Banner

ROCK WERCHTER 2018

De sprongen van een grote zwarte panter - Pagina 4

(mb), (ep), (nd) en (kvp) - foto's: Lotte Torsin, Timmy Haubrechts & Jan Van den Bulck - 05 juli 2018

Dag Vier: Afsluiten in schoonheid

Laatste dag Werchter vandaag, en wat hebben we al geleerd: het is een warme editie, zowel op als naast het podium. Maar alles is beter dan modder, dus trekken we auto-, plooifiets- en wandelgewijs richting de heilige wei. En wat valt er op? Het publiek ziet er na 3 dagen nog relatief fris uit. Benieuwd hoe lang dat nog gaat duren ...

De IJslanders van Kaleo laten het alvast niet aan hun hart komen. Ze krijgen een herkansing nadat ze vorig jaar verstek moesten laten gaan wegens ziekte van zanger JJ Julius Son. Son is gezegend met een strot om u tegen te zeggen, en laat die al direct de weide opschallen met "The Devil's Gonna Set Me Free", een donkere bluessong die wat aanleunt bij klassiekers als "John The Revelator". De band gaat nog even de Mississippi swamp-toer op, maar gelukkig voeren ze na een tiental minuten het tempo op, onder andere met hit "Way Down We Go". Met die warmte is het beter om de aandacht van het publiek niet te laten verslappen, en dat lust de bluesrock alvast. Goede namiddagmuziek en de perfecte opwarmer voor Eels en Noel Gallagher. Alleen had dat voetbalanthem op het einde niet gemoeten, we weten nu ondertussen wel dat België wereldkampioen gaat worden volgende week.

David Byrne stond 40 jaar ook al eens op de wei van Werchter, yep, het is inderdaad al van 1978 geleden dat hij met zijn Talking Heads de Vlaamse weides onveilig maakte. We zijn allemaal ouder geworden, maar Byrne doet dat op een heel gracieuze en elegante manier. De show in de Barn komt grotendeels overeen met wat er vorige week nog op Gent Jazz te zien was, maar toch zijn er (kleine) verschillen. De hitte bijvoorbeeld speelt iedereen toch iets meer parten. Al wordt er evenveel geswingd en gedanst, toch kan je meer verbetenheid en concentratie op de gezichten lezen.

Wat vindt het Werchterpubliek ervan? Ze smullen, gillen, zingen, dansen zich te pletter. De volledige Barn is in de ban van het charisma van de New Yorker en zijn muzikanten. Een prestatie, want een groot deel van het publiek was nog niet eens geboren in 1978. Er wordt uit de bol gegaan bij "Slippery People", "Lazy", "Everybody's Coming To My House". Dat David Byrne ondanks de staat van deze wereld toch een positief en optimistisch mens is, mag blijken uit "Everyday is a Miracle". Die "love one another" uit de tekst is zo universeel, dat niemand daar iets op tegen kan hebben.

Het is een gelukkig en stralend publiek dat weer de wei op loopt. Recht naar Noel Gallagher dan maar zeker?

Want ja, Gallaghers laatste album "Who Built the Moon" is zeer de moeite. Oké, je gaat de oer-Britse rocker die hij in hart en nieren is, nooit meer veranderen, maar het doet deugd dat hij geen oogkleppen heeft als het over muziek gaat: er worden al eens wat electronica en keyboards bovengehaald, en hier op de mainstage heeft hij zelfs blazers bij. Koperblazers wel te verstaan, helaas geen blazers die koelte toewuiven.

Opener van de avond is "Beautiful World", en onverstoorbaar, met gepaste zonnebril, laveert Gallagher door deze kritische song. Het geluid zit goed, hij is goed bij stem, dus wat kan er misgaan? Niks in eerste instantie, al valt op dat het publiek niet echt enthousiast is. Want ook al wordt er mooi geapplaudisseerd, echt oorverdovend is het niet. Begint de warmte te wegen? Of is iedereen aan het eten geslagen? Die schwung komt er gelukkig wel in het tweede van de set, dat hij met "Wonderwall" begint. En bij "Don't Look Back In Anger" zingt de hele weide mee. Dan toch nog gerechtigheid voor Gallagher en zijn High Flying Birds. Alleen jammer dat de mensen meer interesse hadden in de Oasisnummers en in die ene Beatlescover, dan in wat op het laatste album staat.

