Banner

GENT JAZZ 2018

Schoon vanbinnen en vanbuiten -

(kvp), (mvs), (qc), (jvs) en (mba) - foto's: Geert Vandepoele - 30 juni 2018

Donderdag 5 juli

Het is een dag van odes. Tributen en songs toegewijd aan overleden vrienden en oude mentors. Met de aanwezigheid van Brad Mehldau, Chico Freeman, Jack DeJohnette en John Scofield stond minstens een eeuw aan jazzervaring op het podium. Ruimschoots voldoende voor een brede blik op het verleden en misschien te weinig voor algehele verfrissing in deze warme temperaturen.

Op papier kan deze donderdag wel tellen, als de eerste dag van Gent Jazz waar het genre echt centraal staat van vroeg op de middag tot laat in de avond. In een gezapige sfeer is het eerst de beurt aan Lorier – Postma – Gerstmans, een Belgisch-Nederlands trio dat onlangs het album We Will Really Meet Again heeft uitgebracht. Pianiste Nathalie Loriers komt uit het zuiden van het land (Namen) en is tegelijk fan van zuiderse ritmes. De eerste sessie op de main stage is gekenmerkt door sambaritmes en knipogen naar de bossa nova van Antônio Carlos Jobim: "Dançao" brengt wat swing in de alsnog halfvolle tent van de Bijlokesite. De compositie is geschreven door Nicholas Thys (voor dit concert vervangen door bassist Sam Gerstmans) maar het is Tineke Postma op de saxofoon die met de aandacht gaat lopen: de scherpte en vitaliteit in haar solospel brengen een verfrissende dynamiek op gang die als bindmiddel voor het geheel werkt. Het ontbreken van percussie laat zich af en toe gelden, hoewel titeltrack "We Will Really Meet Again or the Sadness of Losing a Brother (For Thierry)" -- de eerste ode van de dag -- ons weet te begeesteren.

Tussen de namen op de hoofdaffiche neemt het kwartet van Sal La Rocca het tijdsverdrijf van de bezoekers voor hun rekening, met drie pittige sessies die eigen werk met klassiekers combineren. Na openingsnummer "Shifted" spreekt La Rocca zichtbaar geëmotioneerd over het afscheid van zijn moeder dat enkele dagen geleden heeft plaatsgevonden. Het kwartet kiest het uitstekende "Serenity" van Joe Henderson en werpt de treurnis van zich af met een pittige versie. In een latere sessie komt ook "Jupiter" van Coltrane aan bod; het spirituele is daarmee nooit veraf. Saxofonist Jeroen van Herzeele houdt zich staande op de snellere stukken maar lijkt moeite te hebben om een nuance te vinden in tragere ballades. Niettemin weet het publiek La Rocca’s repertoire van de jaren zestig wel te pruimen.

Hogere verwachtingen voor de passage van het Brad Mehldau Trio, dat stilaan als een vaste waarde voor de Belgische contreien wordt beschouwd. Mehldau houdt de productiviteitsmachine nog altijd op de hoogste versnelling ingeschakeld: eerder dit jaar was er het soloalbum After Bach maar het Gentse publiek krijgt een korte glimps van het recentere trioalbum Seymour Reads the Constitution! voorgeschoteld, met het stuwende "Spiral". De sessie staat echter in het teken van ouder werk, met "Ode" en "Secret Beach" (die laatste song daterend van 2007). Bijzonder luisterenswaardig is Mehldaus herwerking van een wals in c mineur, waarbij hij het strakke ritmische patroon toch op speelse wijze weet te overschrijden. De oeuvrebouwer is heer en meester in het melodieus improviseren op klassieke en populaire muziek, al komt er ditmaal geen Radiohead of Nick Drake aan bod.

Mehldau doet z’n voorstellingsrondje in het Nederlands -- zoals het de gewoonte betaamt -- wat op appreciatie kan rekenen. Daarna is er "I Fall in Love Too Easily", een compositie van Sammy Cahn, waarmee het trio zijn voorkeur voor het Amerikaanse songboek nogmaals in de verf zet. Drummer Jeff Ballard is het schoolvoorbeeld van spelen met goesting. Iets minder van dat bij Mehldau, die niet de meest beklijvende performance achter de rug heeft, misschien door de weinige beschikbare tijd en het vroege uur. Graag zien we de volgende keer meer van het recente werk of zelfs een onverwachte uitsmijter. Desondanks stelt het trio nooit echt teleur.

