Banner

Roadburn 2018

Tegen De Vlakte

Bart Van Put - foto's: Paul Verhagen – Achrome Moments Photograph - 26 april 2018

Eind april verandert Tilburg weer in ‘Planet Roadburn’. De jaarlijkse invasie van harige, getatoeëerde, in het zwart geklede metalheads zal voor menig Tilburger wel overkomen als een buitenaardse invasie, maar voor de vaste Roadburn-bezoeker betekent het vier dagen doorbrengen in een eigen wereld vol donker muzikaal avontuur en gelijkgestemde zielen. Wij lieten ons drie dagen onderdompelen in deze unieke Roadburn-ervaring, en kwamen terug met een zak vol nieuwe, unieke, muzikale ervaringen.

Donderdag 19 april

De trip begint nochtans met een valse start. Het weerzien met de intussen legendarisch geworden Patronaat-zaal tegenover hoofdvenue 013 is altijd een plezier, maar die wordt al snel de kop ingedrukt tijdens de set van de New Yorkse black metalband Yellow Eyes. Na een ziedend openingssalvo valt na nog geen 5 minuten de stroom uit op het podium, en staat de band hulpeloos en gefrustreerd voor zich uit te staren. Het roept het horrorscenario van het optreden van Zeal & Ardour van vorig jaar weer op, waar door de hitte en vochtigheid de PA het finaal begaf. Ondanks de verwoed op en neer rennende geluidstechniekers duurt het euvel toch een tiental minuten. De band pikt feilloos weer op waar ze waren gebleven en doet zijn stinkende best om de woeste black metal tot zijn recht te laten komen, maar de initiële glans van de vlammende start is verloren. En da’s jammer, want op zijn best is Yellow Eyes een werkelijk nietsontziende black metalmachine. Maar helaas niet vandaag.

Roadburn durft niet alleen de bezoekers, maar ook de artiesten voor een fikse uitdaging te stellen. Ook nu hebben de programmatoren enkele groepen bereid gevonden om hun muzikale grenzen te verleggen met een speciaal voor het festival bestemde creatieopdracht. De eerste van deze editie valt te beurt aan de Finse underground-sensaties Oranssi Pazuzu en Dark Buddha Rising. Beide bands staan op het voorplan van de creatieve explosie die de voorbije jaren in de Finse ondergrond heeft plaatsgevonden. De eigenzinnige mix van krautrock, psychedelica, black metal die beide groepen elk op hun eigenz manier invullen is een uitstekende basis voor een samenwerking. Roadburn gaf hun exact die opdracht, en het resultaat staat als openingsacop de mainstage onder de noemer van het Waste Of Space Orchestra. En wat we op ons bord krijgen is niet minder dan spectaculair.

Er wordt gewerkt rond een concept van drie entiteiten (de zoeker, de sjamaan en de bezitter, elk verpersoonlijkt in één vocalist) en hun zoektocht naar de verschillende dimensionale entiteiten van tijd, ruimte en bewustzijn, en mondt uit in één muziekstuk van tien ‘bewegingen’. Het is duidelijk dat de werklast verdeeld werd, wat hoorbaar een invloed heeft op de composities. Maar in de uitvoering opereert het gelegenheidsorkest als één solide entiteit, wat de impact van de bij wijlen gargantueske muziek enkel maar versterkt. Bijgestaan door de schitterende, ook speciaal gecreëerde visuals worden we als publiek meedogenloos meegesleurd door een maniakale rollercoaster van psychedelische kraut en black metal. Na het bekomen van de unieke ervaring, kunnen we enkel hopen dat het niet bij dit ene concert blijft, en dat er genoeg dappere en vooruitziende programmatoren zijn die dit op hun affiche willen zetten. Eerste hoogtepunt: check!

