Banner

Lana Del Rey

17 april 2018, Sportpaleis

Philippe Nuyts - 19 april 2018

She’s a mystery girl. Maar zoals het plaatje muzikaal steeds beter klopt, zit het bij Lana Del Rey ook live allemaal wat beter in elkaar. Haar kitsch noir openbaarde zich zowaar als een verademing in Popland. Mede doordat het verre van perfect was. Soms is dat een compliment.

Dat kon een vijftal jaar geleden allemaal bezwaarlijk gezegd worden. Haar eerste Belgische zaalconcert in Vorst was een aanfluiting. Haar rolletje van ster tegen wil en dank vloekte met de behaagzucht waarmee ze keer op keer het publiek in dook om zich te laten omhelzen en adoreren door een schare angstaanjagend fanatieke volgers die ook niet tegen enige vorm van ironie bestand is. Ze was duidelijk zoekende, zichtbaar niet altijd omringd door mensen die de vinger juist legden op wat ze nu eigenlijk zélf eigenlijk wilde, inclusief muzikanten die lachend de onnozelaar uithingen tijdens de toenmalige mooiste songs.

Op haar vierde plaat Lust For Life weet ze meer dan ooit duidelijk zelf wat ze wil, inclusief een liveband waar geen lach van af kan terwijl die zich stampvoetend door een grillige setlist werkt. De aarzeling waarmee Del Rey de afgelopen jaren de stuurknuppel van haar carrière stilaan in handen nam, maakt eindelijk plaats voor een vastere hand en een duidelijke koers. Haar zwaarmoedigheid en geflirt met de destructieve kant van liefde en roem tegen een zonovergoten achtergrond van parelende stranden, azuurblauw water en waaiende palmbomen: het klopt gewoon. Het is een verleidingsspel tussen schoonheid en schijn die elkaar op haar muziek dreigend in de ogen kijken.

Die pas de deux tussen beiden is gebaat met Del Rey's ruimere blik op de wereld. Op Lust For Life ging het niet alleen meer om bad boys en emotionele zelfverminking, maar ook om de positie van vrouwen in een land waar een pussy grabber met onverholen minachting op vrouwen zomaar aan de macht kan komen. Van die politieke ondertoon is tijdens het concert weinig te merken -- popmuziek blijft entertainment. Op een meegezongen “Happy Birthday Mr. President” na, waarna ze tersluiks “JFK, of course” mompelt.

Voor de rest ademt Del Rey, samen met twee doorgaans overbodige backing vocals/danseressen, enorm stijlvolle maar compleet onvoorspelbare seks uit. En dat tegen een achtergrond van plastic palmbomen, een strandstoel en parasols op een podium dat transformeert in een helblauw zwembad, een parelend strand waarop de zee heen en weer glijdt of een highway waarop ze de vrijheid of het ongeluk tegemoet rijdt.

Del Rey vleit zich al eens neer in een strandstoel, tuurt liggend naar de hemel op het podium/strand, kronkelt uitdagend op een piano, twerkt in slow motion en debiteert "Video Games" bijvoorbeeld vanop een schommel die bijna tot de eerste rijen zweeft. Met in die rijen een nog steeds even fanatiek publiek dat zich aan haar vergaapt al is ze een achtste wereldwonder dat vélen in katzwijm doet vallen, doet huilen en stamelen. Wanneer Del Rey (deze keer slechts) éénmaal gaat verzusteren met de eerste rij, haalt dit na een zestal nummers de vaart uit het concert, maar het is een meta-momentje dat de boodschap van wat ze vertelt kracht bij zet. Ze is nog een rolmodel met laagjes ook, die niet iedereen in haar hoeft te zien om haar te appreciëren.

Niet dat er anders zoveel vaart in het optreden had gezeten: haar lijzige zwaarmoedigheid kan in een setlist wat meer afwisseling gebruiken. Die probeert ze er zelf in te krijgen door opzichtig te mompelen dat ze even geen zin heeft in een bepaald nummer dat op de setlist staat, waarna ze om verzoeknummers vraagt. Ziedaar ook die drang naar authenticiteit als “artieste”. Toch blijft ook nu weer die twijfel, wanneer tijdens het “aangevraagde” “Gods And Monsters” haar backings al het podium op dartelen met de nodige attributen nog voor er voldoende overlegd kon worden met technici en PA. Maar twijfel intrigeert. Vijf jaar geleden was het nog: twijfel irriteert.

Is daarom welkom: haar sologitaar-momentje tijdens “Yayo”, van op haar anonieme debuut voor Born To Die, wat destijds de aanleiding gaf om haar authenticiteit in eenzelfde moordende twijfel te trekken. Dit is een tot zwijgen aanmanende vinger op de mond die zich in een venijnige grijns plooit. Met een knipoog dabei. En het bevestigt meteen hoe fantastisch ze ondertussen zingt, nog zo’n bron van twijfel toen ze doorbrak. Tijdens deze tour worden rekeningen vereffend. De plejade aan werkelijk uitstekende nummers doet ondertussen bovendien verbazen: “Born To Die”, “Ride”, “Ultraviolence”, “West Coast”, “Lust For Life”… Stuk voor stuk klassesongs die zelfs “Love” bijna doen vergeten, aangezien het tijdens deze set niet gespeeld wordt. Alhoewel.

Haar concert schrijdt voort zoals haar songs en albums, wat live dus niet altijd even goed uitpakt: coherentie wordt op een podium al gauw eentonigheid -- glitterbotten en -rokje of uitdagende poses ten spijt. Wanneer het einde in zicht komt, wordt er alsnog naar een climax gewerkt met “National Anthem” en vooral (een verrassend strak) “Off To The Races”, dat toch doet verhopen dat ze wat meer pit injecteert in haar volgende plaat, al was het maar om haar positie in Popland verder te verstevigen. Maar ach, dat doet ze nu live ook al. Lana is een blijver. Een nog steeds uitermate intrigerende blijver bovenal.

E-mailadres Afdrukken