Banner

George Ezra

31 oktober 2018, Lotto Arena

Erwin Knieper - foto's: Philippe Denayer - 02 november 2018

Een echte sinjoor hoort het vast niet graag, maar het feit dat Antwerpen maar een scheet groot is, wordt elke keer opnieuw pijnlijk in de verf gezet wanneer zowel de Lotto Arena als het Sportpaleis geboekt is. Naast George Ezra mocht Niels Destadsbader het beste van zichzelf geven in een hopeloos uitverkochte zaal. Het logische gevolg: een verkeersinfarct dat tot kilometers ver voelbaar was.

Aan het begin van de avond was het nog even hopen dat al dat vrouwvolk op weg was naar de Niels; teleurstelling alom toen bleek dat de Lotto Arena voornamelijk gevuld werd met golven bruisend oestrogeen. Geen slecht woord over de fanbase van George Ezra, hoewel een iets heterogener (en ouder) publiek een en ander misschien net dat tikkeltje interessanter had gemaakt. Een leuke avond was het alleszins, maar de verhalenverteller die de Brit is, speelde net te weinig in op het enorme hitpotentieel dat hij met zich meebrengt. Is dat een bewuste keuze? Vast niet, maar de enkele meezingers die je hebt zo ver uit elkaar positioneren dat je show haast om de haverklap op zijn gat valt, is nooit een goede keuze. En toch; oorspronkelijk stond Ezra geprogrammeerd in de Antwerpse Roma, een kleinere zaal in de binnenstad waar de muziek die hij brengt wonderbaarlijk ontvangen had kunnen worden.

Gewapend met een gitaar, een beperkte liveband en een dijk van een stem was er nu en dan wel een zweem van intimiteit in de Lotto Arena te merken; de swung die de houterige Brit wat miste, werd ruimschoots goedgemaakt door de swingende heupen van zijn bandleden, maar het waren voornamelijk de anekdotes die Ezra koppelde aan het ontstaan van de nummers die nu en dan deden vergeten dat het hele gebeuren plaatsvond in een kille, betonnen bunker. Om maar in te gaan op eentje: “Budapest” ontstond na een dronken avond tijdens de finale van het Eurovisiesongfestival. Ezra voelde zich wat genegeerd door de drie Zweedse dames die zo vriendelijk waren om hem van onderdak te voorzien dat hij prompt besloot op een bijzonder illegale manier een fles rum te kopen. Het gevolg was een kater van jewelste en het besluit om de geplande treinreis naar Budapest even te schrappen. Een dergelijke aanpak werkt inderdaad bijzonder aangenaam in een besloten setting; na de derde of vier keer ging het effect echter snel verloren en zag je het publiek weer even zichtbaar indommelen.

Wanneer het tempo dan toch omhoog mocht tijdens “Cassie ‘O” of “Don’t Matter Now” --respectievelijk aan het einde en aan het begin van de avond -- leek er wel wat deining in de zaal te komen. Ook “Pretty Shining People” en “Shotgun” -- opnieuw twee bekendere nummers die mijlenver uit elkaars buurt werden gespeeld -- werden enthousiast onthaald en tonen dat de Brit best kan entertainen, maar dat hij dat aspect net wat minderwaardiger lijkt te beschouwen. Zangtechnisch kan je dan weer niets aanmerken op wat er in Antwerpen te horen viel. De zware en warme stem van de Brit vult moeiteloos elke ruimte en geeft zelfs zijn meest duffe liedjes -- “Song 6” was blijkbaar het moment om een nieuw glas cava te halen, dames -- wat meer gewicht. Wat wel oprecht stoort, zijn die “geïmproviseerde” freestylestukjes aan het einde van enkele nummers waarbij Ezra als singer-songwriter op de voorgrond stond. “All My Love” en “Saviour” eindigen zo in een pijnlijk schelle geluidsbrij. Het beste moment van de set? De anekdote rond de droomreis naar Zuid-Afrika die uitmondde in “Sugarcoat”: een oprecht vrolijk niemendalletje gebaseerd op een eenvoudig gitaardeuntje.

De concertagenda geeft aan dat Ezra in mei Brussel aandoet. In de veronderstelling dat er dan van hetzelfde laken een broek wordt gemaakt, alvast een kleine tip: negeer de lokroep van Vorst Nationaal en wacht liever tot hij opnieuw te zien is tijdens de volgende festivalzomer. Alleen al dat verhaal over Zuid-Afrika met zicht op de ondergaande zon maakt het wachten de moeite waard.

E-mailadres Afdrukken