Ons persoonlijke hoogtepunt van 2013 was de fantastische plaat From The Ages van de Californische psychedelische bluesrockband Earthless. Met lang uitgesponnen, knallende, epische composities die klinken als één grote, spaced out jamsessie knalde deze plaat naar de top van vele eindejaarslijstjes, en leverde het Earthless ook een platencontract op bij groot label Nuclear Blast. Nu heeft Earthless met Black Heaven een nieuwe LP, wat hen een uitnodiging als “Artist in Residence” op deze Roadburn opleverde. Op deze nieuwe plaat eist gitarist Isaiah Michell meer de plaats als vocalist op, en zijn de nummers korter en compacter. Het contrast tussen de ‘oude’ en ‘nieuwe’ Earthless komt op dit optreden duidelijk naar de oppervlakte. Drie nummers van de nieuwe plaat zitten gesandwicht tussen de instrumentale monolieten “Uluru Rock” en “Violence of the Red Sea”, en vallen daardoor (maar helaas ook gewoon omdat ze minder goed zijn) wat plat op hun gat. Mitchell is ook nu eenmaal niet de beste zanger, en zijn vaak eentonige vertolking brengt weinig tot niets bij aan de songs. We vinden dat erg jammer, maar drogen onze krokodillentranen aan de fenomenale uitvoeringen van de twee lange composities. Opener “Uluru Rock” begint als een trage, slaperige dopetrip, maar versnelt gestaag tot een knallende bluesrockstamper. “Violence of the Red Sea” is dan weer stomende psychedelisch vuurwerk van begin tot eind. En met uitsmijter “Cherry Red” (een cover van The Groundhogs) remedieert Mitchell zijn zangperformance door een knap falset uit zijn strot te wringen.

Hardcore heeft nooit echt een vaste stek gehad binnen de Roadburn-programmatie, maar voor crustveteranen Converge hebben de organisatoren wel een dikke boon. Hun “Blood Moon”-set van twee jaar geleden, waar Converge hun loggere, zwaardere werk bundelde was een absolute voltreffer, en mede daardoor kreeg frontman Jacob Bannon dit jaar de rol als gastcurator aangeboden. De groep zelf speelt deze editie twee sets, waar telkens een album van begin tot eind gespeeld wordt. Bij de eerste set krijgen we het nieuwe album The Dusk In Us van begin tot eind voor de kiezen. Op zich een interessante keuze, omdat het nieuwe materiaal nog niet de herkenbaarheid heeft van de meer iconische platen uit de groepscatalogus. Al een geluk dat The Dusk In Us een uitstekende plaat is, die het herkenbare en unieke Converge-geluid verder uitpuurt. De mainstage van de 013 krijgt daarom ook een professionele uppercut van ultrasnelle breaks, ongecontroleerde agressie vermengd met zware, intense en logge passages in de maag gesplitst. Het publiek laat het zich welgevallen, maar het is pas een dag later, wanneer You Fail Me volledig wordt gespeeld, dat het dak er pas echt afgaat.

Hij heeft er een metalband voor moeten oprichten, maar Colin Stetson staat eindelijk op Roadburn! Voor zijn nieuwste project Ex Eye bracht Stetson jazzmuzikanten Shahzad Ismaily (bassynth) en Toby Summerfeld (gitaar) samen met black metaldrummer Greg Fox (Liturgy). Het resultaat werd een zelfgetitelde plaat, die vorig jaar flink wat stof deed opwaaien. Die plaat wordt ook hier weer in perfecte volgorde door de zaal gegooid, en dat blijkt een uitstekende zet. De korte maar krachtige opener “Xenolith; The Anvil” is een maagstomp als visitekaartje, gevolgd door het magistrale “Opposition/Perihelion; The Coil”, dat begint met woeste blackjazz (met die kenmerkende furieuze blastwerk van Fox), om te vervallen in een slome, repetitieve groove die opbouwt tot een magistrale climax. En overal is het weer dat indrukwekkende saxofoonspel van Stetson, gekenmerkt door zijn kenmerkende circulaire blaastechniek, die het geheel bij elkaar lijmt. Ook de twee volgende passages (“Anaitis Hymnal; The Arcose Disc” en “Form Constant; The Grid”) mengen uitgesponnen grooves met meer experimentele improvisaties en withete metaluitbarstingen. De unieke sound van Ex Eye staat als een bunker, en is een fenomenale aanvulling op het nu al indrukwekkende oeuvre van Stetson. Reserveer die man maar alvast een plekje op Roadburn 2019 Hoogtepunt twee: in de pocket!

