Banner

More Music 2018

6 + 7 april 2018, Concertgebouw (Brugge)

Matthieu Van Steenkiste - foto's: Tom Leentjes - 09 april 2018

Brugge die Scone. Brugge die Stille. Brugge, het provincienest waar sommigen echt wel graag iets willen veranderen, maar het trekken aan de kar altijd net iets harder moet. More Music is het soort festival dat liefde voor muziek, kunde en passie verraadt, maar het oh zo moeilijk heeft om zijn publiek te vinden. Ook de editie van dit jaar kon bogen op grote namen, maar voelde alsof het idee beter was dan de uitvoering.

Nochtans een boeiend gebouw, dat Concertgebouw dat organisator Cactus Music mag innemen voor dit festival met een liefde voor vernieuwing en experiment. Een podium wordt soms een hele concertzaal, een kamermuziekzaal een poppodium. En in een hoek van de mastodont vinden we een studio waarin zachte pianomuziek ook perfect gedijt. En toch wringt de prestigieuze muziektempel soms met de context. Pintjes bij het concert van Alex Cameron? Sorry, de parket moet beschermd worden. Dansen bij Carl Craig? Zitten, gij.

Het zijn kleine euvels, want More Music heeft mooie en exclusieve namen op de affiche staan, zoals een Panda Bear die zich ongetwijfeld tot eigen verbazing helemaal bovenaan de affiche bevindt. Als er één ding is waar Noah Lennox zich immers niet mee bezig houdt, dan wel carrièreplanning of status. Laatste full-cd Panda Bear Meets The Grim Reaper dateert alweer van drie jaar geleden, de nieuwe EP A Day With The Homies werd in dit land zelfs doodleuk niet uitgebracht. Waarom zou je het gemakkelijk maken, immers, als dat beetje publiek dat je wil wel vanzelf naar je toe komt?

Vrijdag 6 april

Gelukkig dus dat Panda Bear nog de moeite doet om uit zijn Portugese hangout af te zakken, en omringd door drie reuzengrote schermen zijn ding te doen. De onderwatersfeer van doorbraakplaat Person Pitch wordt intussen al lang achterwege gelaten, deze keer ligt de focus op iets potigere beats die de Amerikaan uit zijn collectie pedalen en laptop tovert. Soms roept dat herinneringen op aan Animal Collective, de band die ooit zijn grootste dagtaak uitmaakte. De gestrumde gitaarsample van "Sabbath" had zo op Sung Tongs gekund, maar mist de manische gekte die dat bij die band zo'n plezier maakte. Het al even nieuwe "Cranked" laat dan weer horen waarom die groep kapot is gegaan aan dit soort statisch gedoe: Lennox heeft er een handje van weg om zo vaag en wazig stil te staan dat de verveling bijna tastbaar wordt, hoeveel er ook gebeurt in zijn muziek, hoeveel er op het scherm achter hem ook gedanst wordt.

Net zo goed zijn er momenten die een andere richting uitwijzen. Naar goeie, ouwe (de band zelf heeft die benadering grotendeels afgezworen) Animal Collective-traditie put Lennox grotendeels uit tracks die nog niet op plaat zijn belandt, speelt hij materiaal dat ooit misschien een toekomst kan krijgen, in één of andere vorm. Vandaag lijkt die vooral in de batikverf van de Madchester-era te zijn gedoopt. We horen echo's van Stone Roses en het meest trippy van Primal Scream passeren. De pompende, loodzware techno van opener "Nod To The Folks" kenden we al van A Day With The Homies, "Sunset" echoot de ontdekking van drum-'n-bass, ergens in het niemandsland tussen 1994 en 1995. Blijft over: een optreden dat soms meeslepend wordt, maar zelden echt wil begeesteren. Na afloop horen we iemand op zijn mooiste West-Vlaams concluderen: "'t Was Panda-beire." Zeggen wij: geef ons toch maar een Panda Bear die bij Animal Collective opnieuw op zijn drums loos gaat. Dat wint elke keer.

Meer eigenzinnigheid volgt echter, want Dijf Sanders moet qua tegendraadsheid zowat de Panda Bear van België zijn. Maakte ooit een plaat waarvan de titeltrack "To Be A Bob" pas op zijn volgende plaat stond, speelde even popdilettant met Teddiedrum, maar dook uiteindelijk opnieuw het experiment in onder eigen naam. Zijn recentste plaat Java maakte hij in opdracht van Europalia.Indonesië, en klinkt als een frontale botsing tussen found footage van daar, en jazz van hier.

Jazz, jawel. In duet met saxofonist Nathan Daem (Black Flower) klinkt de reproductie van het werk van toen vooral als van hier. De gamelan-, kendang-, en andere samples verdwijnen naar de achtergrond – hoewel ze zeker niet afwezig zijn – en de toetsenist en blazer serveren een potpourri die het best onder die soms vermaledijde noemer te stoppen is. Sanders schroomt zich ook niet om het Indonesische luik met de nodige spot te omkleden, humor die soms haaks staat op de toch weinig evidente muziek. Ook ouder werk als "Snippets" en "Retired Sportswatch" verlicht de sfeer niet. Het is op momenten als deze dat More Music het uiterste van zijn publiek lijkt te willen vragen, en dan merk je dat dat publiek niet volgt. De al weinig gevulde zaal druppelt langzaam leeg, Bruges wordt langzaam opnieuw La Morte.

Zaterdag 7 april

Zaterdag, uitgangsdag. Doet men dat in Brugge in het Concertgebouw? Nou, neen. Want al heeft de organisatie de meer toegankelijke acts vanavond geprogrammeerd, de faux-schmalz van Alex Cameron en de egotrip van Carl Craig vallen vanavond op een koude steen.

