Banner

IDLES

1 november 2018, Botanique

Bart Van Put - 03 november 2018

Soms zijn er niet genoeg middelvingers in de wereld om je gedacht te zeggen over de stand van de wereld. Tijdens de dollemansrit van IDLES in de Botanique vlogen ze echter allemaal in het rond, met een flinke zelfrelativerende grijns erachteraan. Joy As An Act Of Resistance in de praktijk, als het ware. Ze zijn het dak van de Orangerie nog aan het repareren.

De meest gehypete punkband van Engeland word je niet zomaar. Neen, dat moet je verdienen. IDLES uit Bristol timmerde vijf jaar in de luwte aan de weg vooraleer het debuut Brutalism vorig jaar voor enige deining zorgde aan beide zijden van het Kanaal. Opvolger Joy As An Act Of Resistance deed de bom definitief barsten. De ziedende (post)punk van het vijftal, gecombineerd met vlammende, confronterende teksten van zanger Joe Talbot en overgoten met een dikke saus zelfrelativering klinkt dan ook niet alleen fris en energiek, maar ook brandend actueel, goudeerlijk en bij momenten pijnlijk confronterend. Een knaller van een livereputatie doet de rest.

Geen wonder dus dat de Botanique binnen de kortste keren was uitverkocht. Een bont allegaartje bezoekers ook: van de obligate delegatie van de hipstersbond tot zowaar een paar nieuwsgierige retro-punkers die uw en mijn vader konden zijn. Best veel vrouwen ook trouwens -- altijd een opsteker.

Obligate opener van deze concertreeks is het fantastische “Colossus”, een dijk van een postpunknummer, drijvend op een topzware, repetitieve baslijn die ontaardt in een pikzwarte draaikolk van gitaargeweld en zelfkastijding. “Forgive me father, I have sinned / I drained my body full of pins / I danced till dawn with splintered shins”, declameert Talbot voor het gebiologeerde publiek, dat de openlijke schuldbekentenis als een congregatie ontvangt. Maar de verstilde fascinatie is van korte duur: wanneer “Colossus” explodeert in ziedende punkrazernij, ontploft de zaal helemaal mee.

En IDLES weet gedurende anderhalf uur niet van ophouden. Achttien nummers, ofwel driekwart van het ganse oeuvre van de band, krijgen we naar ons hoofd geslingerd. Van een verbeten “Never Fight A Man With A Perm” (hallo, Boris Johnson) over een witheet “Mother” tot een euforisch “Danny Nedelko”: het openingssalvo ontziet niets of niemand. Dat is uiteraard de verdienste van de groep, die het vuur en de passie als het ware uit hun instrumenten blaast (jongens, wat mept die drummer toch hàrd), maar zeker ook van frontman Talbot, die gelijke mate zweet en charisma uit zijn poriën laat gutsen.

Talbot verstaat als geen ander de kunst om zijn publiek op te zwepen, maar ook meteen weer met de voeten op de grond te zetten. Zo krijgen we naar onze oren omdat er te weinig vrouwen in de moshpit zitten, verontschuldigingen omdat er een Brexit zit aan te komen en oprechte dankbaarheid voor het luisteren. Het publiek eet zichtbaar uit de hand van Talbot, maar daar heeft de man duidelijk geen oren naar: hij wijst de idolatrie resoluut van de hand en wil zijn autoriteit vooral gebruiken om zijn boodschap over te brengen. En die is opvallend positief: wanneer hij tijdens “Television” herhaaldelijk “Love yourself” naar het publiek roept, méént hij het oprecht. “1049 Gotho“ komt daardoor ook keihard binnen als een oproep voor mentale stabiliteit, net als “Samaritans”, dat de toxische wurggreep van mannelijke stereotypering met de grond gelijkmaakt.

Tussen al die serieux mag er echter ook gelachten worden. Vooral gitaartandem Mark Bowen en Lee Kiernan zijn de zotskappen van dienst: ze duiken het publiek in, rennen over het podium en dollen met de rest van het gezelschap. Gelukkig haalt dat geen vaart of kwaliteit uit de set: deze band is duidelijk uitstekend gerodeerd.

De hele zwik bereikt zijn hoogtepunt met de woorden “How many Belgians can we fit on a stage?”, waarna het podium bestormd wordt door een uitzinnige menigte fans die het prompt aan het feesten slaan. Dat levert uiteraard weer taferelen van onhandige slampampers op die denken dat ze plots de beste vriend van de zanger zijn geworden, maar Talbot duwt ze steevast gedecideerd van zich af. Behalve dan het meisje dat stiekem een knuffeltje komt stelen: dat was dan weer enorm schattig. Respect ook voor de dame die Kiernans gitaar omgord kreeg en zowaar quasi foutloos begon mee te spelen.

Enfin, iedereen heeft zich dus flink te pletter geamuseerd. Al kan je voor een parti plaisir natuurlijk ook op de kermis terecht. Neen, dan is dit een ervaring die dieper gaat: een soort vreugdevolle, louterende, collectieve catharsis waar publiek en band naar elkaar toegroeien. Optreden van het jaar. Hands down.

Punk is niet dood, integendeel motherfuckers!

E-mailadres Afdrukken
Tags: IDLES