Banner

Let's Eat Grandma + Chvrches

5 november 2018, AB

Matthieu Van Steenkiste - foto's: Julie Van Den Bergh - 06 november 2018

Chvrches probeert te hard, Let's Eat Grandma doet het moeiteloos met een grijns om de lippen. Het dubbeltje feministische synthpop dat maandag in de AB werd geserveerd, viel uit in het nadeel van de hoofdact.

Niet alleen op papier, ook in deze praktijk bleek Let's Eat Grandma een gedroomd voorprogramma voor Chvrches. Topsingles als "It's Not Just Me" of "Falling Into Me" delen eenzelfde synthpop-DNA met het Schotse drietal, net als Lauren Mayberry zijn ook Rosa Walton en Jenny Hollingworth -- elk nog geen twintig jaar oud -- niet vies van een feministisch statement. Zo is "Hot Pink", de single die ze samen met PC-musicproducer SOPHIE in elkaar draaiden, een speelse afrekening met alle mannelijk geweld dat hen de voorbije jaren als minderwaardige poppetjes behandelde. Speels, want zo zeker zijn deze meiden van hun stuk dat het hen niet eens echt heeft geraakt. Dat "Oh. Wait a minute" waarmee Hollingworth alles tot ontploffing brengt is niet eens een grijns, het is meer grinniken; ze heeft al lang gewonnen.

Terecht. Als één band dit jaar popmuziek alle hoeken van de kamer liet zien, dan wel Let's Eat Grandma op zijn tweede plaat I'm All Ears. De onbevangen experimenteerzucht van debuut I, Gemini vond er een bedding die het structuur gaf, het resultaat is een van de platen van 2018. Synthpop werd het maar per toeval, net zo goed krijgen we in de tweede helft van deze korte set het twaalf minuten durende "Donnie Darko", een meanderende verkenning van de mogelijkheden van hun instrumentenarsenaal terwijl een dansbeat alles aan elkaar lijmt. De dames zijn ook niet te beroerd om het toe te geven als de synth het even alleen kan. Dan gaan ze ostentatief onder hun toetsen zitten, om even later recht te veren; Hollingworth achter de microfoon, Walton dansend de zaal in, net op tijd terug voor een schelle blokfluitsolo. Kan allemaal in de wereld van het tweetal, en het klopt nog ook.

Klopte net zo goed als een bus, maar sloeg dit jaar aan het haperen: het succesverhaal van Chvrches. Op een drafje werd dat een grote band, en dat kan nu eenmaal niet zonder groeipijnen. Voor hun derde album nam het trio met Greg Kurstin een echte popproducer onder de arm, en dat liep uit op een lichte ontgoocheling: Love Is Dead wilde iets te hard, deed te krampachtig een gooi naar de hitparade, en vergat dat het net de scherpe randjes waren die hun werk zo boeiend maakte. In deze uitverkochte AB is dat echter maar een verre herinnering, en het publiek eet gewillig uit de hand van frontvrouw Lauren Mayberry, die – zo vertelt ze net iets te gretig en te sappig – nochtans van een voedselvergiftiging aan het genezen is; kots, een dubbele laag onderbroeken tegen accidentjes, het wordt allemaal uitvoerig toegelicht. Schotten en gêne, het zal wel nooit een ding worden.

Niet dat het aan Mayberry's performance te merken is. Muzikanten getuigen wel vaker hoe ze ziekte voor de duur van een optreden zelf even vergeten, en ook de Chvrcheszangeres draaft over het podium, tolt als een derwisj alsof er intern niet vanalles in rep en roer staat. Waar het aanvankelijk wel aan schort, is het geluid. Zeker in openingsduo "Get Out" – "Bury It" klinkt alles alsof ze in een betonnen loods staat te gillen, waar enkel de drums voor begeleiding zorgen. Dat wordt gaandeweg beter, maar daardoor valt net harder op wat voor ontgoocheling Love Is Dead werd.

Neem nu "Miracle", een single die zo gretig opbouwt naar een goeie ouderwetse drop dat het bijna wanhopig is, of "Forever" en "Never Say Die", twee nummers die het zo van tekstuele herhaling moeten hebben dat het op bloedarmoede lijkt. Nochtans heeft Mayberry wel degelijk iets te vertellen, dat hoor je in "Graffiti" dat jeugdige hopeloosheid mooi samenvat, of "Graves" waarin ze de vluchtelingencrisis tackelt.

Toch heb je het gevoel dat de groep tegen zijn limieten aanloopt. Na drie kwartier zijn we flink murw van de immer beukende beats, en betreur je het dat de groep voor zijn beste song Matt Berninger van The National als gastzanger onder de arm nam. Wat meer rustige torch songs als "My Enemy" hadden deze set immers deugd gedaan, nu kregen we zelfs dat ene niet – Berningers postcode is vooralsnog niet 2000. En nog zo'n minpuntje: het ego van toetsenman Martin Doherty, dat op elke plaat zijn zangmoment opeist, en daar vanavond zelfs twee van mag brengen. Op de balkons zie je hoe de gsms plots worden bovengehaald -- niet om te filmen, wel om iets interessanters te lezen -- beneden is het duidelijk tijd om bier te halen.

En zo voelt het alsof Chvrches langzamerhand moet gaan denken aan verbreding. Dat de groep tegenwoordig met een livedrummer tourt is alvast een goed begin; het geeft de muziek extra dynamiek, en wat meer rijkheid in de beats naast alle elektronica. Chvrches maakt maar beter een goeie vierde plaat of het loopt fout.

E-mailadres Afdrukken
Tags: CHVRCHES