Banner

Carpenter Brut

17 maart, AB

Bart Van Put - 21 maart 2018

Je moet er verdorie maar mee wegkomen: een zaal vol wavers, metalheads en ander onguur gespuis uit hun dak laten gaan op regelrechte clubanthems. Well played, Carpenter Brut!

Frank Huesco uit Poitiers is overduidelijk een kind van zijn generatie. Opgegroeid tijdens het hoogtepunt van de jaren tachtig werd hij sterk beïnvloed door de futuristische en campy Amerikaanse films en series die met tonnen van over de oceaan op het oude continent werden gedumpt. De jeugd van toen wist met zijn ogen en verstand geen blijf bij het bekijken van Highlander (en ook die totaal geflipte tweede film), Escape From New York, Big Trouble in Little China, The Wraith, Evil Dead,Repo Man en ga zo maar door.

Niet alleen de typische cinematografieën, maar ook de futuristische soundtracks drukten een dikke stempel op de jeugd van toen. Huesco is hierbij geen uitzondering, en maakte van zijn elektronisch project een ode aan de visuele en auditieve stijl van toen. Niet in het minst door zichzelf te vernoemen naar de grootmeester zelf: John Carpenter.

Je kan er bij Carpenter Brut niet omheen, de aggressieve analoge synths en pompende ritmes zijn doorspekt met typische eighties-rockgitaren en keyboards. Het geheel klinkt best ruig en een beetje smerig, en net daarom vindt Carpenter Brut zijn fanbase in de eerste plaats bij het metal- en wavepubliek, eerder dan bij de ravers en hipsters. Geen wonder dat de Ancienne Belgique dan ook volloopt met leren jekkers, bomberjacks, tattoos en bottines, in plaats van de bijeengepakte sarmaoutfits van de plaatselijke hipsterjugend (hoewel die ook een delegatie had afgevaardigd).

Het begint in ieder geval al goed: nog voor er iemand op het podium verschijnt, blaast Africa van Toto loeihard door de speakers van de AB. Instant lol natuurlijk: door heel de zaal wordt het refrein luidkeels meegebruld. Geen idee of ze bij Carpenter Brut de hype rond het nummer hadden opgepikt (van het hoofdzakelijk Franstalige publiek lijkt me dat sterk), maar het was wel erg geestig. De sfeer zit er dus al dik in, wanneer het trio op het podium verschijnt. Live wordt Huesco namelijk bijgestaan door een drummer en een gitarist. Allebei very metal, maar ook allebei very good.

Maar openingkopstoot Leather Teeth van de gelijknamige debuut-LP gaat helaas de mist in door het feit dat het geluid nog niet helemaal op punt staat. En da’s jammer, want het pompende Gojira-einde zou al meteen garant gestaan hebben voor de eerste moshpit van de avond. Maar niet getreurd, die komt er zeker nog aan.

Want bij Beware The Beast, met de zang van Mat McNerney (van metalbands Beastmilk en Hexvessel) op tape gaat de eerste keer het dak eraf. Het refrein wordt karaokegewijs meegebruld, en het publiek zet het op een springen. Derde nummer, en het dak is er al af. En het wordt nog beter bij nummers als Turbo Killer, het ravewaardige Wake Up The President en Meet Matt Stryker wordt er naar hartelust gefeest, gemosht, en gecrowdsurft. Als er tenminste niet wordt gegaapt naar de blote dames en flitsende auto’s die op de backdrop voorbijrazen. Allemaal in gepaste eighties-kitschstijl, uiteraard.

Ook opvallend en verfrissend is de wisselwerking tussen de drie muzikanten op het podium. Hoewel het duidelijk is dat er heel wat muziek op de computer draait, zijn de drie zo sterk op elkaar ingespeeld dat ze verdomd goed weten waar ze strikt de lijn moeten volgen, en wanneer de touwen gevierd mogen worden. Een paar keer mondt dit uit in korte intermezzo’s tussen de nummers, waar er naar hartelust gejamd mag worden. Dat zijn risico’s, maar bij deze drie klasbakken zijn het steevast hoogtepunten van het optreden.

Als je Carpenter Brut live aan het werk ziet, valt het je dubbel zo hard op dat dit keiharde feestmuziek is: de jaren tachtig zijn misschien de kern van de sound, maar invloeden als Justice en Daft Punk zijn ook duidelijk aanwezig. Dat hoor je heel erg bij bisnummer Le Perv (heerlijke titel). Het begin van het nummer zou zo op het debuut van Justice kunnen staan, terwijl het nummer zich gradueel (en door middel van een werkelijk fantàstische synthlijn) naar een echte club-banger opwerkt. Als dan nog als afsluiter de geweldige cover van Maniac van Michael Sembello door de AB wordt geslingerd, ontploft het publiek helemaal. Wie zei er nu weer dat metalheads niet van een feestje hielden?

E-mailadres Afdrukken