We begeven ons vervolgens far from the madding crowd naar de Koepelhal/Hall Of Fame-site die dit jaar aan het festival werd toegevoegd. In de Hall Of Fame, de kleinste van de twee zalen, werd de programmatie van de vroegere Extase ondergebracht. Er is hier meer aandacht voor minder bekende, meer experimentele acts, en dat is net waar we naar op zoek zijn bij Horte. Geen zware uithalen bij deze Finnen (ook ondergebracht bij het fantastische label Svart Records), maar dromerige soundscapes en ijle zang, ondersteund door een wervelende ritmesectie. En dat is wat we samen met een handvol toeschouwers te horen krijgen. De grondlaag voor de muziek van Horte komt uit synths en effecten die de backdrop vormen voor zowel de dromerige vrouwelijke zanglijnen als de begeesterde psychedelische bas- en drumpartijen. De verstilde zang en geluidstexturen lijken op het eerste gehoor te clashen met de meer uitbundige akoestische instrumenten, maar geven het geheel een meer menselijke toets. Het maakt van Horte een breekbare, maar tegelijk levenslustige band die mens en machine dichter naar elkaar toebrengt. Een misschien onverwacht, maar oververdiend derde hoogtepunt van de eerste Roadburndag.

We zijn zelfs zo ingenomen door de set van Horte, dat we eerlijk gezegd wat underwhelmed bleven van de Future Occultism-set van Bong Ra, Phurpa en Servants of The Apocalyptic Goat Rave, waarvan we enkel een stukje meepikken waarin twee gitaristen gehuld in pijen black metalriffs laten duelleren met ultrasnelle laptopbeats. Dit huwelijk tussen instrument en machine klinkt ons eerder als een maniakale clash in de oren, en dat is waarschijnlijk de bedoeling, maar pakken doet het ons niet. We besluiten dan maar om er een vervroegd einde aan te breien. Er komen immers nog twee dagen, en die beloven minstens even interessant te worden als deze uitstekende eerste dag.

Vrijdag 20 april

We weten best dat Motorpsycho ongeveer om het half uur een Belgishe concertzaal passeert, maar het was toch al een drietal jaar geleden dat we Bent Sæther en "Snah" Ryan nog eens in levende lijve zagen. Toen werden ze nog bijgestaan door half drummer half vlaggestok Kenneth Kapstad, maar die koos intussen voor een fulltime contract bij Spidergawd, en werd vervangen door de bedeesde Zweed Tomas Järmyr. We zagen Jarmyr al de pannen van het dak spelen bij zijn andere projecten Zu en YODOKIII, en waren dus razend benieuwd naar de combinatie met de twee Noorse proggoden van Motorpsycho. En het loopt als een trein: de twee uur durende set (waarin we slechts een achttal nummers tellen) raast als een denderende progrollercoaster door de main stage. Motorpsycho’s laatste album The Tower is uiteraard sterk aanwezig in de set, met nummers als “Bartok Of The Universe”, “The Cuckoo”, “The Tower” en een schitterend uitgevoerd “Ship Of Fools”. Maar ook écht oud werk zoals de mash up van “Heartattack Mac” en “Back To Source” (vanop het al twintig jaar oude Angels And Demons At Play) is om duimen en vingers van af te likken. En omdat de speeltijd het toelaat wordt er uiteraard ook rijkelijk gejamd: bijgestaan door tweede gitarist Reine Fiske lanceert Snah de ene na de andere astronomische solo door het zwerk, en breien Sæther en Järmyr ritmepatronen aan elkaar alsof het een dikke Noorse trui is. Fantastische band, fantastisch optreden, fantastische start van dag twee.

