Banner

Bloc Party

20 oktober 2018, Vorst Nationaal

Matthieu Van Steenkiste - 21 oktober 2018

"Vanavond nemen we je terug mee naar 2005", zo beloofde Kele Okereke, en in zijn beste momenten was de grote Bloc Party-speelt-zijn-debuutshow zaterdag inderdaad een geweldige trip down memory lane. Een rotslecht geluid maakte er echter een bij momenten teleurstellende belevenis van.

Schuldbekentenis: we hadden het eerst niet begrepen. Steriel, vonden we het debuut van Bloc Party in 2005, en zo schreven we ook. Werden wij geen beetje gecorrigeerd door een horde tieners die het wél meteen voelden. We hadden die hele postpunkhype van eind 2004 / begin 2005 te vroeg dood verklaard, want Silent Alarm werd een totemplaat voor een nieuwe – de laatste? -- generatie rockliefhebbers. Bloc Party zou de jaren nadien met A Weekend In The City een nog grotere klassieker maken, maar de liefde voor die eerste plaat blijft in bepaalde kringen groot.

Vandaag zijn die pubers van toen late twintigers, of zelfs prille dertigers. Jobs zijn begonnen en alweer verlaten voor een andere, liefdes kwamen en gingen tot er gezinnen werden gesticht. Het leven deed zijn ding, quoi, en daarin werd Bloc Party almaar minder belangrijk. Had de band zelf natuurlijk ook voor gezorgd door na Intimacy (2008) hopeloos aan het zwalpen te gaan. We kregen met Four uit 2012 nog een vreselijke reünieplaat, vier jaar later bleek de groep nog maar uit twee originele leden en twee nieuwe huurlingen te bestaan, en bracht Hymns vooral veel spiritueel gezemel en weinig opwinding.

De af-en-aanrelatie van Kele Okereke met alles wat naar dansbeats ruikt was tussendoor nog een verhaal apart, het laatste teken van leven uit zijn richting was vorig jaar een prachtige soloplaat vol ingetogen songs over het vaderschap en het verleden. De tijd was duidelijk gekomen dat de frontman zich opnieuw kon verzoenen met de gitaar, én met het gehypete verleden van zijn groep. En daar staan we dus: dertien jaar nadat "Banquet" een brandbommetje in De Afrekening smeet. Vorst is bijlange niet uitverkocht, maar wie er is, heeft zin in dat integraal gebracht Silent Alarm. Okereke, tegendraads als immer, geeft er toch een kleine draai aan.

Wanneer de groep begint met een rustig kabbelend "Compliments" en het maar net iets pittigere "Plans" daagt het besef: we doen dit in omgekeerde volgorde. Interessant, want daardoor krijgen we meteen een andere kijk op de plaat. Wat in 2005 "de tweede helft" was, waarin de aandacht al eens verslapte, moet nu de aandacht wekken. Halverwege dat tweede nummer krijgen we toch al een eerste keer het gitaarvuurwerk dat de groep op zijn best zo kenmerkte: Okereke en Russell Lissack laten hun snarenlijntjes in elkaar haken, gaan uiteindelijk neerzitten om de laatste effecten uit hun instrumenten te persen. Het is echter aan de jakkerende bas van "Luno" om voor de eerste echte opwinding te zorgen. "There will be no hesitation / There will be no confrontation" zingt het publiek mee. De vlam zit in de pan, en zal niet meer gaan liggen - pas op de dampkap!

Want zo werkt deze aanpak gek genoeg wel: door van achter naar voor te gaan, wordt bij elk nummer het gejuich wat harder, het meezingen en dansen wat enthousiaster. De melancholische riedel van "So Here We Are" verzuipt echter in de doffe soep die dit Vorst Nationaal van de mix maakt. Het duurt tot "This Modern Love" voor de geluidsman wakker wordt, en een ietwat aanvaardbare klank neerzet. Okereke kan zelfs een glimlach niet onderdrukken wanneer het publiek het nummer woord voor woord meezingt. Een wolk confetti volgt.

Waarna het eindelijk écht opwindend mag. "She's Hearing Voices" is één en al donderende drums – wat vangt Louise Bartle de vertrokken menselijke octopus Matt Tong goed op! –zinderende gitaarstoten en opruiende kreten. "Shit's about to go cray-cray" grijnst Okereke na een "Blue Light" dat vanuit deze richting toch wel de trage te veel is, en daar is geen woord van gelogen. "Banquet" is het voorspelbare hoogtepunt. Heen en weer vliegende gitaartjes, een geweldig dansritme in de beat, en een refrein dat noopt tot meezingen. Sorry Matt Tong en Gordon Moakes, maar jullie worden op momenten als deze niet gemist: dit Bloc Party zet het minstens even goed neer als vroeger.

De baslijn van "Positive Tension", die spiraalgewijs neerdalende gitaarlijnen van "Helicopter"; het wordt inderdaad crazy in Vorst. "Like Eating Glass", dat nummer dat je als eerste had verwacht, is het orgelpunt waarmee de groep afscheid neemt. De zinderende call-to-arms waarmee Bloc Party zichzelf ooit aan de wereld openbaarde, heeft nog niets aan kracht ingeboet. De gitaren klinken als een niet zo stil alarm, de drumsalvo's zijn geweerschoten gelijk.

Hoe minder over de bissen hierna wordt gezegd, hoe beter. Is de geluidsman opnieuw in slaap gevallen, of ondertussen ontslagen waardoor niemand zich nog om de klank bekommert? "Two More Years" gaat in elk geval hopeloos kopje-onder in de galm, en ook de zelden gespeelde oudjes "The Marshalls Are Dead" en "Little Thoughts" zijn niet meer dan een brij van bas en drums. Slechts één lichtpuntje volgt, helemaal aan het gaatje: een "Flux" dat zich manmoedig staande houdt. De ravebeats van weleer zijn wat teruggeschroefd -- Bartle ratelt het er zelf wel uit – maar het sentiment blijft. "We were hoping for some romance / All we got was more despair" klinkt het uit duizend kelen, een credo van ontgoocheling dat die opgegroeide jongeren van 2005 ongetwijfeld bitterzoeter smaakt dan toen. Bloc Party is nostalgie geworden, en daar valt niet veel aan te doen. Behalve volgende keer een betere zaal boeken.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Bloc Party