Zou het hoofdpodium te immens blijken voor de intiemere muziek van Nick Cave? Op het eerste zicht wel, maar Cave zelf had daar iets op gevonden: hij daalde van het podium af en ging vervaarlijk dicht boven de eerste rijen hangen, ondertussen de tekst van “Jesus Alone” scanderend. Ook bij de volgende songs deed hij hetzelfde, hield de uitgestoken handen soms zo lang vast, dat we dachten dat hij echt niet meer wou loslaten. Intens, iemand? “Do You Love Me?” hebben we nog nooit zo lang, griezelig en uitgesponnen meegemaakt. Het leek wel alsof Cave en zijn Bad Seeds gezamenlijk een duivelsuitdrijving deden, zo hard hamerden Warren Ellis en co op hun instrumenten.

Het publiek leek het wat te ondergaan, tot aan “Red Right Hand”, dat volop werd meegebruld door 2/3den van de wei. Dat Nick Cave geen droogstoppel is, bleek toen hij de tekst gezwind aanpaste naar "you in your Arctic Monkeys T-shirt, you think you are different". Om dan maar achteraf te opperen eens een andere cd te kopen, die van hem bijvoorbeeld. Maar het mag natuurlijk niet te gezellig worden, en dus gooit Cave er nog gauw “Jubilee Street” achteraan. Ook “The Weeping Song” wordt lang uitgesponnen en luidkeels meegezongen.

Het was soms wat ongewoon een lachende Cave te zien, maar misschien genoot hij echt van die massa voor hem? Vooral de dames op de eerste rij trokken zijn aandacht, en dat deed het optreden op het eind wat verzanden in meligheid, vooral bij “Into My Arms”. Leuk, vooral voor de dames die hij op het podium haalde tijdens "Stagger Lee", maar had de rest van de wei daar een boodschap aan?

Kortom? Die vernieuwde kennismaking met Nick Cave deed deugd, hij slaagt er nog steeds in om ons kippenvel te doen krijgen op een moment dat dat onmogelijk lijkt, maar om tot koning van Rock Werchter 2018 te worden uitgeroepen had het nog wat verschroeiender en intenser mogen zijn.

Al heel de dag was duidelijk voor wie een groot – en vooral jong – deel van het publiek gekomen was, het kon dus niet anders of Arctic Monkeys speelden de boel plat. Althans, dat zou je denken. Hun laatste plaat “Tranquility Base Hotel and Casino” ontvangt vele lovende recensies, en het was dan ook afwachten hoe ze de sfeer van het album live zouden vertalen.

Er werd alvast met “Four Out of Five” afgetrapt. Alex Turner, strak in het pak en met seventies zonnenbril mat zich alvast de pose van de op handen gedragen rockster aan. En te horen aan het alomtegenwoordige gekrijs, werd dat zeer gesmaakt. Het begin van de set was opgebouwd rond dat laatste album, en was eerlijk gezegd, nogal rommelig. Na elke song viel er een doodse stilte, veel vaart zat er niet in. Bovendien vond Turner het blijkbaar ook niet echt nodig om zich tot zijn talrijk opgekomen fans te richten. En was hij nu echt zijn teksten vergeten, of deed hij maar alsof? Die verwarring en de veel te rustige start creëerde nog meer afstand tussen het publiek en het podium dan dat er in werkelijkheid al was. Geen goed idee op een festival met de omvang van Rock Werchter.

Alex Turner probeerde wel wat zieltjes te winnen, maar een deel van het publiek had de uittocht richting tent of parking al ingezet. En daar kon geen “Why'd You only call me when you're high” of “I bet you look good on the dancefloor” of “Arabella” aan verhelpen.

Arctic Monkeys zijn live meestal wel een goed geoliede machine, maar daarvan was er niet veel te merken op de Main Stage zondag. En om een waardige afsluiter van 4 dagen Rock Werchter te zijn, moet je toch net dat tikkeltje meer in je hebben.

Want editie 2018 had al bij al veel goeds te bieden: warm weer, relaxte sfeer, en een reeks concerten die best memorabel waren. Zo haalden Pearl Jam en Gorillaz het beste uit zich (en ons) naar boven, en bewees David Byrne op zijn eentje (nu ja) dat hij nog best een punkrock attitude heeft. Ook al zit dat verpakt in een theatrale performance. En voetbal is dankzij onze Rode Duivels, ineens weer een onderwerp waar mag over gesproken worden. Tot vervelens toe, we weten het ja, we worden wereldkampioen!



E-mailadres Afdrukken