De hype van deze Roadburn-editie werd al lang op voorhand toegeschreven aan de Amerikaanse folk/black metalband Panopticon. Het eenmansproject van de schuwe, teruggetrokken Austin Lunn, die zijn muziek sterk laat beïnvloeden door de ongerepte natuur van de Appalachen in zijn thuisstaat Kentucky. Binnen Panopticon laat hij zijn voorliefde voor zowel traditionele Amerikaanse volksmuziek en black metal (twee muziekstijlen die een grote liefde delen voor pure, ongeschonden natuurlijkheid) de vrije loop, waardoor hij een eigen, uniek geluid creëert. De woeste black metal klinkt vaak weids en open, terwijl de folk, americana en bluegrass een donkere melancholie meekrijgen. Op het dubbelalbum The Scars of Man on the Once Nameless Wilderness krijgen beide aspecten van Lunn’s muzikale oeuvre een evenwaardige behandeling, en het is deze plaat die in een (bloedheet) Patronaat integraal wordt gespeeld. Het eerste uur wordt gewijd aan het folk-deel van de plaat, en laat een contemplatief, verstild, maar ook eerder traditionele folk horen. Mooi, doorleefd, maar niet origineel of uniek. Wanneer de volumeknop distorionpedaal en blastbeats zich roeren, krijgen we een heel andere kant van Panopticon te horen: groots, intens en bevlogen. Puike set, maar niet de onvergetelijke ervaring die we stiekem gehoopt hadden.

Niet dat we iets tegen nonkeltjeKirk Windstein van Crowbar hebben, integendeel! We stonden zelfs flink mee te feesten aan de mainstage bij het optreden waar de geweldige plaat Odd Fellows Rest uit 1998 op vraag van curator Jacob Bannon helemaal werd gespeeld. Maar als we tijdens een broodnodige bier- en plaspauze de green room passeren, blijft ons oor hangen bij de set van het Finse Kairon; IRSE!. En herkennen we daar toch wel niet de ritmesectie van het gisteren zo geweldige Horte, zeker? We blijven hangen, en worden (mede dankzij een restant van onze Motorpsycho-roes van daarnet) meegesleurd in een geweldige psycrock-set. We worden om de orgen geslagen met snedige riffs, razend catchy baslijnen, jazzy drums en een regelmatige spacetrip in de vorm van bevlogen, maar meesterlijk gespeelde improvisaties. Sorry nonkeltje, maar dit was zonder enige twijfel één van dé ontdekkingen van het festival, en de bevestiging dat Finland momenteel misschien wel het muzikaal creatiefste land van Europa is. Dat hadden we ten tijde van de Bomfunk MC’s nooit durven denken!

Het tweede eenmansproject van de dag staat dit keer wel helemaal in zijn uppie op het podium van het Paronaat. De Amerikaan Thom Wasluck laat zichzelf als Planning For Burial enkel begeleiden door een drum- en effectenbake en twee kolossale gitaarversterkers. Want in tegenstelling tot de donkere, diepe wavebeats en weemoedige geluidseffecten, zijn de gitaren onwezenlijk luid, als een stomp in het middenrif. De deprimerende voordracht en teksten van Wasluck maken het geheel er helemaal niet vrolijker op, waardoor het optreden iets krijgt van een hartverscheurende hulpkreet tegen de monotonie en zwartgalligheid van zijn bestaan. Het geeft het concert iets ongemakkelijks, maar ook iets heel erg breekbaar. Het is fascinerend om een muzikant in zijn eentje op deze manier zijn hart open te leggen, waardoor het concert ondanks het gigantische volume, iets fragiels, intiems en heel erg menselijk meekrijgt. Fascinerende show.

Iets meer binnen de verwachtingen ligt de tweede passage van Converge op deze festivaleditie, en ook meteen hun tweede ‘full album’-set. Dit keer is het de beurt aan You Fail Me, de opvolger van mijlpaalplaat Jane Doe. You Fail Me liet bij de release indertijd een heel erg rauw, ongepolijst, bijna afgeschraapt geluid horen, wat versterkt werd door langere, zwaardere nummers. Het was een plaat die er stevig inhakte, wat Converge-fans indertijd heel erg verraste na het succes van Jane Doe. Intussen is You Fail Meook uitgegroeid tot een klassieker, en dat is te merken aan de reactie van het publiek, dat vanaf het begin compleet uit zijn dak gaat. Er wordt luidkeels meegebruld, gemosht en gescrowdsurft. Zeker met stampers als “Black Cloud” en “Drop Out”, maar ook met langere en meer slepende passages als titeltrack “You Fail Me” (die outro!) en “In Het Shadow”. Op het einde worden we nog getrakteerd op een geweldige cover van Entombed’s “Wolverine Blues”, bijgestaan door Tomas Linberg van At The Gates en Kevin Baker van All Pigs Must Die. Met een massief meegezongen “You Will Never Gain My Trust” knalt Converge een einde aan deze lichtjes geweldige set. Het feestje van de dag vond je om 9 uur ’s avonds op de mainstage. Thuisblijvers hadden ongelijk.

