Banner

BRDCST: Consouling Sounds presents Dirk Serries Epitaph YODOK III + Fear Falls Burning + Scatterwound + Stratosphere

8 april 2018, AB

Maarten Langhendries & Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 09 april 2018

Net zoals de voorbije twee jaar kreeg Consouling een avond carte blanche op het BRDCST-festival. Dit jaar kozen ze ervoor Dirk Serries in de bloemetjes te zetten. Het werd een avond waarop deze eigenwijze muzikant samen met verwante geesten zijn dertigjarige carrière vierde.

Het publiek bestond duidelijk uit mensen die Serries al geruime tijd volgen. Er viel zelfs een T-shirt te ontwaren van Vidna Obmana, Serries’ project in de jaren ’80 en ’90. Dat zorgde ervoor dat meteen een impliciete band, een onderling verstaan ontstond, zowel binnen het publiek als tussen publiek en artiest. Dat de eerste twee concerten van de avond in een besloten setting in het midden van de zaal gespeeld werden, hielp ook om een intieme sfeer op te roepen.

Daar mocht als eerste Stratosphere, oftewel Ronald Mariën die eveneens vaste geluidsman van Serries is, aantreden. Al snel omzwachtelde een diepe basdrone het deels zittende publiek, waarna een gitaar langzaam wat licht bracht. Hier en daar sloten de eerste luisteraars hun ogen, om volledig te kunnen opgaan in de sonische wereld van Stratosphere. De korte maar hypnotiserende set liet zien dat Mariën ook op zichzelf een sterk muzikaal verhaal te vertellen heeft.

Zonder onderbreken nam daarna Scatterwound – het duoproject van Serries en de Duitser Hellmut Neidhardt alias N. – het over. Beiden uitgerust met allerlei veren, strijkstokken, een verfborstel en pedalen, vormde de gitaar in zijn klassieke vorm duidelijk slechts het startpunt om een eigen, nieuwe wereld op te bouwen. Een wereld van grijs- en zwarttinten, maar dan wel in eindeloze schakeringen. Serries en Neidhardt waren perfect op elkaar ingespeeld, en leverden minutieus detailwerk waarbij de twee als etsers te werk gingen om een zich traag ontrollend macrowerk af te leveren. Dat dit het resultaat was van improvisatie, maakte het geheel alleen maar indrukwekkender. De scherpe, hoge drones van Neidhardt en de iets zachtere, meer golvende lagen van Serries haakten perfect op elkaar in, sloegen maar zalfden af en toe ook. Opnieuw werd je als luisteraar omzwachteld door ruis. Dit is muziek als fysieke beleving, waarbij klank een zelfstandig iets wordt, abstractie en realiteit in elkaar overvloeien. Zoals zo vaak bij Serries was één plus één hier veel meer dan twee.

Het project dat nog het beste aansluit bij de koers die Consouling het voorbije decennium gevaren heeft, is ongetwijfeld Fear Falls Burning. Serries grossierde ermee in donkere en zware drones die de luisteraar binnensleurden in een ongemakkelijk, soms benauwend universum. Hij geraakte zelden zo dicht bij de rock-‘n-rollwereld, maar eigenlijk was het schijn, want ook met dit project bleef hij resoluut de zoektocht naar klank doorzetten. Om dat project tot leven te wekken deed hij niet enkel beroep op drummer Tim Bertilsson, die er tien jaar geleden al bij was op Frenzy Of The Absolute, maar ook op saxofonist Colin Webster, een van zijn meest frequente partners binnen de vrije muziek.

