Banner

The Soft Moon

17 februari 2018, Botanique

Sylvia Eeckman - foto's: Jens Baert - wannabes.be - 19 februari 2018

Al vier platen lang hult Luis Vasquez van The Soft Moon zich in duistere nevelen die variëren tussen de glaciale minimalistische synthlijnen van darkwave, postpunkritmes en iets zwaardere industrial elementen. Zijn toegankelijkheid bereikt een voorlopig hoogtepunt op het recente Criminal. Benieuwd hoe die verschillende tinten zwart zich vertalen naar een livesetting.

De rol van publieksopwarmer werd overgelaten aan SΛRIN, het audiovisuele project van de in Duitsland residerende Emad Dabiri. De site van de Botanique site omschrijft zijn sound als een combinatie van “vernietigende industrial, dreigende EBM en donkere vormen van techno, wave en meer.” Wie zijn muzikaal geesteskind vernoemt naar een dodelijk zenuwgas en ten tonele verschijnt in lederen masker (denk: de gimp uit Pulp Fiction), maakt natuurlijk geen dartele deuntjes. Wat overheerste, was de voornoemde EBM, techno en zelfs een vleugje house in het gepruttel, de kille beatpatronen en andere gecompresseerde geluiden. Even gebeurde er iets met een slijpschijf die vonken produceerde en wat later weerklonk er na een grotendeels statische performance plots een Chewbacca-achtige “prrrrrrrfft” in de microfoon, maar het grootste deel van de tijd vroegen we ons vooral af hoeveel zweet er achter dat masker in Dabiri’s neus stroomde. Goed mogelijk dat we het gewoon niet helemaal snapten, want in de spionkop werd goedkeurend met het hoofd geknikt en gedaan aan iets wat op dansen leek.

De uitverkochte Orangerie bulkte intussen van het keldervolk dat wel zin had in een feestje. Geen triestige grafzerkmensen, maar een trouwe fanschare die weet waarvoor ze komt: collectief in het zwarte gat springen. Vijf jaar geleden bestond een concert van The Soft Moon vooral uit het verkennen van atmosfeer en pulserende motorik ritmes die het publiek in een soort van trance probeerden te brengen. Heel bezwerend allemaal, maar ook een opgave om in de steeds monotoner wordende geluidsbrij een nummer te herkennen of uit te vissen welk instrument een bepaald geluid voortbracht. Erg was dat niet, een beetje verdwalen maakte deel uit van de ervaring.

Ondertussen is Vasquez, op het podium bijgestaan door een bassist en een drummer, aan zijn vierde album toe en meer dan ooit ligt de nadruk op traditionele songstructuren in plaats van odes aan de leegte. Wie een beetje mee is, kan makkelijk duiden uit welk album een nummer afkomstig is. Hoe kaler en instrumentaler, des te verder je moet terugreizen in de back catalogue. Zo wordt op het hypnotiserende “Circles” niet zozeer gezongen, als wel gekeft, terwijl op het licht hartverscheurende “Dead Love” eerder een depressieve hyena loos lijkt te gaan. Live werd die laatste echter standaard gezongen, in een lagere toonaard zonder galm of effecten, wat eigenlijk geen verbetering was. Niet meer doen, Luis. Het wondermooie “Into The Depths”, eveneens uit het debuut geplukt, klonk iets voller dan de desolate studioversie, maar verloor niets aan schoonheid.

“Criminal”, titeltrack en lichtjes makke hekkensluiter op de laatste LP, draaide de boel warm aan het begin van de set. De vlam in de pan kwam er bij het verzengende “Burn”, dat iets meer aanschurkt tegen Nine Inch Nails dan Neu! en zo de toon zet voor The Soft Moon 2.0. Er werd geworsteld met daddy issues op het agressieve, maar uiterst dansbare en goed opgebouwde “Like A Father” en met zijn zachte aanpak zou je “Give Something” bijna een liefdesliedje kunnen noemen, zij het eentje dat iets te veel tijd nodig had om ter zake te komen. Toch was het vooral de “oudere” aanpak van The Soft Moon die ons hart sneller deed slaan op nummers als het elegante “Insides”, waar jankende The Cure-gitaren en melodieuze baslijnen de dans leiden. De stem van Vasquez komt beter tot zijn recht wanneer hij huilt als een verdwaalde walvis, dan wanneer hij rechtuit zingt.

Ondanks de relatieve variatie in de setlist, sloop na verloop van tijd dan toch het “syndroom van de homogene geluidsklomp” binnen. The Soft Moon is bijwijlen prachtig, maar komt het best tot zijn recht in kleine dosissen, zodat je je niet hoeft af te vragen: “Hebben ze dat daarnet al niet gespeeld?” Het aanwezige publiek had zo te zien lak aan die reserves, want in de Orangerie heerste een bescheiden festivalsfeertje. Al zeker wanneer de vuilnisbak werd bovengehaald en iedereen bijgevolg wist hoe laat het was: tijd voor algemeen getrommel op “Wrong”. Er werd gedanst, meevoelend heen en weer gewiegd met gesloten ogen, aan indianenpijpjes gelurkt en aan vuile manieren gedaan alsof het de laatste dag op aarde was. Onvermijdelijke schermpjes gingen occasioneel de lucht in en na vrijwel elk nummer weerklonk applaus uit alle hoeken.

Onder algemeen gejuich en gestampvoet keerde het trio terug voor bisnummers “Black” en een lang uitgesponnen versie van het van een puike spanningsboog voorziene “Want”. Vasquez leefde zich voor een laatste keer uit met zowat alles wat als slaginstrument kan gebruikt worden, net als een deel van het publiek dat bewoog als inboorlingen op de tribale percussieritmes. Iedereen leek gelukkig, maar toch gingen we niet geheel bevredigd de nacht tegemoet. Luis is (ondanks die bongo’s) ongetwijfeld een geweldig toffe peer, maar onvergetelijk werd het nooit.

E-mailadres Afdrukken