We zijn de tel kwijt hoeveel keer Godflesh intussen op Roadburn heeft gestaan. De band rond zanger/gitarist Justin Broadrick, bassist G. C. Green en drummer Macbook Pro is dan ook voor veel muzikanten een inrijpoort geweest naar keiharde, nietsontziende industrial. Godflesh is dan ook vaste prik bij gastcuratoren van het festival. Na integrale vertolkingen van debuut Streetcleaner en opvolger Pure is het de beurt aan derde plaat Selfless om de revue te passeren. Gelukkig is Selfless een van de interessantere albums van Godflesh, en laat het de eerste tekenen van een de transformatie horen die de band stilaan wegstuurt van de louter agressieve aanpak van de vorige twee platen naar een breder, meer open geluid dat uiteindelijk vaste vorm zal krijgen in Broadrick’s post-Godfleshproject Jesu. Hoewel nog steeds een keiharde industrialplaat (de jakkerende gitaren, dwarse baslijnen en donderende drumcomputer doen de 013 nog steeds uit zijn voegen barsten) zorgt dit voor een meer gevarieerde set, met enkele relatieve rustpunten en een meer gelaagde aanpak. Zo gek veel verschil tussen live en op plaat is er niet (hoe kan het bijna anders), maar Godflesh blijft boeien, meer zelfs dan bij de vorige Roadburn-passages, die meer weghadden van een fysieke en mentale beproeving. We moeten het ook niet altijd te moeilijk gemaakt worden.

Want moeilijkdoenerij, daarvoor hebben we de Franse act Igorrrr. In essentie een breakcore-act (de tweede al dit festival), kiepert Gautier Serre een schijnbaar onverenigbare mix van invloeden in de hyperspeed-betonmolen van zijn computer uitstort. Tussen de krankzinnige ritmepatronen die hij zijn drummer voorschotelt (chapeau, kerel) horen we klassieke muziek, metal, opera, blokfluiten, accordeons en andere hoempapa-varianten. Dit gecombineerd met de vocale capriolen van een opera-sopraan en een black metalzanger maakt van het geheel een krankzinnige kakofonie van kitscherige breakgrind die je tegelijk van je sokken blaast, maar ook vol ongeloof en verbijstering naar adem doet happen. Igorrr splijt zijn publiek hiermee ook recht doormidden: de ene helft van de Koepelhal gaat helemaal loos, terwijl de andere helft er totaal op afknapt. En hoewel we toch enige bewondering voor zoveel durf en experimenteerdrift niet kunnen onderdrukken, moeten we helaas besluiten dat we tot de tweede groep toeschouwers behoren. Vervelen doen we ons alleszins niet, maar echt… komààn….

Nu weten we weer waarom we die nacht zo slecht geslapen hebben

Zaterdag 21 april

De kleinste, maar ook meteen de leukste zaal van het hele festival is nog steeds het podiumcafé Cul De Sac. Kleine schande dus dat het tot dag drie heeft moeten wachten op onze aanwezigheid, maar dat wordt vandaag méér dan goed gemaakt. De dag begint onmenselijk vroeg in de Cul met een door het festival zelf extra in de verf gezet optreden van de Utrechtse black metalband Verwoed. Ook hier in essentie een soloproject van zanger Erik B., grossiert Verwoed in het soort black metal die niet alleen woest en furieus, maar ook gelaagd en atmosferisch kan zijn. Live bijgestaan door een volledige liveband (met onder meer de Italiaanse gitarist Michael Bertoldini van The Secret), komt die breedgewaaierde black metal mooi tot zijn recht: complexe gitaarpartijen en furieuze blasts wisselen af met meer groovende, meer repetitieve passages waar meer plaats is voor sfeerschepping. Dag 3, band 1: knal erop!