"I keep my money in the bank, pussy in the bed": Alex Cameron zou graag hebben dat u gelooft dat hij alles op een rijtje heeft, maar het beeld is dat van een zielige male chauvinist pig. Dat mag u denken, de Australiër wil niet liever dan dat u in on the joke bent. Met het haar glad achterover gegeld, de synths op standje eighties, brengt hij het soort loungepop waarmee in dat Vermaledijde Decennium heelder hitparades werden gevuld, en gaat hij nog een stapje verder. "The Chihuahua" is van het soort klefheid waar zelfs Spandau Ballet voor zou terugschrikken.

Het is een zielige figuur, die Cameron neerzet; een vetzak geobsedeerd door seks, jonge meisjes ("I'm waiting for my lover, she's almost 17 / Surrounded by the vision of a thousand fantasies" – wat zou zijn mama daarvan denken?) en drank, en liefst van alles tegelijk. Veel te vaak zijn de songs waarin hij dat persona botviert net iets te flauw, maar met een paar klasseflitsen laat hij zien dat er een meer dan begenadigde songwriter in hem schuilt. Dat hij omringd wordt door competente muzikanten helpt, dat hij steunt op manager, business partner en vooral saxofonist Roy Molloy, een man die zoveel belang hecht aan de barkruk waarop hij zit dat hij hem elke avond uitvoerig bespreekt, blijkt.

Ook toetsenist Holiday Sidewinder is echter niet te onderschatten. In het knappe "Stranger's Kiss" doet ze oorspronkelijke duetpartner Angel Olsen even vergeten. Dat Cameron als een hoger gepitchte Boss klinkt helpt natuurlijk, net als hoe in "Runnin' Outta Luck" The Killers van co-writer Brandon Flowers doorschemert. Je hoort hoe dit nummer sméékt om een groter podium en een catwalk om als een pauw over te paraderen.

Net zo goed vraag je je af waarover dit gaat. Wat wil Cameron bereiken met een nummer als "True Lies" over webcamseks of een titel als "Happy Ending"? Is dit een erg uitgewerkte grap om eens in Europa op bezoek te kunnen? Wordt achteraf in de kleedkamer breed gegrijnsd om de liefde voor al die foute kleffe synths? Geen idee, maar bij afsluiter "Marlon Brando" valt alles plots op zijn plek. In dit anthem over een "confused white male" kloppen de Springsteenreferenties, de triomfantelijke solo van Molloy, en heel even lijkt een star wel degelijk born, een beetje creepy en vies of niet. Geef het nog één plaat met een paar van dit soort singles en het wordt nog boeiend met Alex Cameron.

Er is muziek, en er is knutselen. Ex-Echo Beattyman Jochem Baelus timmerde een dubbele houten kast vol vreemdsoortige muziekinstrumenten (Haardrogers! Naaimachines!) in elkaar, doopte het geluid dat daar uit kwam Slumberland, en brengt dat vandaag geflankeerd door twee drummers die er een hypnotiserend ritmespel van maken waarin de frontman met zijn diepe stem maar achterover heeft te leunen, terwijl hij zijn bedjes soundscape weeft.

Jammer trouwens dat zo weinig zichtbaar is wàt hij precies staat te doen, maar het geheel beklijft. Vaak doet het denken aan de recentste ritme-gedreven incarnatie van Soulwax, al is daar Baelus' diep quasi-parlando zang debet aan. Wanneer de drummers voluit gaan, als in een "alles kan, alles mag"-slotnummer dat wordt aangedreven door een oorlogssirene, horen we zelfs echo's uit het Big Beat-tijdperk. Huisvlijt meets Chemical Brothers? Catalogeer maar als bizarre dansmuziek, maar: dansmuziek.

En bij dansmuziek eindigen we. Ongetwijfeld kijken we hier naar een lang uitgestelde droom van de dj in kwestie, en Carl Craigh Synthesizer Ensemble klinkt dan ook als de egotrip die het is. Wie dacht dat de technolegende voor de gelegenheid nieuw werk had geschreven, toegespitst op het vijfkoppig ensemble – vier synths, één pianist op vleugel – is eraan voor de moeite. Craig beperkt zich tot het laten recreëren van zijn grootste dancehits, terwijl hij ze, hoog uittorenend van achter zijn decks zoals hij gewoon is, van context voorziet. "Dit schreef ik in de kelder van mijn moeder, dit was toen ik daar in Detroit zat", u kent het wel; opa vertelt.

Met voortdurend projecties van een lege grootstad bij nacht, duurt het niet lang voor de muziek ondanks alles voelt als de ouverture van een actiefilm die nooit wil losbarsten. Hetcheesy "Sandstorms" roept zelfs herinneringen op aan het pastelkleurige Miami Vice, wanneer een danseres over de beelden heen haar eigentijdse ding doet schreeuwt alles "Dit! Is! Kunst!" Helaas is de enige vraag waarmee wij blijven zitten: waar blijft die car chase?

"Veel te veel gezever", is het oordeel dat buiten te horen valt bij een hardnekkig groepje Craigfans dat wanhopig toch probeerde te dansen op het balkon van de grote concertzaal. Zelden werd een mismatch beter onder woorden gebracht. More Music mikte op vele publiekjes, maar wist niet echt één publiek op te bouwen. En dat is jammer, want Brugge verdient een festival dat ook de meerwaardebezoeker bedient. Volgend jaar misschien toch voor een iets coherenter gezicht kiezen?

E-mailadres Afdrukken
Tags: More Music