Banner

Sarah Blasko

29 april 2018, Minard

Tom De Moor - 01 mei 2018

De Australische Sarah Blasko loopt momenteel een victorieronde voor haar jongste plaat Depth Of Field, haar sterkste sinds I Awake en een voorlopig tweede hoogtepunt in haar carrière. Helaas kan ze niet op de publieksgrootte rekenen van een Sia Furler -- die andere prettig gestoorde Australische singer-songwriter die gaandeweg resoluter aan de commercie toegaf -- maar streek ze neer in een slechts matig gevulde Minard-schouwburg.

Eerst mocht het Leuvense duo And Then Came Fall de bühne opwarmen. Bij de openende minitrack met dezelfde titel sprong de fluweelzachte stem van Annelies Tanghe meteen in het oor, maar helaas voldeden de songs zelf niet aan dezelfde kwaliteit. De charmante gitaarpop met een stevige geut country lag met wat vocale capriolen en lieflijk belgerinkel charmant in het oor, maar vloog even snel het andere weer uit. De overbodige Paul Young-cover “Love Of The Common People” trok de set naar een dieptepunt van middle of the roadness, maar betekende ook een volta naar donkerder, doorleefder materiaal dat bij momenten een aangename koord tussen vroege Jewel en Broken Circle Breakdown spande. De huidige single “Biggest Enemy” sloot de set met gezapige americana af en durfde in het laatste refrein al een keer zot doen; een pad dat het duo verder op mag trekken als het ooit echt potten wil breken. Momenteel staat vooral de stem er, maar ben je door de songs eerder gecharmeerd dan echt onder de indruk.

Het omgekeerde geldt voor Sarah Blasko, die in haar uppie aan de toetsen meteen een paar van haar hits uitkleedde tot de minimale essentie zonder aan enig effect in te boeten. “I Awake” bleek die roffelende percussie helemaal niet nodig te hebben om onder je vel te kruipen. Onder het poptronicavestje van “I Wanna Be Your Man” school nog steeds een joekel van een popsong, die de wendbaarheid van Blasko’s stem zelfs een pak beter etaleerde dan de studioversie. Het ontwapenende gevoel voor humor van de gastvrouw vond subtiel zijn weg tot in onder meer dit nummer, waar ze de titelzin van het refrein in haar diepste basstem bromde. Meermaals doorheen de avond blies ze je van je sokken: lekker smeulend kelig in de neutrale stand maar plooibaar van Alison Goldfrapp over Natasha Khan tot hints van Nina Hagen. De sirenenzang die als refrein doorheen “All I Want” kabbelt, vloeide er zo moeiteloos uit en kreeg alle lichaamshaar in erecte toestand.

Het nieuwe materiaal kon zich gerust meten met deze hits. Het op plaat o zo luchtige “A Shot” ontpopte zich tot een dramatische ballade die een liefdesbreuk behuilt; “Heaven Sent” voegde bitter aan het zoete toe en zou voor een Carpenters-song gehouden kunnen worden. Op Depth Of Field gaan ze verscholen onder rijke poparrangementen, maar de pure melodie blijft ontdaan van alle toeters en bellen beklijvend overeind staan. In vergelijking met een nogal monotone gitaarversie van de oldie “Is My Baby Yours” besefte je pas wat een parcours Blasko als songschrijfster afgelegd heeft.

Blasko had enkele extra arrangementen van haar laatste album digitaal meegesleept en toverde hier en daar wat artificiële begeleiding boven. Bij de single “Phantom” speelde ze daar nog piano bovenop, maar wanneer ze “Making It Up” met de integrale album instrumental speelde, voelde het toch even aan als een sterke editie van een soundmixshow. Pas later vond ze een gulden middenweg door het arrangement van “Read My Mind” quasi tot een drumloop te beperken en een nieuwe melodie eroverheen op te bouwen. Deze lichtjes dissonante instrumentatie deed de enige sof op Depth Of Field live stukken sterker overkomen. Blasko zelf had koffers talent, charme en klassemateriaal mee naar Gent. Hopelijk krijgt ze ooit het publiek dat ze verdient en kan ze ook een band meezeulen om haar steeds rijker gearrangeerde studiomateriaal correct naar het podium te vertalen.

E-mailadres Afdrukken