Ook nu werd duidelijk dat van behaagzucht geen sprake zou zijn: deze performance had alles om uit zo’n voegen te barsten, maar bleef hangen in een aanhoudende dreiging. Serries morrelde met zwaar borrelende effecten en obscure texturen, Webster blies aanvankelijk lang aangehouden sirenestoten, en Bertilsson liet de cimbalen ruisen. Al snel zou Websters galmende tenorsax omgebouwd worden tot een instrument van scheurend gegier, wat vooral in de tweede helft van de performance een goed evenwicht vond met de toegenomen intensiteit van Serries en Bertilsson. Het was een verrassend kort concert en voelde daardoor als een eerste aanzet, maar Fear Falls Burning had ook in deze gedaante nog altijd de combinatie van geduld en rusteloosheid die als een rode draad door het oeuvre van Serries loopt.

De man maakt er geen geheim van: het project dat hem het nauwst aan het hart ligt, is Yodok III. Tomas Järmyr (drums) en Kristoffer Lo (flugabone, tuba, effecten) waren degenen die hem enkele jaren geleden uit z’n comfortzone sleurden, de weg van de improvisatie op joegen en samen met de dronemeester muziek spelen die even virtuoos als ongrijpbaar de werelden van drone, improvisatie en experiment verkent. Opvallend is opnieuw hoeveel ruimte de muzikanten elkaar gunnen, hoeveel tijd er genomen wordt om op te bouwen en hoe verdomd intens die concerten kunnen zijn.

Het was Lo die zich aanvankelijk profileerde als gangmaker, met een ketting van motieven, melodieën en effecten op flugabone die afkomstig leken uit een veelkleurige onderwaterwereld met een desoriënterende verlatenheid. Järmyr tikte, ritselde en ruiste er op los, aanvankelijk met een schijnbare willekeur, maar ook met een steeds toenemende densiteit waarvoor de volledige drumkit ingeschakeld werd. Serries nam z’n tijd om de klanken stap voor stap te laten aanzwellen. Hij is niet de man die op een bepaald moment beslist om een versnelling hoger te schakelen door een keiharde distortion in te stampen – iets wat het voor rockliefhebbers wat moeilijk kan maken – maar is hier meer dan ooit een architect die minutieus opbouwt, toevoegt en bijvijlt.

Het is ook muziek die vanuit een ogenschijnlijke willekeur opbouwt naar een toenemende samenhang. De gierende klankgolven van Lo, het zinderende EBow-werk van Serries, en Järmyr die zich begint af te jakkeren met razende, rollende basdrumslagen waarop de meest onwerkelijke patronen worden gelegd. Het ene moment met de koppigheid van de black metal, even later met de ontketende waanzin van een op hol gedraaid ritmebeest. Na de eerste climax verwachtte je een korte, ingetogen coda, waarvoor Serries de strijkstok hanteerde, maar gaandeweg werd duidelijk dat het trio gewoon bezig was aan zijn tweede monsterbeweging, en dat opnieuw gewerkt werd aan een gestaagd opborrelende lavastroom van geluid. Deze keer zo mogelijk nog intenser, met Järmyr die ook duidelijker verankerd was in de jazztraditie, en het geheel zowaar een opjuttende, tribale opwinding gaf. De blikken die daarbij uitgewisseld werden – van aanmoediging, van bewondering, van extase – spraken voor zich. Yodok III sloeg ei zo na aan het leviteren, barstte door genremuren met een grandioze finale die muzikanten én luisteraars afgepeigerd in de touwen achterliet. De reacties achteraf spraken boekdelen.

Het was een indrukwekkende bekroning. Voor het tienjarige Consouling Sounds natuurlijk (proficiat!), maar ook voor een avond rond een figuur die veel te lang moest wachten op wat bredere erkenning. Het voordeel is dan weer dat Serries gaandeweg een eigen universum geschapen heeft, wars van trends of gemakzucht, wat in dit geval leidde tot een eigenzinnige keuze die afgerond werd met een hoogtepunt van formaat, want er staat voorlopig nog geen maat op Yodok III. En dat suggereert dan weer dat een carrière van meer dan drie decennia nog altijd garant kan staan voor avontuur en vitaliteit. Petje af.

E-mailadres Afdrukken