Ook knal erop, maar dan wel héééél erg traag: Bell Witch. Vorig jaar sloeg de band uit Washington state de metalwereld met verstomming met Mirror Reaper: een album bestaande uit één compositie van maar liefst anderhalf uur, opgedragen aan hun overleden ex-drummer, met zelfs opnames van deze laatste gebruikt werden. Tjah, je bent funeral doom of je bent het niet natuurlijk. Mirror Reaper wordt, hoe kan het ook anders, in zijn majestueuze geheel gespeeld, en mensen toch, wat een voltreffer. De zwarte, tergend trage en intens luide doom, enkel gespeeld op bas en drum doet de koepelhal uit zijn voegen daveren, terwijl je bij de verstilde passages zelfs de aanslagen van Dylan Desmonds bas kunnen horen. Ook de oude, verstilde zwart-wit visuals versterken enkel maar de sombere, maar intieme sfeer van het optreden. Naar het einde van het nummer krijgt het duo vocale assistentie van Erik Moggridge (Aerial Ruin), die met zijn hoog stemgeluid een extra laagje subtiliteit laat schijnen tussen de lage funeral doom-tonen. Prachtige compositie, prachtig optreden.

Door stoemelings toeval bevinden we ons weer in de Cul De Sac, waar we het zijproject van Nate Myers, drummer van black metalband Hell een kans geven. Mania is weer een eenmansproject, maar helemaal niet zoals je dat verwacht. Op het kleine podium van de Cul De Sac staan 5 versterkers zonder instrumenten, met daarachter een drumkit. Myers neemt de drums voor zijn rekening, en stuurt àlle overige instumenten via een gesplitst signaal vanuit zijn laptop naar de amps. Het is een héél erg vreemd zicht, maar wat we horen is niet minder dan fenomenaal. Mania stort gedurende drie kwartier een pyroclastische golf van furieuze oer-black metal uit over de cul. De woeste, ongepolijste en compromisloze black komt met een waanzinnig volume aan als een razende stomp in het middenrif, en blaast het publiek helemaal van zijn sokken. Gaandeweg wordt ons gelukkig ook enige ruimte gegund voor meer ingetogen rustpunten, maar die maken de mokerslagen nadien enkel maar heftiger. Mania knalde ons helemaal van onze apropos. Eén van dé verrassingen van het festival, ook toen we aan de merchtafel ontdekten dat hij enkel cassettes en floppydisks bij zich had. Grapjas.

Nu we ons toch al een hele dag laten onderdompelen in gitzwarte metal, kan Mizmor er ook nog wel bij. Met Yodh releaste de band (sorry, wéér een eenmansproject) uit Portland, Oregon een klepper van formaat die hoge ogen gooide in de Amerikaanse en later ook Europese underground. Yodh is dan ook een loodzware, superbombastische plaat die bij momenten evengoed een regelrechte doomexplosie veroorzaakt, dan weer een furieuze black metalaanval uitvoert. Ook live (en ook hier staat een volledige band op het podium) staat Mizmor als een kathedraal, en de plaat wordt quasi feilloos uitgevoerd. Toch missen we een zeker je ne sais quoi, en dat heeft waarschijnlijk te maken met de grootte van de koepelhal in volle middagzon, die de gitzwarte metal van Mizmor niet helemaal tot volle wasdom komt. Misschien had een set in het kleinere Patronaat het optreden meer tot zijn recht kunnen doen komen.

En de heavyness stopt niet bij Mizmor, integendeel. We doen er zelfs nog een schepje bovenop met het optreden van Boris en Stephen O’Malley, die een integrale vertolking een mijlpaal in de Japanse doom/dronegeschiedenis zullen brengen. Toen Absolutego, het debuut van Boris in 1996 uitkwam, één nummer van exact één uur, wisten we al niet wat we hoorden. En nu de band op het podium van de 013 versterking krijgt van Sunn O)))-mogul O’Malley, zijn we razend benieuwd naar hoe deze gigantische tour de force live zal klinken. En klínken doet het zeker. O’Malley stuurt zijn ene gitaar door niet minder dan zés versterkers, waardoor het al absurde decibelvolume van Boris werkelijk waanzinnige proporties aanneemt. We voelen de diepe bassen en ultra-laaggestemde gitaren als het ware fysiek door ons reeds deftig op de proef gesteld lichaam denderen. De uitbarstingen van wit geluid, gargantueske noisebombardementen en schedelkrakende drones vallen als een massief blok graniet in je nek. Neem daarbij de bezwerende, opzwepende vocalen van drummer Atsuo Mizuno, en je krijgt een hersenverlammende trip in je maag gesplitst. Na al een reeks uppercuts te hebben geïncasseerd, is deze er ei zo na te veel aan. Maar toch: sjonge jonge, wat een oplawaai…