Jazz is voor Mehldau elegantie en lyriek. Daartegenover zoekt Chico Freeman zijn inspiratie veeleer in de hard bop. Freeman en het Plus+tet, onder andere met Anthony Wonsey op piano, gaat gepaard met een warm, bluesy timbre. De groep gaat pittig van start met "Black Inside". Freeman’s repertoire op de main stage laat zich karakteriseren door de vele samenwerkingen met grote jazzmuzikanten die hij achter de rug heeft: "Elvin" is een ode aan de legendarische drummer van het John Coltrane kwartet, terwijl de frontman later nog een tribuut aan pianist McCoy Tyner brengt. Hoewel er veel beweging in de composities zit, blijven de ritmische patronen statig aanvoelen. Slechts in een solo-intermezzo van Freeman gaat het even de kant van experiment uit, met een geluid dat veel van Colin Stetson weg heeft. Chico Freeman en de zijnen ademen traditie uit en gaan wonderwel met kleine technische problemen om (want even viel het podiumlicht uit), maar de grensverleggende attitude van een album als The Outside Within lijkt thuis in Chicago te zijn vergeten.

Geen idee wat Jack DeJohnette ervan denkt, hoewel hij ooit de percussie op Freeman’s The Outside Within voor zijn rekening heeft genomen. DeJohnette richt zich tegenwoordig op Hudson, een project met John Scofield, John Medeski en Larry Grenadier dat vaak als supergroep wordt omschreven. Grenadier geeft op dit moment de voorkeur aan het Brad Mehldau trio, waardoor Scott Colley zijn plaats als bassist heeft ingenomen. De vier heren zijn allen woonachtig in de streek rond de Hudsonrivier in de staat New York, waar het idee van een project rond muzikale favorieten zich liet rijpen. Het debuutalbum dateert van vorig jaar maar met regelmatig optreden heeft het viertal blijven experimenteren met composities van Bod Dylan, Joni Mitchell en Jimi Hendrix. Die laatste krijgt een glansrol in het eerste uur met briljante herinterpretaties van "Wait Until Tomorrow" en "Castles Made of Sand”.

De 66-jarige Scofield toont zich bewonderenswaardig vanwege de levendige gezichtsexpressie en het zichtbare gemak waarmee hij een fusion van jazz en rock tot stand laat komen. Qua passie wordt hij het vuur aan de schenen gelegd door John Medeski, de al even begaafde pianist (bekend van het trio Medeski, Martin and Wood). Waar eerdere sessies op de dag inspiratie uit het werk van Coltrane putten, is de invloed van Miles Davis hier klaarblijkend. Meer dan op het album, ontpopt Hudson zich tot een grondige update van Davis’ elektrische kwartet. Jack DeJohnette laat zich opmerken door een sobere manier van spelen maar verrast het publiek door zich over het zanggedeelte te ontfermen. Hudson is meer dan de som van de delen, met vier topmuzikanten, een uitstekende reeks aan herwerkte originals en een collectieve durf om toch boven het verwachtingspatroon uit te stijgen.

Hudson vormt het energieke hoogtepunt van een dag die grotendeels aan traditie en reminiscentie is uitbesteed. Scofield kondigt als laatste nummer "Woodstock" van Joni Mitchell aan, waarbij hij expliciet naar zijn babyboomgeneratie verwijst. Daarmee slaat de gitarist ook de nagel op de kop: uitgezonderd de luidruchtige horde van jonge vrijwilligers zijn de babyboomers vandaag in de grootste getale naar de Bijlokesite afgezakt. De jeugd, die bevindt zich op Werchter of aan het strand. Een uitdaging voor Gent Jazz om daar de komende dagen iets aan te veranderen.



E-mailadres Afdrukken
Tags: Gent Jazz