoonspreidde op het podium van de Orangerie. Ondanks zijn schizofrene persoonlijkheid en de technische perfectie van de gitarist en zijn muzikanten, miste het concert bij vlagen toch een rauw randje.

Ryley Walker, die er in het verleden niet vies van was zijn pastorale folksongs uit te rekken tot jazz-improvisaties en jams van een kwartier, had zelf reeds aangegeven in de toekomst live dichter bij de plaatversies van de songs te blijven. Een moeilijke belofte, dus het was spannend afwachten of hij zich er aan ging kunnen houden. Het songmateriaal van Deafman Glance, de meest recente plaat van de Amerikaan, leent zich in ieder geval wel tot een songgerichte aanpak.

Nog voor er één noot gespeeld was, werd in ieder geval duidelijk dat Walker, ondanks een moeilijke periode, nog steeds zijn kinderlijke, charismatische zelve was. Naar aanleiding van de verjaardag van de bassist -- die de Jezusleeftijd van 33 jaar had bereikt -- nodigde hij het publiek uit het allemaal samen nog op een zuipen te zetten na de show. Doorheen de set zouden zijn bindteksten overlopen van de langs alle kanten opschietende ongein en onderbroekenlol. Romantische folkie in zijn muziek, authentieke immature grapjurk tussen de songs in: het behoort allemaal tot het pakket Ryley Walker, het fucked up broertje van Steve Gunn.

Nu ja, folk: echt zwijmelen in het gras was er niet echt bij en een akoestische gitaar viel niet te bespeuren. “The Halfwit In Me” was al meteen een uitgesponnen jam die fusionterreinen opzocht. Strak samenspelend meanderde de vierkoppige groep heen en weer. Af en toe hard, om dan toch weer terug te keren naar die melodische centrale progressie die het nummer kenmerkt. Meteen was wel duidelijk dat de keuze voor een zittend optreden voor wat afstandelijkheid zorgde. Ook de band bleef er vrij statisch bijstaan, als vier brave parochiegangers.

”Telluride Speed” zocht nog meer de jaren 70 op en ontspoorde in een zinderende finale. Duidelijk is wel dat Walker zijn band veel meer in de handen heeft dan enkele jaren geleden. Het soms richtingloos improviseren van vroeger is er niet meer bij, ook al mogen de teugels nog wel eens gevierd worden. “Spoiled With The Rest”, misschien wel zijn meest straightforward melodieuze song, kreeg een dada-benadering waarbij de drummer -- alle lof voor de voortdurend even strak spelende man -- helemaal loos mocht gaan. Hier hoorde je ramen sneuvelen. Enkele oerkreten later -- het publiek wist er geen raad mee -- stormde de band “22 Days” in en diepte de contrasten die dat nummer haar kracht geven nog verder uit. Het was muziek die raast, opbouwt en dan weer neerlegt. “In Castle Dome” bevatte evenveel kracht als kwetsbaarheid. “Opposite Middle” voegde nog meer rode peper toe. Het was hét moment waarop de muzikanten een ontspoorde duivel bleken, de gitaar van paranoia over zijn nek ging en de drums bijna uit elkaar vielen.

Het was misschien wel het gevaarlijkste deel van een set die over het algemeen vrij braaf bleef. Niet dat dat per se negatief hoeft te zijn. “The Roundabout”, misschien wel Walkers mooiste nummer, wist met zijn lyrische gitaarlijn en meeslepende zang perfect de sfeer op te roepen van een feestje waar geen einde aan komt. Het nummer ontspoorde in een heerlijke jam die het beste van de seventies Grateful Dead opriep. Vervolgens ontstond uit een moment van schone weirdness een ingetogen Arabische gitaarlijn. Die mondde uit in “Funny Thing She Said”, dat opsteeg als rokerige jazz. Vooral de tweede gitaar deed zeer mooie dingen en op dat subtiele spel rolde de song verder. “Primrose Green” dook daarna met jeugdige overmoed de nacht in. Zo kwam er een einde aan een avond die barstte van strak spel, technische hoogvliegers en veel sfeer, maar die tegelijk ook een klein beetje rauwheid en grinta miste. Volgende keer misschien toch wat minder afstand, minder teugels en meer rondvliegend zweet?

E-mailadres Afdrukken