En we krijgen er nog zo een, zij het dan in een héél andere vorm, tijdens het concert van Godspeed You! Black Emperor. Het achtkoppige Canadese postrockcollectief is misschien niet de meest evidente band op de affiche van Roadburn, maar GY!BE is allesbehalve een stopgat. Met epische, diepgravende, emotioneel en politiek beladen composities groeiden de Canadezen de voorbije twintig jaar uit tot een waar begrip voor een brede waaier alternatieve fijnproevers. Ook voor het Roadburn-publiek is dit muzikale gastronomie, getuige de afgeladen volgepakte mainstage. En die volle zaal wordt meteen naar de keel gegrepen met een bloedmooie vertolking van “Hope Drone”, gevolgd door een al even bij het nekvel grijpende “Bosses Hang”. Het is al snel duidelijk dat we weinig van het oudere werk van GY!BE zullen horen, maar in het moment kunnen, neen, wíllen we ons daar niks van aantrekken. Het octet musiceert zicht met de grootste precisie en een diepgravend gevoel voor empathie en melancholie door de twee uur durende set, en openbaart een schier eindeloos palet aan emoties. Zo begint “Anthem For No State” als een verstilde, bloedmooie compositie, die ontaardt in een dwingende, opzwepende maar niet minder prachtige climax. Voor “Fam/Famine” en “Undoing Luciferian Towers” krijgt de band gezelschap van saxofoniste Mette Rasmussen, die met haar rug naar het publiek nog maar eens een bijkomende laag aan de al o zo rijke composities van Godspeed toevoegt. Als we als uitsmijter (tot onze verrassing) ouder werk te horen krijgen in de vorm van een volledige uitvoering van Slow Riot For New Zero Kanada laten we ons helemaal meesleuren in de draaikolk die de band zorgvuldig voor ons heeft laten opkolken. Bij het einde van dit onwezenlijkde concert beseffen we pas dat we dit de volle twee uur met een krop in de keel en tranen in de ogen hebben beleefd. Ondanks de talrijke mokerslagen die we de afgelopen dagen met pleizer hebben geïncasseerd, is het Godspeed You! Black Emperor die ons tot in het diepste van onze ziel heeft weten raken. Hier worden we stil en nederig van. Wat. Een. Optreden.

Na deze onwezenlijk straffe show van Godspeed, zien we de vuile linkse van Thou & The Body nauwelijks aankomen. In de Koepelhal sleuren beide bands, die reeds twee gezamenlijke EP’s uitbrachten hun publiek mee in een korte, maar maniakaal harde set. De verschroeiende intensiteit waarmee het collectief het publiek om de oren slaat is indrukwekkend, en je vergeeft hierdoor bijna het feit dat de twee drummers duidelijk niet op elkaar ingespeeld zijn. Na een half uur houden ze het voor bekeken. En da’s niks te vroeg: nog zo’n half uur zouden we niet hebben overleefd.

We zien in de overblijvende tijd die ons nog rest op Roadburn nog een hoogst entertaindende halve set van Maggot Heart die met een cover van Rocket From The Tomb’s “Final Solution” de laatste tonen van ons festival inluiden. Het kan niet passend zijn: voor doorwinterde Roadburners is er geen medicijn, enkel een ‘final solution’: volgend jaar gewoon weer terugkomen. U zult ons daar zeker weer zien.

De data voor volgend jaar zijn bekend: 11 tot 14 april gaat Tilburg weer tegen de vlakte. Zie maar dat je tegen dan gerecupereerd bent.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Roadburn