Banner

Meg Baird & Mary Lattimore + Kurt Vile & The Violators

30 oktober 2018, AB

Evert Peirens - 31 oktober 2018

Bijna dag op dag drie jaar na zijn vorige passage in de AB staat Kurt Vile er opnieuw, met een aardige nieuwe plaat vol, ja, typische Kurt Vile-liedjes. Die vorige keer was niet meteen overtuigend, maar dat kon niet verhinderen dat dit concert volledig uitverkocht raakte. Wie er bij was, kreeg deze keer meer dan een avondje ‘rock in de meest '70s zin van het woord’, want Vile en z’n Violators speelden best in hun sas.

Dat iedereen voor de sympathieke langhaar kwam, zullen Meg Baird & Mary Lattimore ook geweten hebben. De dames hebben met een album dat op 9 november uitkomt hun eerste samenwerking afgewerkt en komen dat voorstellen voor een matig gevulde zaal. De folk met de F van Fairport Convention, met Baird op zang en gitaar en Lattimore op harp klinkt mooimooimooi, maar rocken en/of rollen zoals we zouden durven verwachten van een voorprogramma van Kurt Vile doet het niet. Geef ons dit eens als hoofdschotel in de juiste setting, maar hier valt het allemaal wat tussen de plooien van de avond.

Vile komt op (in geruit hemd, wat anders), haalt het haar nog eens van voor zijn ogen en gaat van start zoals zijn nieuwe plaat begint. “Loading Zones” steekt zo meteen de vlam in de pan: het publiek, razend enthousiast en meteen mee, heeft Vile bij deze onmiddellijk op zijn hand. Naar het einde mag hij zijn gitaar een eerste keer -- maar zeker niet voor het laatst -- uitlaten in een solomoment, terwijl zijn vaste backingtrio Trbovich-Laakso-Spence de slogan “I park for free!” schreeuwt. Wij schreeuwen mee, een enkeling haalt zijn luchtgitaar boven. Zo hoort het!

We gaan verder met “Jesus Fever”: niet onaardig, maar het enthousiasme van de aanwezigen scheert pas opnieuw hoge toppen bij “Bassackwards”, dat als de zee bij vloed met elke golf elementen doet aanspoelen. Het is dan wel een iets kortere, gehaastere versie, maar ze valt overduidelijk wel in de smaak. Vile wil klaarblijkelijk zo veel mogelijk songs uit zijn gegunde anderhalf uur knijpen en zo hebben we een openingstrio van een kwartier dat op plaat ergens boven de twintig minuten zou uitkomen. Allemaal goed en wel, want het doet geen afbreuk aan de muziek.

Na dat eerste kwartier krijgt Vile de banjo aangereikt voor “I’m An Outlaw”, een obligate crowd pleaser die nooit kan misdoen, maar met het tragere “Cold Is The Wind” -- ook op plaat geen topper -- dreigt de opgebouwde spanning uit de set te verdwijnen. Nee, dan liever “Girl Named Alex”, waarmee Vile toont dat hij zijn publiek goed bespeelt en dat hij heeft nagedacht over een sterke set. Na opnieuw een gitaarwissel -- soms lijkt het wel alsof hij elk nummer met een andere gitaar speelt -- naar deze keer een akoestisch exemplaar, komt Vile alleen in een rode gloed te staan voor een eenzame versie van “Peeping Tomboy”. Mooi hoe deze uitvoering het publiek stil krijgt! Een klein kippenvelmomentje bij een optreden van Kurt Vile: we hadden het op voorhand niet verwacht.

Over de helft en terug naar het uitbundigere werk dan. “Yeah Bones” van dat laatste album bijvoorbeeld: een vlotte stamper die hier klinkt alsof hij altijd al deel uitmaakte van het liverepertoire en dus niet meer niet te spelen zal zijn. Op “Wakin On A Pretty Daze”, nog zo’n publiekslieveling, mag Vile andermaal zijn gitaarkunsten botvieren in een knappe solo. “KV Crimes”: van hetzelfde laken een strak pak. Hier krijgen we de Kurt Vile waarvoor we kwamen en dat komt voor een keer overeen met de Kurt Vile die Kurt Vile vanavond ook wil zijn.

Jammer dan dat nieuwe songs “Check Baby” en “Skinny Mini” nogal zoutloos gebracht worden. Vile kan er precies nog niet helemaal zijn oprechtheid in kwijt, waar ouder werk nu als gegoten zitten en vanzelf de juiste toon meekrijgt. Ondertussen draait de Violatorsmachine al een uur, maar nog altijd vlot. Alles blijft goed vooruit gaan en zo pauzeert de bende ook niet voor een bisronde. Afsluiten doen ze met “Pretty Pimpin”, opnieuw meermaals meegekeeld door het adorerende publiek, en een versie van “Downbound Train” waar The Boss zelve niet kwaad op kan zijn.

Met de Kurt Vile die we deze avond zagen spelen, voelt niemand zich echt bedrogen. ’t Is een klasbak op zijn manier, een slungelige outsider die het gemaakt heeft en zich daar niet voor excuseert, zijn muzikale roeping vond maar verder gewoon zijn eigen ding doet. Da’s goed zo, de wereld heeft dit soort Kurt Viles nodig. Nu we weten dat het live wel snor zit met die nieuwe is een stek op een groot festival volgende zomer iets om nu al luidop van te dromen.

E-mailadres Afdrukken