Banner

Dunk!festival 2018

Variatie troef op ijzersterke veertiende editie - Pagina 2

Lennert Hoedaert & Gowaart Van Den Bossche - foto's: Stijn Verbruggen - 14 mei 2018

Magie tussen de bomen

Maar er is meer, veel meer te ontdekken. Sinds de organisatie in 2014 van de fuifzaal van de Bevegemse Vijvers verhuisde naar een echt festivalterrein in het landelijke Velzeke, is het festival alleen maar beter geworden. Dit jaar werd het tweede Stargazerpodium in de kleinere tent afgeschaft ten voordele van het bospodium. Dat kreeg een groter afdak om de muzikanten te beschermen tegen eventuele regen, maar verder werd er zo weinig mogelijk ingegrepen. De intieme en sfeervolle locatie geeft meteen een magische touch aan de heerlijke filmische postrock van het Antwerpse I Am Wolves.

Op dit bijzondere podium kwamen vooral andere genres aan bod. Donderdagavond, in volle duisternis, vormt het bos het perfecte, haast spookachtige kader voor de industrial rock van het Brusselse Thot. Niet elk nummer is van hoogstaande kwaliteit, maar het gezelschap gaat bijzonder energiek te keer met wel heel passionele vocalen en voorziet zelfs een performance met een buikdanseres. Een gedurfde zet die gesmaakt wordt door het publiek, ondanks het feit dat het geen typische dunk!muziek is. Ook de oosters geïnspireerde doomrock van Wyatt E. krijgt dankzij de locatie een mystiek tintje. Met Exile To Beyn Neharot bracht de band rond Sebastien von Landau (The K.) vorig jaar een bezwerend meesterwerk uit. Het trio voert, gekleed in gewaden als een kruising tussen een boerka en iets uit Star Wars, met herhalende riffs en hypnotiserende drums het overwegend zittende publiek mee naar de woestijnlandschappen van het tweestromenland. Alsof OM en Godspeed You! Black Emperor op pelgrimage trekken naar een mythisch land waar de weedplanten zo hoog als dennenbomen groeien.

Iets helemaal anders bij Jo Quail: gewapend met een elektrische cello (een visueel gedrocht van jewelste, maar blijkbaar populair bij dunk!-artiesten, want later die dag duikt er ook een op bij The Ocean) en een looppedaal brengt de sympathieke Britse jongedame atmosferische instrumentals. Daarbij verkent ze op fijne wijze de mogelijkheden van haar instrument, laverend tussen gestaag opgebouwde drones die mooi interageren met de vogeltjes in het bos en meer energieke ritmes die ze met allerhande onconventionele speeltechnieken uit haar instrument tovert. Een nummer van haar aankomende nieuwe plaat was een klein hoogtepunt: diffuse klanken die aanvankelijk willekeurig ingespeeld lijken, muteren halverwege de song tot een ingenieus ritme waarop Quail lyrische lijnen kan spelen. Alleen spijtig dat net in dat hogere register de elektrische cello er niet alleen lelijk uitziet, maar ook nog eens zeer slapjes begint te klinken.

Ook op zaterdag zorgt een gevarieerde plejade aan acts voor intense hoogtepunten. Het piepjonge Duitse duo Father Sky Mother Earth doet met zijn slepende dronemuziek enorm denken aan Earth, maar naarmate de set vordert gaat een origineler, trance-opwekkend geluid domineren. Het is de eerste show van de band buiten Duitsland; ideaal om tot rust te komen na de keiharde sets van Huracán en het Duitse Cranial. Alleen jammer dat er geen live drummer bij is. Ook Jeffk hanteert het less is more-principe. Met lang uitgesponnen, delayende gitaren, loodzware bassen en krachtige drums zorgt de groep voor een afwisselend spacy en groovy trip. Nog een ontdekkinkje, dus. Het Engelse duo Worriedaboutsatan brengt als avondlijke afsluiter op zaterdag een magische, sfeervolle elektronicaset.

Uit alle windrichtingen

Dunk!festival gaat steevast op zoek naar beloften en verborgen parels uit landen waarvan je niet meteen verwacht dat er een bloeiende postrockscene te vinden is. De meerderheid laat telkens een ander geluid horen. La Bestia de Gevaudan, de openingsband van het festival, combineert een indrukwekkende wall of sound met sfeervolle gitaarstukken en screams. De tweede, eveneens Chileense, groep van de eerste dag, Tortuganonima, doet ons sterretjes zien met mathrock, jazz en progrock. Soms moeten we denken aan het virtuoze van The Mars Volta, waarvoor hulde, maar andere nummers neigen dan weer iets te veel naar veredelde jamsessies. Op die momenten is Tortuganonima een doolhof waarin we iets te snel de weg kwijt zijn. Ze zorgen wel voor het eerste (bescheiden) handjeklapmoment van het festival. Kort samengevat: een bijzondere band die twee gezichten laat zien.

Op vrijdag liet Ohgod uit Zuid-Afrika een loodzware, progressieve variant van postrock horen. We horen niets wereldschokkend, net als zaterdag bij aswekeepsearching. Een van de opmerkelijkste groepen van het festival, Zhaoze, kan de (hoge) verwachtingen echter niet inlossen. Zhaoze bestaat al sinds 1993 en maakt gebruikt van guqin, een traditioneel Chinees snaarinstrument. De combinatie van epische postrock en traditionele muziek klinkt op plaat magisch, maar het eerste deel van de set is jammer genoeg een rommeltje. Wellicht ligt het aan de zenuwen, want in de tweede helft gaat het geheel strakker klinken en krijgt het ei zo na filmische proporties. Het afsluitende nummer van de set is zelfs zo intens dat het doet denken aan de stevigste uitbarstingen van Sigur Rós.

Wat later horen we ook een wat afwijkend geluid bij het Noorse SOUP, dat duidelijk goed geluisterd heeft naar de exploraties uit de vroege jaren van Pink Floyd. Die laatste duikt ook op als belangrijke referentie bij Grails, een band die eigenlijk al een slordig decennium geen echte postrock meer speelt. Waren hun debuutplaten nog schatplichtig aan Mogwai, dan begonnen ze gaandeweg te experimenteren met alles wat zich ophoudt in de gouden driehoek psychedelica, oude pornosoundtracks en prog rock (en ja, ook wel wat Pink Floyd). Op hun vorige passage in Het Bos wist de groep niet geheel te overtuigen, maar met een andere line-up (met onder meer Ilyas Ahmed op gitaar) was onze hoop opnieuw wat gegroeid. En inderdaad, de groep klinkt een beetje vrijer, wat composities als “Origin-Ing” en “Daughters Of Bilitis” (dat hier veel potiger klonk dan op plaat) ten goede komt. Al blijft vooral Emil Amos’ sturende aanwezigheid bepalend en zorgt zijn half geïmproviseerde aanpak op zowel drums als gitaar soms voor een wat richtingloos gejam. In feite zouden we Grails graag eens wat radicalere keuzes zien maken: ofwel volop voor de jam gaan en de nummers live hertimmeren, ofwel ze wat spitser en trouwer aan de opgenomen versies brengen.



E-mailadres Afdrukken